Weblog van Fred Tak
Laatste artikelen

Op een zonnige dag valt weer eens op hoe prachtig diepblauw de hemel van kleur kan zijn. Hoe ontstaat deze kleur, kun je je afvragen. Waarom is ze niet rood, groen of geel?

Een antwoord hierop kun je op twee verschillende manieren benaderen. Je kunt het op de wetenschappelijke manier doen, van buiten naar binnen. Je kunt het op de kunstenaarsmanier doen, van binnen naar buiten.

Wetenschappelijke manier
Nemen we de eerste manier, de wetenschappelijke, van buiten naar binnen. We nemen verschijnselen in de natuur waar, ordenen deze en proberen vanuit deze ordening tot een duiding te komen. Deze duiding is vaak wiskundig van aard. Het aantrekkelijke is dat de wiskundige oplossing die we vinden altijd geldend is, ook op een ander tijdstip en op een andere plek. We kunnen er voorspellingen mee doen. De ontwikkelde theorie is universeel, tot het moment dat we metingen doen die hier in strijd mee zijn. We vinden andere duidingen, andere oplossingen, en ook deze zijn weer (voorlopig) universeel.
Deze wetenschappelijke methode van onderzoek is objectief en deducerend. Vanuit een hoeveelheid aan informatie van buitenaf komen we door middel van ordening tot één specifieke oplossing.

Zo is de wetenschap tot de conclusie gekomen dat de blauwe kleur in de dampkring ontstaat door het zonlicht dat daar op schijnt. De dampkring blijkt uit moleculen stikstof en zuurstof te bestaan. Deze moleculen zijn zo klein dat het licht dat er opvalt verstrooid wordt. Verstrooien is het verschijnsel dat licht in aanraking met (kleine) moleculen verschillende kanten opgaat, in plaats van één richting zoals gewoonlijk.
Het blijkt nu dat de mate van verstrooiing afhankelijk is van de golflengte van het licht dat er op valt. Dit volgens de zogenaamde verstrooiingswet van Rayleigh. De verstrooiing is omgekeerd evenredig met de golflengte tot de vierde macht.

In formule:         s = constante · 1/λ4

Waarbij s de hoeveelheid verstrooid licht is en λ de golflengte van het licht.

Nu bestaat licht afkomstig van de zon uit alle kleuren van de regenboog. Die kleuren zijn rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet. Het verschil tussen deze zeven kleuren is gelegen in hun golflengte. Rood heeft de grootste golflengte, zo'n 700 nm (nm = nanometer = één miljardste meter), violet de kleinste, zo'n 400 nm. De andere kleuren zitten daar qua grootte tussenin.

Als je naar de formule voor de verstrooiing kijkt en je vult een grote waarde voor de golflengte in, dan zie je dat de verstrooiing zeer klein is. Iets delen door een groot getal levert een klein getal op. Het feit dat de golflengte tot de vierde macht is, maakt dit nog erger. Andersom, delen door een klein getal levert een grote waarde op.
Zoals gezegd, violet heeft de kleinste golflengte. Violet zal dus verreweg het sterkst verstrooid worden. Iets minder gebeurt dat bij indigo, en nog iets minder bij blauw. Verder niet, de andere kleuren vallen weg. Omdat onze ogen violet niet of nauwelijks kunnen waarnemen, zien wij alleen indigo-blauw. Dit is precies de diepblauwe kleur van de hemelbol.

Als er vocht in de lucht hangt, worden de kleine stikstof- en zuurstofmoleculen omgeven door veel grotere watermoleculen. Door die grotere moleculen zal er nog wel verstrooiing optreden, maar deze hangt nog nauwelijks van de golflengte af. De formule van Rayleigh blijkt hier niet op te gaan. Alle kleuren worden gelijkmatig verstrooid. Het gevolg is dat bij toenemende vochtigheid de lucht van blauw naar wittig wordt (wit is alle kleuren tezamen). Let maar op als het bijvoorbeeld heiig weer is. Het blauw verdwijnt dan.
Dat is ook de reden dat wolken wit van kleur zijn, ook mist trouwens. De grote watermoleculen zorgen daar voor. Wordt de dichtheid van de watermoleculen groter, dan wordt er steeds meer licht geabsorbeerd, waardoor de kleur verandert richting grijs en zelfs diepzwart bij hele zware regenwolken.

Hetzelfde gebeurt bij smogvorming. De roet- en stofdeeltjes zijn veel groter dan de moleculen stikstof en zuurstof. Boven een stad vol industrie en uitlaatgassen is de lucht daardoor zelden strakblauw. Eerder grijzig wit. Je kunt dan ook concluderen dat (bij een onbewolkte hemel) de kleur van de atmosfeer de mate van smog aangeeft. Des te witter of grijzer de lucht, des te meer smog. Na een regenbui (als alle stofdeeltjes op de grond zijn neergeslagen) is de lucht om die reden dieper blauw dan ervoor.

Je kunt zelf een experiment uitvoeren, waarbij je dit kunt aantonen. Hoewel dit in een tijd van waarschuwingen en door de overheid opgelegde regeltjes haast niet meer mag. Blaas op 2 verschillende manieren de rook van een sigaret uit (doe ikzelf niet hoor, als niet-roker, maar er zijn altijd proefkonijnen die zich voor de wetenschap op willen offeren, zich daarmee een alibi verschaffend om toch te blijven roken, ha).

1. Neem een trek van je sigaret en blaas de rook direct uit, zonder echt te inhaleren. Je zult zien dat de rook tamelijk blauw van kleur is. Of laat de sigaret gewoon branden, dan zie je het nog duidelijker.
2. Inhaleer nu diep, laat de rook een tijdje in je mond en longen rusten en blaas dan uit. De rook zal wit van kleur zijn.

Verklaring: in het tweede geval zal de rook vermengd zijn met water uit je lichaam. De verstrooiing van licht is hier anders, door de grote watermoleculen. Het blauw wordt wit.

Kunstenaarsmanier
We kunnen de blauwe kleur ook op de kunstenaarsmanier benaderen, van binnen naar buiten, ofwel op de manier van de creatieve, subjectieve beleving.
We merken dan al gauw dat elke kleur zijn eigen emoties en associaties oproept. Kleuren raken ons gemoed, stemmen ons blij, vrolijk of juist somber en weemoedig. Schilders werken met die gemoedstoestanden, juist door een specifieke kleur wel of niet aan te brengen.

In het Kröller-Muller museum op de Hoge Veluwe hingen tot voor kort in één zaal twee schilderijen. Eén volledig rood, de ander volledig blauw. Wanneer je er dichtbij stond en je liet de kleur rood gedurende een aantal minuten op je inwerken, ervoer je iets anders dan wanneer je dat bij het blauwe schilderij deed. Het blijft subjectief, maar in het algemeen kun je zeggen, rood doet jou kracht en nabijheid beleven, blauw een soort van schoonheid van ver weg, van afstand. Bij rood voel je je direct betrokken, bij blauw juist niet.
 
Hoe ontstaan deze verschillen in je gemoed? De wetenschap geeft hier geen verklaring voor. Goethe heeft dit als eerste natuurwetenschapper onderzocht en geprobeerd hier antwoord op te geven. Zijn interesse in schilderijen uit de Italiaanse Renaissance bracht hem naar Italië waar hij zijn ervaringen diepgaand heeft onderzocht. Het leidde tot zijn bekende kleurenleer, die in onze tijd van toonaangevende wetenschap nog altijd uniek is en weinig op zijn juiste merites wordt geschat.

Het uitgangspunt van Goethe was dat kleuren ontstaan daar waar licht en duisternis elkaar ontmoeten. Uit deze ontmoeting ontstaat strijd. De uitkomst van deze strijd bepaalt de kleur die wij zien.
Licht is eenheid, licht is volledig. Het kan niet uiteen gerafeld worden. Dat is het verschil met de wetenschappelijke opvatting. Pas op het scheidsvlak van licht en duisternis, waar de twee in contact met elkaar treden, ontstaat een kleur. Niet omdat het licht uiteenvalt, maar omdat het de strijd aangaat met het donkere. Het licht verliest daarbij iets van zijn glans, het donker licht een ietsje op. Door die strijd ontstaat nuance. Kleuren zijn de nuances van de wereld.

Kleuren zijn dus de uitkomst van de strijd tussen licht en duisternis. Bij de kleur geel overwint het licht grotendeels de duisternis, zou je kunnen zeggen. Het licht is sterker. Vandaar dat we de kleur geel in onszelf beleven als licht, blij en vrolijk.
De kleur blauw ontstaat wanneer de duisternis sterker is dan het licht. Het licht wordt bijna volledig teniet gedaan. Vandaar dat we bij de kleur blauw afstand en kilte ervaren.
Zo kun je voor elke kleur afzonderlijk beleven hoe de strijd tussen licht en duisternis uitpakt. Iedere kleur heeft daardoor zijn eigen stemming. De kleur die jij zelf het mooist vindt past het beste bij jouw eigen ziele-stemming (zoals ik dat maar even noem).
Een ander verschil tussen de wetenschap en Goethes invalshoek is de uitleg van de kleur zwart. In de wetenschap is zwart het ontbreken van licht. Er is niets. Niets om te meten, niets om te zien. Voor Goethe was zwart een bepaald soort kracht, dus wel zeker iets. Voelbaar, op een bepaalde manier ook tastbaar. Iedereen die in zijn eentje ’s nachts wel eens in een donker bos heeft gelopen kan daar over meepraten.

Overigens, de oude Grieken kenden de kleur blauw niet. Ze leefden nog zozeer met hun goden, waren nog zozeer één met het geestelijke licht, dat ze die overwinning van de duisternis over het licht eenvoudigweg niet kónden zien. De zee en de lucht worden bij Homerus bijvoorbeeld beschreven in tinten grijs en soms ook groen. Pas later, in de tijd dat de Grieken zich losmaakten van hun godenwereld, wordt er in geschriften gewag gemaakt van de kleur blauw zoals wij die nu kennen.

Die hemel zoals die vroeger werd beleefd, staat in onze tijd ver bij ons vandaan. Zo ver weg dat velen hem niet meer beleven, of er niet meer in geloven. Ze is kil en koud, afwezig. We ervaren een afstand die te groot is om haar in ons leven op te nemen.
Vandaar dat wij de hemel in de kleur blauw zien. Het blauw van de afstand. Onze manier van leven en kijken is niet geschikt om het (geestelijke) licht is heel zijn volheid waar te nemen. Het past niet, wij zitten te veel vast aan aardse leefomstandigheden.

Als contrast: let eens op de luchten op de schilderijen van Vincent van Gogh in zijn laatste jaren, toen hij zo vergeestelijkt was. Voor dat laatste, lees zijn prachtige laatste brieven er maar eens op na. Hoe die luchten vaak wervelend zijn en van een gele gloed doortrokken. Hij zag andere kleuren dan de kleur blauw die wij gewoonlijk zien.

Interessant is verder hoe Goethe tegen de werking van onze ogen aankeek. Om licht waar te kunnen nemen, zullen de ogen zelf een element van licht in zich moeten dragen. Anders kunnen ze het licht niet herkennen. Vergelijk dit met een Chinees die iets tegen je zegt. Je begrijpt hem alleen wanneer je zelf Chinees spreekt en verstaat.
Onze ogen zenden licht uit, natuurlijk niet een letterlijk licht maar een voelbaar geestelijke. De ogen zijn de vensters van de ziel. In die ziel zit een bepaalde hoeveelheid licht en ruimte, en dat is waarmee wij verbinding zoeken. We hebben oogcontact, heet dat dan.

Samenvattend, er zijn twee manieren om te verklaren waarom de hemel blauw is, een wetenschappelijke en een vanuit een kunstenaarsperspectief. Ze lijken in strijd met elkaar te zijn. Maar zijn het niet. Het hangt er van af welke invalshoek je neemt, die van de wetenschapper of die van de kunstenaar. Beide manieren hebben evenveel waarde. Het is maar wat je er zelf mee wilt of doet.
































Reacties

Er is niets mis met mij, zegt ze
ik ben niet verdwaald, mijn lichaam
is een snelweg, af en toe vlieg ik gewoon de bocht uit.

U noemt dat hormonen, maar het langsrazende
verkeer, de talrijke afritten die vanwege werkzaamheden
zijn afgezet, de opstoppingen, u kent dat niet.

De jongen met rugzak die daar langs de kant
staat te liften, ik zal hem meenemen, u zult
er versteld van staan, hoe snel mijn leven zich voltrekt.

U kunt mij niet bijhouden,
uw verkalkte gedachten
zijn de witte steentjes die ik op het wegdek achterlaat.










Reacties
Op een zonnige dag als vandaag valt weer eens op hoe diepblauw de hemel van kleur kan zijn. De hemel is hier natuurlijk wat wij zien van onze dampkring. Waardoor ontstaat deze blauwe kleur, kun je je afvragen. Er zijn verschillende mogelijkheden.

1. De dampkring zou om een of andere reden zelf licht uitzenden. Is dit mogelijk? Nee, want 's nachts is de hemel donker. Anders zou je ook 's nachts een blauwe kleur moeten zien.
2. Er bevindt zich een blauwe lichtbron ergens achter de dampkring. Ook niet mogelijk, want ook hier, 's nachts is alles donker. Daarnaast, buiten de dampkring blijkt ook alles zwart te zijn (te zien vanuit een ruimteschip).
3. De blauwe kleur ontstaat in de dampkring zelf, doordat een lichtbron van buitenaf er op schijnt. Die lichtbron is dan de zon.
 
Inderdaad, dat blijkt zo te zijn. Essentieel daarvoor is dat de dampkring uit moleculen stikstof en zuurstof bestaat. Deze moleculen zijn zo klein dat het licht dat er opvalt verstrooid wordt. Verstrooien is het verschijnsel dat licht in aanraking met (kleine) moleculen alle kanten opgaat, in plaats van één richting zoals gewoonlijk.
Het blijkt nu dat de mate van verstrooiing afhankelijk is van de golflengte van het licht dat er op valt. Dit volgens de zogenaamde verstrooiingswet van Rayleigh. De verstrooiing is omgekeerd evenredig met de golflengte tot de vierde macht.
In formule:         s = constante · 1/λ4
 
Waarbij s de hoeveelheid verstrooid licht is en λ  de golflengte van het licht.
 
Nu bestaat licht afkomstig van de zon uit alle kleuren van de regenboog. Die kleuren zijn rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet. Het verschil tussen deze 7 kleuren is gelegen in hun golflengte. Rood heeft de grootste golflengte, zo'n 700 nm (nm = nanometer = één miljardste meter), violet de kleinste, zo'n 400 nm. De andere kleuren zitten daar qua grootte tussenin.
 
Als je naar de formule voor de verstrooiing kijkt en je vult een grote waarde voor de golflengte in, dan zie je dat de verstrooiing zeer klein is. Iets delen door een groot getal levert een klein getal op. Het feit dat de golflengte tot de vierde macht is, maakt dit nog erger. Andersom, delen door een klein getal levert een grote waarde op.
Zoals gezegd, violet heeft de kleinste golflengte. Violet zal dus verreweg het sterkst verstrooid worden. I
ets minder gebeurt dat bij indigo, en nog iets minder bij blauw. Verder niet, de andere kleuren vallen weg. Omdat onze ogen violet niet of nauwelijks kunnen waarnemen, zien wij alleen indigo-blauw. Dit is precies de diepblauwe kleur van de hemelbol.
 
Als er vocht in de lucht hangt, worden de kleine stikstof- en zuurstofmoleculen omgeven door veel grotere watermoleculen. Door die grotere moleculen zal er nog wel verstrooiing optreden, maar deze hangt nog nauwelijks van de golflengte af. De formule van Rayleigh blijkt hier niet op te gaan. Alle kleuren worden gelijkmatig verstrooid. Het gevolg is dat bij toenemende vochtigheid de lucht van blauw naar wittig wordt (wit is alle kleuren tezamen). Let maar op als het bijvoorbeeld heiig weer is. Het blauw verdwijnt dan.
Dat is ook de reden dat wolken wit van kleur zijn. De grote watermoleculen zorgen daar voor. Wordt de dichtheid van de watermoleculen groter, dan wordt er steeds meer licht geabsorbeerd, waardoor de kleur verandert richting grijs en zelfs diepzwart bij hele zware regenwolken.
Hetzelfde gebeurt bij smogvorming. De roet- en stofdeeltjes zijn veel groter dan de moleculen stikstof en zuurstof. Boven een stad vol industrie en uitlaatgassen is de lucht daardoor zelden strakblauw. Eerder grijzig wit. Je kunt dan ook concluderen dat (bij een onbewolkte hemel) de kleur van de atmosfeer de mate van smog aangeeft. Des te witter of grijzer de lucht, des te meer smog. Na een regenbui (als alle stofdeeltjes op de grond zijn neergeslagen) is de lucht om die reden dieper blauw dan ervoor.
 
Je kunt ook zelf een experiment uitvoeren. Hoewel dit in een tijd van waarschuwingen en door de overheid opgelegde regeltjes haast niet meer mag. Blaas op 2 verschillende manieren de rook van een sigaret uit (doe ikzelf niet hoor, als niet-roker, maar er zijn altijd proefkonijnen die zich voor de wetenschap op willen offeren, zich daarmee een alibi verschaffend om toch te blijven roken, ha).

1. Neem een trek van je sigaret en blaas de rook direct uit, zonder al te diep te inhaleren. Je zult zien dat de rook tamelijk blauw van kleur is.
2. Inhaleer nu diep, laat de rook een tijdje in je mond en longen rusten en blaas dan uit. De rook zal wit van kleur zijn.
Verklaring: in het tweede geval zal de rook vermengd zijn met water uit je lichaam. De verstrooiing van licht is hier anders, door de grote watermoleculen. Het blauw wordt wit.

Een leuk inzichtelijk experiment. 
Samenvattend, droge lucht met weinig stofdeeltjes levert de meest blauwe luchten.





Reacties (2)

Niet dat ik honger heb, ik wil gewoon weten
hoe een pompoen
er van binnen uitziet,
dat ik hem opensnijd

merk dat de verborgen witte pitten 
in werkelijkheid kleine ogen zijn
die mij verdwaasd aanstaren
alsof ik gek ben, waar ik vandaan kom
en of ik wel weet

dat het openbarst, in een aanval
van beestjes, van die
kleine groenglibberige 
springen over het aanrecht, een paar
zelfs
recht in mijn gezicht

regent het spijkers, al een tijdje
uit gaten
in het plafond, ik moet dansen
op één been om niet geraakt

zie ik het opengebroken oranje vruchtvlees
groeien als moederwand waar ik mij opgevouwen
in kan nestelen, ik pas er precies in, de wereld
hoef ik niet te kennen.
















Reacties

Op deze lege plek
in deze zware ruimte
had een deur kunnen zijn.

Voetstappen zouden naderen
gevolgd door geklop
een voorzichtig piepend opengaan.

Een wereld van handen schudden
op schouders kloppen
was vast binnen komen rollen.

Waar zijn de monden
die tot jou willen spreken?

Deze lege plek
in deze zware ruimte
had zo vertrouwd kunnen zijn.














Reacties

Elke gedachte heeft een kop naar de toekomst
een staart naar het verleden.

Het is de kunst deze twee te verliezen
zodat je alleen die ene seconde overhoudt

waarin je niets anders bent
dan een verdwaalde zwemmer in open zee.

Geen land of haven
in de verste verte te bekennen.

Tot je aanspoelt op een strand
waar je als vorst wordt ontvangen.

Men denkt dat jij koning bent
in die ene seconde dat je alles bent kwijtgeraakt.

Verliezen is een kunst
die niet genoeg geprezen kan worden.














Reacties (2)

Gisteren overleed Tonnie Pronk, in de jaren zestig (van 1960 tot 1969) van de vorige eeuw verdediger van Ajax. Medespeler van onder andere Piet Keizer en een net beginnende Johan Cruyff. Het waren de jaren dat Ajax internationaal doorbrak, culminerend in een Europa Cup 1 finale in 1969 (die het overigens van AC Milan verloor). Later zou Ajax die cup met de grote oren in 1971, 1972 en 1973 wel veroveren.
Ton Pronk, staat er nu officieel in de berichten. Terwijl het toch altijd Tonnie was, we kenden hem niet anders.
Tonnie Pronk was een beperkte voetballer, dat wist hij zelf ook wel. Hard in de duels, technisch niet zo vaardig, meer een karaktervoetballer.

Toen ik mij begin 1976 met een paar studievrienden aanmeldde bij voetbalclub WVHEDW, moest ik natuurlijk de bijbehorende kledij aanschaffen. Blauw shirt met witte broek. Tonnie Pronk had toen een sportzaak aan de Middenweg in de Watergraafsmeer. Ik woonde toen in Diemen en fietste op weg naar college in de binnenstad (Roeterseiland) elke dag langs zijn zaak. Vandaar dat ik op een goede dag zijn winkel binnenstapte.
Hijzelf hielp mij met het uitzoeken van voetbalschoenen, shirt en broek. Hij was uiterst vriendelijk, stelde wat vragen en sprak tenslotte de historische woorden uit dat ik misschien ooit een keer (net als hij) in het Nederlands elftal terecht zou komen. Hij deed zijn best om daarbij te kijken alsof hij het meende.

Ik moest hem teleurstellen. Weliswaar had ik na een paar jaar een vaste plek in het eerste elftal (als aanvoerder en laatste man), kon ik technisch best wel uit de voeten, maar veel meer zat er niet in, helaas. Dat Tonnie Pronk best wel een goede neus had voor goede voetballers bleek later, toen hij als scout van Ajax onder andere Jari Litmanen en Zlatan Ibrahimovic naar Amsterdam haalde. Dus het lag toch echt wel aan mij.
Desondanks heb ik bij WVHEDW (toentertijd voetballend op sportpark Voorland, het voetbalveld tegen het voormalige De Meer aan) een hele leuke tijd heb gehad, met veel gezelligheid en Surinaamse vrienden.

Het is daar nu erg veranderd. Er is nieuwbouw gekomen. WVHEDW is een grote club geworden, verhuisd naar een stuk grond verderop. Ik herken het niet meer.
Tonnie Pronk woonde zijn laatste jaren in Purmerend, heb ik begrepen. Zijn sportzaak is al eeuwen geleden opgeheven. Tja, zo gaan die dingen.








Reacties

Je bent zo dun
als een potloodstreep op wit papier,
je lijkt geen verleden te hebben,
geen volgende bladzijde ook.

Zet ik je naast een lantaarnpaal,
ik zie geen verschil.

Je beweegt niet, staat staande
te dagdromen, over een toekomst als een sprookje.

Je leven lang al bekwaam je je
in het verbergen van jezelf, met ramen blind
en deuren doof.

Maar ik wil je zien, ontmoeten.

Toe,
stap uit dat schrift, wordt een verhaal,
laat je licht de straten vullen, eet
het leven, eindelijk.















Reacties

"Van lang wachten krijg je eelt op je geduld."

Reacties (2)

Mijn tv-tas is weer aangevuld. Na Texel en Vlieland is Terschelling het derde eiland dat ik heb bezocht. En ook het mooiste tot nu toe, wat ons beiden betreft. Prachtige natuur met veel fietspaden die dwars door duingebieden, heidevelden en zandverstuivingen leiden.

Donderdag vertrokken we met de boot van 12.30 uur vanuit Harlingen. Onze auto hadden we op een parkeerplaats van All-in-parkeren gedropt (5 euro per dag), vanwaar men ons met een busje naar de veerboot bracht. De overtocht duurde een kleine 2 uur. Van verre zagen we de Brandaris, de vuurtoren van Terschelling, boven het dorpje West-Terschelling uitsteken.

                 
                             West-Terschelling, met links de Brandaris

Rond 14.15 uur kwamen we in de haven van Terschelling aan. Veel zeilboten en gezellige drukte op de kade.

               
                                  
 De haven van West-Terschelling


Onze fietsen stonden al klaar. Deze hadden we vanuit thuis gereserveerd. Niet duur, ruim 10 euro per dag voor twee fietsen. Handig was dat men onze koffers per busje naar ons hotel in Midsland bracht. Dat scheelde ons gesleep.
Het was zo'n 6 kilometer fietsen naar Midsland, qua grootte het tweede dorpje van Terschelling. We overnachtten bij In de witte Handt
, een klein maar prettig hotelletje in het centrum. Sylvia had in haar jeugd op camping De Appelhof gekampeerd, dus oude herinneringen kwamen boven.  
We fietsten naar het strand, zo'n 3 km van ons hotel vandaan. Een mooie, brede witte vlakte van zand. Een mooi paviljoen ook om wat te drinken, met uitzicht op de zee.
Tegen de avond fietsten we naar West-Terschelling terug, om het dorpje te verkennen, op een terras te zitten en 's avonds uit eten te gaan. We zaten aan de voet van de Brandaris, waar de volgende dag een lichtshow gegeven zou worden vanwege de herdenking van de rampdag 20 augustus uit het rampjaar 1666, toen de Engelsen het hele dorp hebben platgebrand. De dag ervoor hadden ze al 160 schepen op Vlieland in de fik gestoken. Ruim 2000 mensen zijn toen om het leven gekomen. Een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis, velen nauwelijks bekend. 
De wraak zou echter zoet zijn. Krap twee weken later zou de wereldstad London volledig verwoest worden. Door wat? Ja, door een brand, ontstaan in het benedenvertrek van een bakkerij. Wat een toeval, zou je denken. Door weinig geschiedschrijvers is er een verband tussen deze twee gebeurtenissen gelegd. Ten onrechte, lijkt mij.

De volgende dag, vrijdag 19 augustus, was het stralend weer. Wij direct weer naar het strand. Ikzelf heb heerlijk in zee gezwommen, Sylvia hield het bij zonnebaden. Op de terugweg kwamen we langs verschillende vennetjes. Bij één ervan, genaamd Waterplak, waren veel vogels verzameld. De volgende dag, toen we er weer langs fietsten, werd ons door twee mensen van Staatsbosbeheer een en ander uitgelegd. Via een telelens konden we onder andere twee lepelaars zien.

      
               Vennetje Waterplak met ergens in het midden twee lepelaars

We verbaasden ons over de natuurpracht op dit eiland. Slingerende fietspaden, dwars door heidevelden en duinen. Een groot stuk ongerepte natuur, met weinig dagjesmensen die het gevoel van natuurbeleven zouden kunnen verstoren.
's Middags en ook 's avonds hebben we in het dorpje Midsland doorgebracht. Een gezellig winkelstraatje, met veel kroegen, een aantal restaurants en her en der de jeugd van tegenwoordig, pubers van een jaar of zestien, veelal slanke, pukkelige jongens en vooral veel te dikke meisjes. Het schijnt dat ze in de avonduren in de kroegen en op camping De Appelhof met name helemaal los gaan. Wij hadden geen last van ze.

                  

                                       Café De Dammesaan in Midsland (waar we dus niet zaten)

Zaterdag hebben we lange fietstochten gemaakt. Eerst langs de Waddenzee aan de zuidkant van het eiland. Veel schapen, verre uitzichten, een eenzame hardloper.

                     
                                             Schapen langs het fietspad

Daarna trokken we landinwaarts, lieten we Midsland rechts liggen en fietsten langs een schitterende hei richting strand West aan zee.

 

          

                           Bloeiende heide

Het waaide nogal, wat ons deed besluiten alleen even op het strandpaviljoen wat te drinken en niet verder het strand op te gaan.
We besloten helemaal naar het einde van het eiland te fietsen, via Hoorn en Oosterend tot aan de Bosplaat, een uitgebreid natuurgebied waar, naar men zei, meer dan 200 lepelaars vertoefden.
Met de wind in onze rug was het prettig fietsen. We sloegen af richting De Appelhof, zochten het café van Wessel (dat we niet konden vinden) en dronken wat op een heel leuk terras in Oosterend. Kort daarvoor hebben we blauwe bessen geplukt bij zelfpluktuin Groenhof, halverwege Hoorn en Oosterend. Een sympathiek gebeuren daar. Her en der staan er beelden van kunstenaar Jan Rodrigo. Ook dat verhoogt de sfeer.
We hebben een bodemlaagje blauwe bessen geplukt, betaald en daar heerlijk opgegeten.

                    

                        Zelfpluktuin Groenhof

 

Later kwam er een optocht van wel vier wagens langs, om de rampdag van 19 augustus 1666 te herdenken, vandaag precies 350 jaar geleden. Het eiland liep uit om deze bijzondere gebeurtenis te zien. Overal zaten mensen op stoeltjes aan de weg of in de tuin te wachten tot de stoet voorbij zou zijn.

              

                              Eén van de karren in de optocht


Bij de Bosplaat hield het fietspad op. Je kon nog 9 kilometer lopen, tot het uiteinde van het eiland. Sommigen deden dat, wij niet. Wel liepen we naar de strandopgang aldaar. Veel duin, veel opstuivend zand ook.

                      
                                      Strandopgang bij de Bosplaat

 

De terugweg viel niet mee, door de stevige wind tegen nu. Onderweg door het duinlandschap kwamen we ruiters ter paard tegen, een huifkar vol vakantiegangers, zagen we in de verte koeien grazen, met af en toe een kwikstaart die met z'n karakteristieke wippend gedrag voor ons opvloog. We fietsten door het Hoornse bos, wat prettig was omdat hier niets van de harde tegenwind te merken was.

                      

                                Fietsen door het Hoornse bos


In Midsland hebben we 's middags op een terras gezeten, zijn we even terug naar ons hotel gegaan, waar het heerlijk vertoeven is op één van de vele zithoekjes in de grote tuin, om 's avonds weer wat in 't Wapen van Terschelling te eten.
's Avonds begon het te regenen, 's nachts ging dat verder, maar de volgende dag was het gelukkig na 11 uur droog. We gingen met de boot van 15.30 uur terug naar Harlingen. Nog even wat in West-Terschelling op het terras van café De Storm gegeten en gedronken, onze fietsen afgeleverd (onze koffers waren zoals afgesproken vanuit ons hotel opgehaald), de boot opgestapt, waarna we om iets voor acht uur in de avond thuis waren. Daar realiseerden we ons pas: er staat geen enkele windmolen op Terschelling! Vandaar de ongekende rust die we er ervoeren. Daarnaast, iedereen vertrouwt elkaar hier nog. Je kunt gerust je tas op je fiets achterlaten, hij wordt niet gepikt.
Het was een heerlijke korte vakantie, voor herhaling vatbaar. Gaan we zeker doen.













Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl