Weblog van Fred Tak
Laatste artikelen

Giraffe

De giraffe komt van Neptunus.
Hij daalde af op een lange,
snelle roltrap.

De giraffe kan goed dansen.
Vraag alleen nooit

naar de naam van een dans,
dan wordt hij boos.

De giraffe is overigens
ook verantwoordelijk

voor negentig procent van
wat we in spiegels
zien.


Wim Brands (1959-2016)


Wim Brands was bekend van zijn boekenprogramma op de zaterdagochtend op tv. Wat opviel was zijn betrokkenheid bij en inlevingsvermogen in de ander. Het ging hem niet om zijn eigen ego. Hij hoefde zichzelf niet te etaleren. Hij was een bescheiden man.
Minder bekend is dat hij ook dichter was. Zijn stijl kenmerkt zich in een bepaalde lichtvoetigheid, een twijfel ook aan bestaande gedachten en meningen.

Bovenstaand gedicht begint met een tamelijk absurde mededeling:

De giraffe komt van Neptunus.

Het slaat nergens op, maar het wordt zo stellig geponeerd dat je wilt weten hoe het verder gaat. Het maakt nieuwsgierig. Waarom een giraffe? Waarom van de planeet Neptunus, de Romeinse god van de zee? Het is niet duidelijk, het zal ook niet duidelijk worden.

Hij daalde af op een lange,
snelle roltrap.

Een sterk beeld, dat van die roltrap. Je ziet het zo voor je. Als een soort godheid komt hij tot ons. Tegelijk is het fysisch haast onmogelijk, een giraffe op een roltrap. Hij zou zijn poten breken.

De giraffe kan goed dansen.

Een volgende mededeling over de giraffe. Hij kan goed dansen, het wordt steeds absurder. Alsof hij een nieuw soort elan naar ons brengt. Een nieuwe manier van leven. 

Vraag alleen nooit

naar de naam van een dans,
dan wordt hij boos.

Let op het enjambement (regelafbreking) bij 'nooit'. Dat legt de klemtoon op dat je het echt nooit moet doen. De herkomst mag kennelijk niet bekend worden. Alsof de dans van de giraffe iets over god zelf zou onthullen, een naam waar niet naar gevraagd mag worden.
Let ook op de op de loer liggende zin 'de naam van de roos', vanwege het woordje boos in de regel erna. De roos geldt als een sterk religieus symbool.

De giraffe is overigens
ook verantwoordelijk

Oei, weer een serieuze mededeling, die overigens behendig en ironiserend ontkracht wordt door de woorden overigens en ook.

voor negentig procent van
wat we in spiegels
zien.

Waarmee we terug op onszelf worden geworpen. Althans, voor negentig procent, staat er relativerend, alsof er eerst een enquête over is gehouden. De giraffe zegt veel over onszelf. Wijzelf zijn die giraffe, wijzelf dalen af naar de aarde (worden geboren), wijzelf kunnen goed dansen (het leven leven). We willen onze oorsprong niet uitspreken (de naam van de dans). Wij zijn zoals we onszelf zien (in spiegels).

Het is bij elkaar een ironisch en behoorlijk ontnuchterend gedicht. Tegelijkertijd is het existentieel, met essentiële levensvragen. De toon is lichtvoetig en zoals gezegd, tamelijk absurd. Maar op een of andere manier herkenbaar.
Een mooi gedicht, met veel ruimte voor interpretatie (die van mij is dan ook een strikt persoonlijke, til er vooral niet te zwaar aan). De bundel waaruit het gedicht komt, heet Ruimtevaart (verschenen in 2005).




















Reacties

Er is momenteel een levendige (sic!) discussie gaande over wanneer iemand nu werkelijk dood is. Vroeger zei men dat wanneer iemand zijn laatste adem uitgeblazen had, dat dan de dood was ingetreden. De moderne wetenschap gaf in de loop der tijd andere inzichten. Men vermoedde steeds meer dat het bewustzijn van de mens louter in de hersenen zetelde. Neurologen toonden dat immers onmiskenbaar aan. Dus, concludeerde men, wanneer de hersenen niet meer werken, is het bewustzijn weg en is men dood. Vanaf het jaar 1968 is voor artsen die de dood moeten vaststellen dat dan ook de officieel gehanteerde visie. Het feit dat het lichaam zelf dan nog functioneert, via ademhaling en andere processen, doet niet ter zake. Iemand is dood wanneer hij of zij hersendood is.

Maar, de wetenschap ziet alleen een stoffelijk omhulsel, lichaam genaamd. Meer bestaat er niet. Ziel en geest zijn verzinsels van mensen uit oudere tijden. Zelfs gevoelens blijken te ontstaan vanuit molecuulprocessen in de hersenen, vanuit de materie dus. De hersenen vormen het belangrijkste onderdeel van dit lichaam. Deze vormen als het ware het besturingssysteem van het lichaam. Wanneer dat uitvalt, is de mens dood. Inderdaad, vanuit deze puur materialistische visie valt daar weinig tegenin te brengen. 

Maar, wanneer je ervan uitgaat (zoals ik doe) dat de mens naast een fysiek lichaam ook over levenskracht, een astraliteit en een ik-bewustzijn beschikt, wordt de zaak gecompliceerder. De functie van de levenskracht is ervoor te zorgen dat het lichaam niet uit elkaar valt. De astraliteit is het gebied dat onze gedachten, gevoelens en emoties bevat. Het ik-bewustzijn is ons innerlijk besturingssysteem, de kapitein die de verschillende wezensdelen bij elkaar houdt. Het ik-bewustzijn bestaat ook niet uit één ik, daar zit een gelaagdheid in, vergelijkbaar met de grondtoon en verschillende boventonen bij een snaar van een gitaar. Het bevindt zich ook niet op één plek in het lichaam, het doordringt al onze organen.

Voor mij persoonlijk is het criterium van overlijden: wanneer de levenskracht uit het lichaam wegvloeit, dan is iemand dood. Om die reden is er een verschil tussen een dood iemand en een slapend iemand. Bij de laatste straalt de levenskracht er nog van af, een geoefend oog ziet dat. Een dood iemand heeft een bepaalde grauwheid over zijn lichaam die een levende niet heeft. Bij het moment van overlijden zelf zie je die levenskracht ook wegfloepen, in een paar seconden tijd, zo uit het lichaam vandaan.

Dit doortrekkend, wanneer iemand alleen maar hersendood is en zijn lichaam verder nog functioneert, is hij als mens in mijn visie niet dood. Zijn ik-bewustzijn is nog aanwezig in de rest van zijn lichaam, in al zijn organen in feite. Dit duurt zolang zijn levenskracht nog verbonden is met zijn lichaam. Pas wanneer dit draadje is doorgeknipt, is iemand dood. Concreet gebeurt dit wanneer de ademhaling stopt. 

Heeft deze visie consequenties? Jawel, het maakt orgaantransplantatie bijvoorbeeld tot een heel ingewikkelde zaak. Niet dat ik per se voor- of tegenstander ben van orgaantransplantatie, daar gaat het niet om. Maar het besef dringt zich op wat bij zo'n ingreep in het nog ademhalende lichaam gebeurt. Dit blijkt zich in de praktijk heftig te verzetten, vandaar dat het stevig moet worden vastgebonden bij een orgaantransplantatie. De medische wereld noemt dit stuiptrekkingen. Ikzelf zie dit als de weerstand die het nog aanwezige ik-bewustzijn biedt tegen een ingreep van buitenaf. Het ik-bewustzijn wil dit niet. Wat ontstaat is een heftige doodsstrijd.

Ja maar, met orgaantransplantatie red je toch andere levens? Dus waarom zou je er tegen zijn? Antwoord: ik persoonlijk ben er niet tegen. Maar het offer is wel groot. Dat we ons dat bewust zijn. Het is uitermate ruimhartig van degene die ervoor kiest zijn organen aan een ander af te staan. Een grotere daad van liefde en menselijkheid kun je niet verrichten. Maar oei, wat doe je jezelf aan.






Reacties

Ik schrijf de wereld
zonder rustdag
vroeger al
tilde ik mijn pen niet op
voor de aarde was rondgeschreven
de zon tot stilstand kwam.

Ik schrijf het sprookje
van de verdwaalde gans.

Ik schrijf het vierkant hoofd
dat op pootjes loopt
elke dag in boeken krast.

Ik schrijf de dag, de stoel
waarop jij zit
het scherm nu op je schoot.

Ik schrijf de ogen
die dit lezen.

















Reacties

Een historische roman, zo zou je dit boek kunnen noemen. Ook wel een thriller, op ware gebeurtenissen gebaseerd. Het gaat over de "war of currents" die zich eind 19e eeuw in de Verenigde Staten afspeelde. Het was de strijd om wie de heerschappij zou krijgen over het elektriciteitsnet dat zich toen ontwikkelde.
Hoofdrolspelers zijn Thomas Edison, George Westinghouse en de advocaat van Westinghouse, Paul Cravath. Op de achtergrond speelt het genie Nikola Tesla een belangrijke rol.

Edison bepleitte een elektriciteitsnet van gelijkstroom, Westinghouse van wisselstroom. De strijd tussen deze twee was hard en gemeen. De jonge advocaat Paul Cravath dient in het boek de belangen van Westinghouse te beschermen, maar slaagt daar nauwelijks in vanwege de verregaande invloed die Edison bij politici, kranten en societyfiguren heeft. 
De uitkomst is bekend. De wisselstroom van Westinghouse, gebaseerd op de ideeën van Tesla, zou uiteindelijk overwinnen. Maar wat een leugens, list en bedrog zijn hier aan vooraf gegaan. Het boek beschrijft dit uitvoerig, verteld vanuit het perspectief van de jonge advocaat Paul. Het wordt spannend beschreven, opgedeeld in korte hoofdstukjes (72 in totaal!) van steeds zo'n vijf à zes bladzijden. Vaak eindigend met een cliffhanger, zodat je wilt doorlezen.

Zelf kende ik de meeste feiten al uit deze bizarre strijd tussen in feite Edison en Tesla. Misschien dat ik me daarom af en toe stoorde aan vertellingen die niet of niet helemaal klopten. Zoals dat Tesla zich moest verstoppen voor Edison, omdat hij anders misschien vermoord zou worden. Of de bekendmaking wie er achter de brandstichting van het laboratorium van Tesla zat. Ook komt de persoon Tesla zelf er nogal bekaaid van af. Veel meer dan dat hij een weliswaar geniale maar tegelijk gestoorde persoonlijkheid zou zijn, vernemen we niet van hem. Van al zijn uitvindingen wordt alleen de ontdekking van de röntgenstralen genoemd. Tamelijk weinig dus.

Het boek leest erg vlot weg, dat is natuurlijk een verdienste. Toch stelde het mij toen ik het eenmaal uit had, teleur. Wat mij betreft is er te veel door de schrijver zelf bedacht, te veel ingevuld hoe het had kunnen gebeuren. Zo is de romance tussen de advocaat Paul en de beroemde zangeres Agnes Huntington tamelijk ongeloofwaardig, verlopend langs de geijkte patronen van Hollywood. En ook, de warme vriendschappen die er na deze vuile oorlog tussen Edison, Westinghouse en Tesla zouden zijn ontstaan, zoals het boek stelt, verbazen mij. Het strookt niet met het beeld dat ik er van heb. Zo werd de aanvraag van een patent van Tesla (inmiddels tot armoe vervallen) op het gebruik van radiografisch bestuurbare boten bij het leger in 1916 afgewezen door de voorzitter van de commissie die daar toen over ging... en die voorzitter heette, inderdaad Thomas Edison.

In een nawoord (Aantekening van de schrijver) wordt uit de doeken gedaan wat wel en wat niet verzonnen is in dit boek. Dat liet mij met een nog groter onbevredigend gevoel achter. Liever had ik een zo nauwgezet mogelijke reconstructie gehad van de gebeurtenissen met alle beschikbare feiten. In een soort van documentaire-stijl. Het is nu zo'n gelikt, typisch Amerikaans succesverhaal geworden. Uiterst geschikt om te verfilmen, hetgeen ook gedaan wordt overigens. Ergens volgend jaar in de bioscoop te verwachten.






Reacties

Vandaag haalt het park een grap met mij uit
de bomen en struiken, ik zie ze buiten
aan mij voorbij lopen, stap voor stap.

De schuine zon is een citroen
die met zachte hand wordt uitgeknepen
in prikkelstralen op mijn huid.

Het gras is blauw
uitgeslagen, zodra ik er op sta
- wat niet mag, wat niet mag -
brengt mij een roltrap
naar de bovenste verdieping van verwondering.

De wereld wandelt omhoog, steeds verder verwijderd
hoor ik mezelf alleen nog maar
in stilte hardop lachen. 

 

 

 

Reacties

Hallo, rode ochtend
ik ben degene die hier opstaat

de hel van de nacht achterlaat
de zon ziet groeien
met bajonet – ja, ik ben ouderwets van aard –
de wereld te lijf gaat.

Ik breek door muren, vernietig huizen
keer onderste stenen om
laat pissebedden op dunne pootjes
verschrikt vooruit kruipen.

Ik weet, duisternis wil zien
ook al duikt ze weg
voor de grijparmen van het licht.

Ik keer jou, liefde
elke nacht weer om, tot je mij toelaat
in je armen wakker te worden.

















Reacties

Het was een opmerkelijke uitspraak van Robbert Dijkgraaf, één van onze grootste natuurkundigen van dit moment, tijdens een uitzending van De Wereld Draait Door (14-04-2017). Hij had het over de toekomst, waarin volgens hem de robot de leidende rol van de mens in de evolutie zou overnemen. De mens is slechts een tussenfase, zo stelde hij. En toen zijn uitspraak even later: "Moleculen kunnen denken".  

Ik schrok hiervan. Waar baseert hij zich op, dacht ik (of dachten mijn moleculen dat)? Hoe weet hij dit en vooral, hoe denkt hij dit? Ruilt hij zijn identiteit in voor een samenraapsel van moleculen, wier samenstelling elk moment weer verandert? Het lijkt er op. Dus, dit doortrekkend, zou hij moeten zeggen: niet ik denk, maar mijn moleculen denken.

Ik ken Robbert Dijkgraaf als een verstandige wetenschapper met een ruime blik op het leven. Het kan niet anders of hij verwoordt hiermee de tijdsgeest, aangezwengeld door neurologen als Dick Swaab en Victor Lamme, en de evolutiebioloog Richard Dawkins. De mens is niets anders dan materie. En materie bestaat op haar beurt weer uit atomen en moleculen. Die vormen de grondslag van het leven. De rest is onzin. Sterker nog, dat zijn verzinsels die bestreden moeten worden.

Identiteit is wat we onszelf wijs maken, volgens deze visie. Gevoelens en gedachten zijn slechts molecuulprocessen in de hersenen. Het is mogelijk deze processen na te bootsen met behulp van computers. Met als voordeel dat een computer een veel grotere capaciteit heeft dan de mens. Dus, is de redenering van Robbert Dijkgraaf, zal de computer (de robot) in de toekomst de mens overtreffen en diens plaats innemen.

Wat een eng soort denken. Eng in de zin van benauwend, geen ruimte latend aan andere zienswijzen. Iets als geestelijke vrijheid, jezelf overwinnen, kunstenaarschap, liefde, dat is hier niet aan de orde. Brr, het leven wordt zo toch wel erg kaal en koud. Wat is nog van waarde, niets toch?

Zelf denk ik(!) dat deze visie voorbij gaat aan de grote geestelijke rijkdom die het leven als beginsel in zich draagt. Zou een computer liefde kunnen ontwikkelen? Volgens mij niet. Voor mij zijn moleculen slechts een instrument, een bouwsteen van ons lichaam. Moleculen denken niet. Dát vind ik nou onzin. Of moet ik zeggen, de moleculen in mijn hersenen denken dat het onzin is dat zij het zijn die denken? Dat wordt een ingewikkelde zaak. Moleculen die zichzelf ontkennen. Maar misschien ben ik ook wel ingewikkeld, ha.

Neurologen zullen zeggen: jij klampt je vast aan een begoocheling, aan een vals zelfbeeld omdat je de waarheid niet kunt verdragen. Oké, zeg ik dan, stel dat dat waar is. Wie is dan die "ik" die hier in mijn geval tegenin gaat? Bestaat mijn "ik" ook uit moleculen? Zo nee, dan is er toch iets anders dan alleen materie? Zo ja, waar zit mijn "ik" dan in mijn lichaam? Dat moet aan te tonen zijn, anders is het wetenschappelijk niet gefundeerd.

Mijn voorstel: laten we gewoon doen, ons onderdompelen in het leven, elke dag weer, zonder al te afgebakende modellen of zienswijzen. Geef ons ruimte en vrijheid, in gedachten en gevoelens. Dat we mogen zijn wie we willen zijn.







Reacties

De tien boeken die op mij de meeste indruk hebben gemaakt, in volgorde van overrompeling.

1. Het proces - Franz Kafka

Ik had wel van Kafka gehoord, maar tot mijn 25e nog nooit iets van hem gelezen. Ik kreeg zijn verzameld werk als cadeau voor mijn verjaardag. Het was een schok van herkenning, zoals Gomperts dat zou noemen. De noodzaak, de dwingende tekst, het was waanzinnig. Het individu dat het helemaal alleen moet doen, aan zijn lot overgelaten, met steeds de dreiging van een vijandelijke omgeving. Het dreunde nog jarenlang in mij door. Gevolg was dat ikzelf in die periode niets meer op papier kreeg.

2. Het slot - Franz Kafka

De landmeter die erkenning zoekt, ongelooflijk zijn best doet, maar hier toch niet in slaagt. Het lot dat sterker is dan de wil tot slagen. Wat een kracht, wat een onomkeerbare zoektocht, overweldigend. Het maakte dat ik alles van Kafka ging lezen. De rest van zijn verhalen, al zijn brieven (en dat zijn er veel, hij schreef soms twee brieven op een dag), al zijn dagboeken. Fascinerend, verscheurend in eenzaamheid.

3. On the road - Jack Kerouac

In mijn studententijd ontdekte ik dit waanzinnige boek van Jack Kerouac. Ik woonde toen op de Prinsengracht in Amsterdam. De drang tot leven, tot het ontdekken van de bruisende vrijheid, dat sprak mij ontzettend aan. Wat een energie zit er in dit boek, wat een zoektocht om tot de bodem te gaan. Het paste in mijn leven in die tijd, van veel uitgaan, feesten, plezier hebben. De dreunende ritmes van de zinnen, als een soort voorloper van de hedendaagse rap, zullen me altijd bijblijven.

4. The catcher in the rye - J.D. Salinger

Dit boek heb ik pas laat ontdekt, zo'n 10 jaar geleden. Het maakte grote indruk op me. Ontroerend goed geschreven. Dit boek is een instituut in de wereldliteratuur. Gevoelvol maar niet sentimenteel. Heel knap die balans daartussen gevonden. Later heb ik zijn verhalen gelezen. Zijn minder van kwaliteit, naar mijn idee.

5. Schuld en boete - Fjodor Dostojevski

De thematiek is schokkend en ongelooflijk knap en invoelend uitgewerkt. De student Rakolnikov die met opzet een misdaad begaat, boete doet en uiteindelijk tot geestelijke inkeer komt. De prostituee Sonja die hem als enige begrijpt en onvoorwaardelijk aan zijn zijde blijft, de nauwkeurig beschreven angsten van Raskolnikov, je vergeet het niet gauw meer. Aangrijpend. Ik las dit boek toen ik een jaar of 35 was. Het is een dik boek, met ellenlange beschrijvingen van interieurs en omgeving, langdradige dialogen ook, daar moet je je doorheen slaan. Maar dat levert bij elkaar wel een meesterwerk op.

6. Amerika - Franz Kafka

De derde roman van Kafka, met een sterke opbouw van het zoekende individu in een nieuwe wereld (Amerika). Het boek zakt naar het einde toe opeens in, met een vreemde overgang naar een toestand met allerlei engelen (!), wat het niet tot een meesterwerk maakt als Het proces en Het slot. Het blijkt ook dat Kafka zelf met dit einde worstelde en het pas jaren later heeft voltooid. Niettemin, wat een kracht, wat een authenticiteit schuilt er in dit boek.

7. De gebroeders Karamazow - Fjodor Dostojevski

De tragische geschiedenis van een familie, met een domme, hardvochtige vader, drie broers en een stiefbroer. Het is tegelijk de geschiedenis van Rusland in de 19e eeuw, met zijn verschillende stromingen. De jongste religieuze zoon Aljosha, de oudste zoon Iwan, een oprechte humanist, wetenschappelijk ingesteld, en de middelste zoon Dimitri, een opvliegende militair. De vader wordt vermoord, de onschuldige Dimitri wordt hiervan verdacht en veroordeeld. Langdradig beschreven, dat wel. Meer dan 900 bladzijden. Het duurt wel even voor je daar doorheen bent. Het vraagt geduld, maar dat wordt beloond want het is een rijk, spannend en diepzinnig boek. Ik las dit toen ik zo'n 33 jaar was.
  
8. David Copperfield - Charles Dickens

Dit boek moest ik lezen voor mijn literatuurlijst Engels op de middelbare school. Ik was 16 jaar, bijna alleen maar met sport bezig (voetbal), dromerig van aard en gauw afgeleid. School vond ik saai, lezen vond ik stom. Dit boek raakte me. Ik had nooit verwacht dat een schrijver dit voor elkaar kon krijgen. Er ging een wereld voor me open. Ik leefde met de hoofdpersonen mee alsof ik ze persoonlijk kende. Vanaf toen las ik boeken uit de wereldliteratuur, van Tolstoj tot Flaubert, van Daphne du Maurier tot Marcel Proust. Mijn moeder klaagde in die tijd wel eens dat ze mij kon uittekenen met een boek in mijn hand.


9. Zen of de kunst van het motoronderhoud - Robert Pirsig

Dit was een cultboek eind jaren zeventig. Ik las het een paar jaar later, begin jaren tachtig. De motortocht die de hoofdpersoon met zijn zoon dwars door de Verenigde Staten maakt is niet alleen een metafoor. De intentie waarmee het beschreven is, voelt als puur aan. Ja, zo'n boek beklijft, ook tientallen jaren later nog.


10. Dubliners - James Joyce

Deze verhalenbundel over gewone mensen in de stad Dublin, het debuut van James Joyce, greep mij aan omdat het zo direct en eerlijk is geschreven. Vanuit het hart, zonder al te veel poespas. Het maakte dat ik na lange tijd weer begon te schrijven, ik was 37 jaar. Hierna las ik van James Joyce A portrait of the artist as a young man, ook indrukwekkend goed. Daarna Ulysses, maar daar kwam ik niet doorheen.




















Reacties

Het is een steeds weer terugkerende discussie: wat is gezonder, zelfgemaakt eten of uit de supermarkt gehaalde kant- en klaarmaaltijden? Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat het niet uitmaakt, dat er bij beide manieren evenveel vitamines en voedingsstoffen in het eten zitten. Dit onderzoek is meestal gedaan op een universiteit, dus wie zou hieraan twijfelen.

Toch, iedere fijnproever proeft wel degelijk een verschil. Voedsel uit blik of potten smaakt gewoon flauw. Kant- en klaarmaaltijden zijn haast niet naar binnen te werken. Wanneer je dat vergelijkt met het eten in je favoriete restaurant, of bij die kennis of familielid die urenlang in de keuken de fijnste gerechten weet klaar te maken, dan is het duidelijk. Iets is anders. Wat dat is?
Wetenschappers, die alleen de moleculen van dit en van dat meten en tellen, zeggen dat het tussen je oren zit, je verbeeldt het je. Immers, de inhoud is hetzelfde. De rest is suggestie, zeggen zij. Zelf zeg ik, de kwantiteit is misschien hetzelfde, maar de kwaliteit van eten verschilt.

Dan kom je bij het begrip kwaliteit. Het probleem is, je kunt het niet meten, althans niet wetenschappelijk. Maar je kunt het wel ervaren.
Wat maakt dat een schilderij van bijvoorbeeld Raphaël je raakt? Stel dat iemand precies dezelfde hoeveelheid verf gebruikt in dezelfde percentages kleuren, levert dat dan ook een even mooi schilderij op? Ik denk het niet. Waarmee ik duidelijk wil maken dat de hoeveelheid van een stof (= kwantiteit) weinig zegt over de kwaliteit. Deze laatste heeft te maken met de intentie waarmee er (in dit geval) geschilderd is. Oftewel, de bezieling van de kunstenaar. Die voel je, die beleef je. Iets van zijn persoon is in het werk gestopt.

Dat geldt ook bij de bereiding van eten. Wat kenmerkt een goede kok? Betrokkenheid en aandacht, authenticiteit, en vooral heel veel liefde voor het product. Dat onderscheidt de ene kok van de andere. Gedachteloos een maaltijd in elkaar flansen leidt nooit tot een smakelijke maaltijd, al zitten er nog zoveel vitamines en mineralen in. Dit doortrekkend naar kant- en klaarmaaltijden: het is de gemakzucht, de weinig persoonlijke betrokkenheid die dit soort eten zo flets laat smaken. Naar mijn mening. Het is gevoelloos gemaakt, in de onpersoonlijke omgeving van een fabriek, veelal door robots bestuurd. Je proeft de onmenselijkheid. Ten minste, ik proef dat.

Toch, voor je lichaam maakt dit niet uit, zal de wetenschapper zeggen. Je krijgt immers de noodzakelijke voedingsstoffen naar binnen, dat is in het laboratorium aangetoond. Ja, lichamelijk wel. Maar een mens is niet alleen lichaam. Zeg ik. Er is ook nog zoiets als een ziel of geest. Deze wordt gevoed vanuit de omgeving door liefde en aandacht. Dit zijn hele andere processen, niet wetenschappelijk te meten, maar wel voelbaar. Koken is een kunst.    

Der Mensch ist was er isst, zei Feuerbach al in 1850, hoewel in een iets andere context bedoeld. De mens is wat hij eet. De kwaliteit van ons eten bepaalt (mede) onze kwaliteit van leven. Dit houdt in dat niet alleen de manier van bereiden belangrijk is, maar ook de manier waarop het voedsel in beginsel tot stand komt. Gebeurt dit zo natuurlijk mogelijk, dat wil zeggen zo veel mogelijk in evenwicht met de natuurlijke omgeving, met veel menselijke aandacht, dan verhoogt dit de kwaliteit. Het gebruik van kunstmest en gif in de landbouw zal dit niet bevorderen. Evenals de omstandigheden in de bio-industrie, voor de vleeseters onder ons. Al het leed dat de dieren daar wordt aangedaan komt min of meer als geestelijk voedsel in onze magen terecht. De varkens die nooit natuurlijk daglicht zien, veel te dicht op elkaar zitten, de koeien bij wie de kalfjes direct na de geboorte weggehaald worden, de hormonen waarmee al die dieren ingespoten worden, dat soort dingen, daar word je niet echt vrolijk van. Hierover nadenken maakt je al haast een beetje depressief. Laat staan hoe dit "kil bereide" voedsel door ons lichaam verteerd wordt en op ons gemoed in zal werken.

Natuurlijk, er zijn veel andere aspecten die onze kwaliteit van leven bepalen. Dat is bij elkaar een complex gebeuren. Maar de manier waarop wij eten, hoe dit bereid wordt, vanaf het begin van de voedselketen tot het moment dat het op ons bord ligt, mag best wat meer aandacht krijgen. Lang leve de koks in ons land die elke dag weer hun best voor ons doen!


Reacties

Het boek stond al een tijdje bij ons in de boekenkast, ik weet niet hoe we er aan gekomen zijn. Waarschijnlijk gekregen van iemand. Op een mooie zondagochtend (gisteren dus) begon ik er in te lezen. Ruim twee uur later had ik het uit. Een goed boek!

Het verhaalt over de 15-jarige Christopher, een zwaar autistische jongen die in een klein plaatsje in Engeland woont. Het is geschreven in de ik-vorm, wat ervoor zorgt dat je helemaal in de beleving van zo'n jongen mee kunt gaan. Aanleiding voor Christopher om een soort van dagboek te schrijven is de dood van de hond van de buren. Deze is vermoord. Christopher neemt zich voor deze moord op te lossen. De dader zal gevonden worden!

In zijn zoektocht naar de dader komt hij op het spoor van meerdere geheimen. Deze hebben nogal wat voor gevolgen, zowel voor hemzelf als voor zijn omgeving. Er ontwikkelt zich een redelijk spannend verhaal.
Los van dit familieverhaal is het een authentiek aandoende beschrijving van de belevingswereld van een zwaar autistische jongen. Enerzijds is hij briljant in wiskunde, heeft hij een fabuleus geheugen, anderzijds is hij niet in staat in contact te treden met zijn omgeving. Hij wil bijvoorbeeld niet aangeraakt worden, zelfs niet door zijn ouders. Hij kan niet tegen veel indrukken tegelijk, dan krimpt hij in elkaar, gaat kreunen of gillen. Zijn omgeving wordt hier stapelgek van, dat blijkt wel uit de beschrijvingen. Zijn gedrag schopt heel wat levens door elkaar. De enige die hem begrijpt en grip op hem heeft is een lerares op zijn school voor speciaal onderwijs, Siophan geheten. De rest bedoelt het wel goed, maar kan niet of nauwelijks overweg met zijn zeer gecompliceerd gedrag.

Hoewel de thematiek ernstig en invoelbaar is, zit er veel humor in het boek. Treffende beschrijvingen ook. Zoals de anekdote die Christopher vertelt wanneer een econoom, iemand met gevoel voor logica en een wiskundige in een trein in Schotland zitten en in een weiland een bruine koe zien staan. Kijk, koeien in Schotland zijn bruin, zegt de econoom. Nee, zegt de man met gevoel voor logica, er is één koe in Schotland die bruin is. Nee, zegt de wiskundige nu, er is één koe in Schotland die aan één kant bruin is. Waarmee volgens Christopher de wiskundige als enige de waarheid spreekt. 
Het kenmerkt zijn manier van denken en waarnemen. Hij ziet alleen buitenkanten. Het probleem is dan ook, hij kan niet filteren. Hij ziet alle buitenkanten die aanwezig zijn, alle details ook. Wat steeds weer te veel is om te omvatten. 

Iedereen die iets meer van autisme af wil weten, zou dit boek moeten lezen. Verplichte kost!





Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl