Weblog van Fred Tak
Laatste artikelen

Zelf rijd ik graag in een auto. Met versnellingen, want dat geeft me het gevoel van handelen en rijden tegelijk. Een automaat vind ik niks, veel te saai.
Per jaar leg ik zo'n 20.000 kilometer af, schat ik. Dat is een half keer de aarde rond.

Daarnaast fiets ik bijna dagelijks naar mijn werk, terwijl ik op vrije dagen soms per fiets even de stad inga. Bij elkaar leg ik daarbij in één jaar zo'n 2500 kilometer af. Verder loop ik elke dag trappen op en af, in ruimtes heen en weer, en wandel ik soms door het park hier vlakbij. Bij elkaar is dat zo'n 2000 kilometer in één jaar.

Bij elkaar leg ik dan een afstand van zo'n 24.500 km in één jaar af. Maar, waar de
meeste mensen niet bij stilstaan, je hoofd legt meer meters af dan je voeten! Voor mij persoonlijk betekent het zo'n vier meter per jaar. Dat geeft natuurlijk een raar gevoel, alsof je voeten een beetje achterblijven.

Hoe dat kan? Je beschrijft tijdens je autoritten (maar ook tijdens het fietsen en lopen) een cirkelvorm. Want de aarde is rond. Maar die cirkelvorm is zo groot dat je dat niet merkt. De buitenkant van een cirkel legt meer afstand af dan de binnenkant. Als je in de auto zit, bevindt je hoofd zich ongeveer één meter hoger boven de aarde dan je voeten. Je hoofd is de buitenkant, je voeten de binnenkant. 

De omtrek van een cirkel is 2 x π x straal (π = 3,14...). Wat je hoofd extra aflegt ten opzichte van je voeten (in een halve cirkel) is dus π x afstand tussen hoofd en voeten = π x 1 meter = 3,14 meter. Bij fietsen en lopen is de afstand tussen hoofd en voeten meer, bijna twee meter. In mijn situatie legt mijn hoofd dus in één jaar totaal zo'n vier meter meer af dan mijn voeten.

Wanneer wij ons verplaatsen worden wij dus telkens een beetje uit elkaar getrokken. Piloten zullen daar nog meer last van hebben. En stewardessen. En zakenlui die veelvuldig met het vliegtuig reizen. En vrachtwagenchauffeurs, buschauffeurs, mensen die dagelijks op de trein zitten. Je kunt je afvragen welke invloed het op dit soort mensen heeft.
Zelf zit ik graag in mijn luie stoel een beetje voor me uit te mijmeren. Dat houd ik uren vol. Misschien, bedenk ik nu, om weer een beetje in mezelf te kunnen schuiven.



Reacties

Voor het eerst in mijn leven heb ik een paar schilderijen van Rafaël in het echt gezien. Het waren er slechts drie, maar dat is voorlopig genoeg. Zo indrukwekkend zijn ze. Ik hoef nu niet naar Italië af te reizen.
Per toeval waren we in het Rijksmuseum Twenthe beland, waar van 11 februari t/m 18 juni 2017 een speciale tentoonstelling, genaamd “In het hart van de Renaissance”, plaatsvindt. We wilden met z’n vieren een dagje naar Breda, maar omdat het weer in het westen van het land regenachtig zou zijn, en in het oosten relatief warm en zonnig, besloten we onze plannen te wijzigen en naar Enschede te gaan. Waar we achteraf geen spijt van hadden.
Om een uur of twaalf zaten we al op een terras in het centrum gezellig van de zon te genieten. Een leuk plein met veel horeca. ’s Avonds zouden we daar ook gaan eten.
Het museum zelf is niet echt groot. De tentoonstelling van de Italiaanse Renaissance schilders nam de meeste plaats in.

    
                                        De drie tentoongestelde schilderijen van Rafaël
 
Behalve de drie van Rafaël waren er schilderijen te zien van Titiaan, Tintoretto, Moretto, Savoldo, Moroni en anderen. Allemaal bijbelse taferelen die mij erg aanspraken. De kleuren, de serene gelaatsuitdrukkingen, de zachtheid waarmee er geschilderd is, heel mooi.


Later hebben we nog museum TwentseWelle bezocht, door de nieuwe wijk Roombeek gelopen, met al z’n moderne nieuwbouw: niet mooi, wel apart en gedurfd. Vreemd idee dat hier de bekende vuurwerkramp heeft plaats gevonden (13 mei 2000).  Wat een groot gebied. Wat moet dat een enorme verwoesting zijn geweest. Welk een tragiek ligt er nog onder de grond.

Toen we ’s avonds terug naar Arnhem reisden, bleek dat het daar al lange tijd flink geregend had. We hebben geluk gehad, in Enschede was het de hele dag heerlijk zacht weer geweest. Geen spatje regen gezien. Toen we ons huis binnenstapten, kwam de regen zelfs met bakken uit de hemel.









Reacties (3)

Er is een treffend onderzoek van de primatoloog Frans de Waal naar de sociale omgang onder apen. Twee apen zitten naast elkaar in aparte kooien en krijgen voor een geleverde prestatie steeds een stukje komkommer. Ze zien dit van elkaar en zijn beide tevreden. Tot de ene aap voor dezelfde prestatie ineens een druif krijgt. De andere aap ziet dat, krijgt nog steeds een komkommer en wordt woest. Hij wil ook een druif! Hij rukt aan zijn kooi en smijt zijn beloning, het stukje komkommer, weg. Dan nog liever niets, lijkt hij te denken. Zie: https://www.youtube.com/watch?v=meiU6TxysCg

Hier moet ik vaak aan denken als ik de verkiezingen in Nederland volg. Veel mensen denken dezelfde rechten te hebben als anderen. Ze spiegelen zich aan degenen die zij in de media zien verschijnen. Dat zijn politici, presentatoren van tv-programma's, sporters, artiesten, intellectuelen. En die hebben het financieel beter voor elkaar dan de uitkeringstrekkers, werkelozen en de laagopgeleiden in ons land. Toch hebben de laatst genoemde groepen het niet echt slecht. In vergelijking met mensen uit de Derde Wereld zijn ze zelfs rijk. Maar dat ervaren ze niet zo. Want ze kijken steeds weer naar degenen die hier "de druiven" toegeschoven krijgen.
De afgunst is dan ook groot. Ze zijn stinkend jaloers. Ze zouden zelf graag rijk willen zijn, daar hebben ze recht op, menen ze. Al die zakkenvullers uit Den Haag (politici), van de Nederlandse Publieke Omroep zoals Matthijs van Nieuwkerk en Paul de Leeuw: schandalig wat zij verdienen. Waarom zij wel en wij niet? Dat het aan hun eigen beperkingen ligt, komt niet bij hen op. Nee, het komt door... En dat vinden ze wel een zondebok. Al die asielzoekers bijvoorbeeld die zomaar gratis een huis krijgen toebedeeld, met geld voor inrichting en al. Dat die asielzoekers een lening aangaan en later alles terug moeten betalen, vertellen ze er niet bij. Ook de moslims vormen een dankbare pispaal.

Nietzsche wees al op deze onvrede onder de burgers als groot gevaar voor de democratie. Als mensen van jongs af aan wordt geleerd dat iedereen gelijke rechten heeft, pikken ze het niet als er ongelijkheid ontstaat. Ressentiment, noemde hij deze afgunst van de zogenaamd kanslozen. Menno ter Braak heeft hier in de dertiger jaren van de vorige eeuw, toen er ook zo'n grote onvrede was onder de burgerbevolking, al over geschreven. Hij was terecht bang voor de ontstane volkswoede. Toen waren de Joden de zondebokken.
Wat zich het volk noemt wil wraak nemen op zij zien als "de elite". Hun drijfveer is regelrechte haat. Overal waar de machthebbers (de rijken) voor staan moet vernietigd worden. Er is sprake van een complot om hen (het volk) te onderdrukken. Het officiële nieuws is nep, rechters zijn niet onafhankelijk, zelfs ons parlement is nep. Alles moet anders. Alles moet door een sterke leider vervangen worden. Ze hopen op een Nexit, opheffing van de EU, geen asielzoekers meer, geen islam, grenzen dicht. Dat de economie daardoor instort en iedereen het financieel aanzienlijk slechter krijgt, weten ze ook wel. Maar dat nemen ze op de koop toe. Als ze die elite maar klein krijgen. Dat die het zullen voelen en ervaren. Er moeten koppen rollen. Het volk weer aan de macht.

Een gevaarlijke ontwikkeling, die nietsontziende volkswoede. Omdat ze niet voor rede vatbaar is. Argumenten helpen niet. Het zijn allemaal boze emoties die uiteindelijk tot chaos en desintegratie zullen leiden. Degenen die de harmonie en samenwerking zoeken, krijgen het het meest te verduren: de politici die proberen te redden wat er te redden is. De grootste drek wordt over hen uitgestort. Schelden, doodsbedreigingen, het lijkt de gewoonste zaak van de wereld.

De oplossing? De aap uit het onderzoek die een druif krijgt zou deze ook kunnen delen met de andere aap. Mensen zouden dat moeten kunnen. Apen lukt dat kennelijk niet.
Het is inderdaad zo dat bepaalde rijke mensen (voetballers!) niet altijd even integer met hun rijkdom omgaan. Ze zetten hun geld bijvoorbeeld op banken in belastingparadijzen. Verder, multinationals betalen in Nederland maar heel weinig belasting. Veel minder dan de gewone burger. En, de monopolistische farmaceutische industrie verdient veel te veel geld over de ruggen van de belastingbetaler. Daarnaast is er de bankwereld, evenals de verzekeringswereld, waar men uitsluitend aan zichzelf denkt en niet aan de belangen van burgers. 
Dit zijn slechte voorbeelden voor de moraal van mensen. Dus, aan de andere kant, hun gedrag valt ook wel te begrijpen.



Reacties

Dansende vlekken is alles wat ik zie. De zon probeert elke dag weer door te breken. De golfslag van het water helpt natuurlijk niet mee. Het zonlicht schittert alle kanten op. Het riet naast mij wuift sloom opzij, evenals het wier dat zich aan mij vast probeert te grijpen. Af en toe schuift er een school vissen langs. Ze kijken niet naar mij om. 
Er is gedregd, tot op een paar meter van waar ik lig. Ik heb er vrede mee dat men mij niet vindt, ik krijg ten minste rust nu. Al is het een andere rust dan ik mij had voorgesteld.

Het waren hectische dagen, samen met Bruno. Het is nog zo kort geleden dat we elkaar ontmoetten in de illegale goktent van Zwarte Hans, als een soort van blind date. Het vele geld dat hij voor mij neertelde. Ik had geen flauw idee wie hij was. Maar het was liefde op het eerste gezicht. O ja, zoals hij mij meenam naar zijn vrienden. Ik maakte indruk op hen, dat was duidelijk, ze waren sprakeloos. Ik denk dat ze Bruno flink benijdden.
Zoals Bruno mij op zijn kamer, zodra we alleen waren, liefdevol streelde. Ik had dat niet eerder meegemaakt. Minutenlang ging hij ermee door, tot zijn vingers er bijna van bloedden. Ik vond het reuze spannend.
Toch deugde hij niet, dat wist ik al gauw. Hij kwam in de verkeerde tenten, had te veel geld, was verwikkeld in allerlei duistere zaakjes. Het liet mij aanvankelijk koud, tot het moment dat hij mij meenam naar zijn nachtelijke afspraken. Ik voelde me niet op mijn gemak. De manier waarop hij zich aan mij vastklemde wanneer hij onderhandelde met een of ander louche figuur. Ik voelde zijn vochtige hand, ik rook zijn angst. Dat het een keer mis zou gaan, had ik moeten zien aankomen. Maar ja, je bent naïef en wilt er niet te veel over nadenken. Als je van tevoren alles weet, tja, dan heb je geen leven meer. Zoals ik nu, op de bodem van de vijver.

Die avond was Bruno erg zenuwachtig. Het was herfstig weer, schrikachtig fris. De bladeren in het park lagen dik bezaaid te vergelen op de paden. Er was een opstootje. Eén van de mannen die ik herkende als een vriend van Bruno schold een kleine, nogal dikkige man uit en duwde hem half van zijn bank opzij. De man maakte afwerende gebaren en brabbelde iets onverstaanbaars. Zijn vlassig haar viel half over zijn beslagen brilletje. Hij zag er verfomfaaid uit.
Ineens stapte Bruno grimmig naar voren. De man kwam overeind, wilde Bruno de hand schudden, maar het was te laat. Bruno pakte mij ruw beet en stak in één keer, zonder enige waarschuwing, keihard toe.
Het was heftig. Dat gevoel van hoe ik dat vette vlees doorboorde, tot in die brij van verteerd voedsel, bloed en darmen. De lauwe warmte daar, waar ik echt de rillingen van kreeg. Dat ik tot dit soort dingen in staat was. Br, ik walgde van mezelf.
Na een soort van gorgelgeluid dat vreemd tussen de bomen echode en daarna wegstierf in de avond, was het even stil. Zelfs de druilerige wind hield zich in. Een volgend moment hoorde ik een dom gegiechel, waarna iedereen het op een lopen zette.
 
Bruno hield mij nog altijd vast, hij hijgde. Ik voelde het bloed langs mijn lemmet lopen. Op een breed gedeelte van het pad wierp hij mij zonder aankondiging de lucht in. Hij had genoeg van mij, dat was duidelijk. Ik was immers een moordenaar!
Als een volleerde vliegenier zeilde ik over de vlierbessenstruiken heen richting vijver. Kijk mama, zonder handen, wilde ik roepen, melig geworden door alle spanningen. Maar er was al een plons en als een baksteen zonk ik naar beneden.

Erg diep was het niet. Met mijn punt boorde ik mij in de zachte grond. Ik zat vast, alleen mijn heft stak boven de bodem uit. Mijn heft dat zo lang en liefdevol door Bruno was gekoesterd en vastgehouden.
Zo lig ik hier, wachtend tot men mij alsnog vindt. Dag in, dag uit, met de dansende vlekken boven mij. Bruno zal ik nooit meer zien.

 
















Reacties

Er is niets mis met mij, zegt ze
ik ben niet verdwaald, mijn lichaam
is een snelweg, af en toe vlieg ik gewoon de bocht uit.

U noemt dat hormonen, maar al dat verkeer
mijn ongeduld bij stoplichten, filevorming, de afritten
die 
ik door niet op te letten mis, u kent dat niet.

De jongen met rugzak die daar langs de kant
staat te liften, ik zal hem meenemen, we zullen
verliefd worden, trouwen, kinderen krijgen
u zult versteld staan hoe mijn leven zich voltrekt.

U kunt mij niet bijhouden, uw verkalkte gedachten
zijn de witte steentjes die ik op het wegdek achterlaat.












Reacties

Piet Keizer is overleden, op de leeftijd van 73 jaar. Hij was een van de beste voetballers die Nederland ooit heeft voortgebracht. Hoewel niet iedereen dat weet. Wat te maken heeft met zijn karakter buiten het veld: bescheiden, goedaardig, niet op de voorgrond tredend.
Binnen het veld was hij een virtuoos, een echte linkspoot. Bekend om zijn schaar, zijn dubbele schaar en andere weergaloze schijnbewegingen waarmee hij verdedigers horendol kon draaien. Ook had hij een verwoestend hard schot. Vrije trappen van hem vlogen regelmatig in de kruising van het vijandelijke doel.

Hij was geliefd, zowel bij het Amsterdamse publiek (hij speelde zijn hele leven voor Ajax) als bij zijn medespelers. Pietje, Pietje, scandeerde het hele stadion (De Meer) wanneer hij weer eens aanlegde om een vrije trap te nemen. Dat brak hem op een gegeven moment wel op. Jarenlang was hij de natuurlijke aanvoerder van het succesvolle elftal van Ajax. Tot trainer Rinus Michels zijn oogappel Johan Cruijff naar voren schoof om de aanvoerdersband over te nemen. Cruijff was in alles de tegenpool van Piet Keizer: brutaal, eigenwijs, altijd de publiciteit zoekend, grote bek naar scheidsrechters (wat hem heel wat gele en rode kaarten opleverde), elke week op de stoep staand bij voorzitter Jaap van Praag om salarisverhoging te eisen.
De spelers van Ajax waren niet blij met het aanvoerderschap van Cruijff en eisten dat Piet Keizer dat weer werd. Cruijfff en Rinus Michels moesten bakzeil halen. Piet Keizer, hekel aan ruzie als hij had, stemde pas na lang aandringen in om weer aanvoerder te zijn. Maar het kwaad was geschied. Cruijff en Michels zouden een levenslange wrok jegens hem koesteren.

Dit kwam tot uiting bij het WK in West-Duitsland 1974. Piet Keizer, op het hoogtepunt van zijn carrière, werd alleen in het onbelangrijke groepsduel tegen Zweden opgesteld. De beste linksbuiten die Nederland ooit heeft gehad werd zelfs in de finale niet opgesteld toen zijn vervanger Rob Rensenbrink geblesseerd moest afhaken. In plaats daarvan werd de snelle, maar wat onhandige rechtsbuiten René van der Kerkhof opgesteld. Op links nota bene, waar hij nog nooit had gespeeld.
Nederland verloor toen met 2-1, mede ook omdat de beste Nederlandse keeper aller tijden, Jan van Beveren, van Cruijff en Michels niet mee mocht naar het WK. Ze moesten hem niet, omdat hij als enige Cruijff tegen durfde te spreken. Het schot van Gerd Müller dat de 2-1 betekende, had van Beveren zeker gestopt, geweldige lijnkeeper als hij was. Cruijff zelf, tot dan toe de smaakmaker van het toernooi met fraaie dribbels en af en toe geniale passeerbewegingen, stelde erg teleur in deze finale. Het enige dat opviel was zijn oeverloze gekwek tegen de scheidsrechter.

Na dit WK is Piet Keizer direct gestopt met voetballen. Hij heeft zelfs nooit meer een bal aangeraakt, zo teleurgesteld was hij. Toch heeft hij zich nooit negatief over Cruijff of Michels uitgelaten. Zo was hij dan ook wel weer. In feite was hij te aardig voor de jungle die de voetbalwereld heet te zijn.






Reacties
Soms maken we vanuit ons huis een wandeling door het nabijgelegen park Sonsbeek hier in Arnhem. Van daaruit steken we over naar park Zypendaal, lopen we langs het kasteeltje en gaan dan door park Gulden Bodem om wat bij Trix te drinken. Soms lopen we nog door tot Warnsborn. Het mooie is, het is allemaal (aangelegde) natuur. We hebben een heerlijk uur gelopen en zo'n 5 kilometer afgelegd. Ten minste, dat laatste denken we.
 
Maar, de door ons afgelegde afstand is veel groter. De aarde staat namelijk niet stil, ze draait om haar as. Eén rondgang doet ze in 24 uur. Dat levert voor onze breedtegraad een snelheid op van ongeveer 800 km/h. Met diezelfde snelheid draaien wij, al wandelend, ook rond. In dat ene uur van onze wandeling hebben we dus zo'n 800 km extra afgelegd. 
Maar, de aarde draait op haar beurt rond de zon. Eén rondgang duurt een jaar. Met behulp van de afstand zon-aarde kun je dan uitrekenen dat de aarde-snelheid rond de zon ruim 100.000 km/h is. In dat ene uur van onze wandeling hebben we bovenop die 805 km nog eens zo'n 100.000 km extra afgelegd.
Maar, onze zon met aarde vormt tezamen met de andere planeten ons zonnestelsel. Ook dit zonnestelsel ligt niet stil. Ze beweegt met een snelheid van zo'n 70.000 km/h langs de bewegende spiralen van de Melkweg. Dus hebben we tijdens onze wandeling naast die 800 km extra, die 100.000 km extra, nog eens zo'n 70.000 km extra afgelegd.
Maar, die bewegende spiralen draaien op hun beurt weer om het centrum van de Melkweg, met ongeveer een snelheid van 800.000 km/h. Dus naast die 800 km extra, die 100.000 km extra, die 70.000 km extra, komt daar nog eens zo'n 800.000 km bij.
 
Maar, de Melkweg zelf schiet met een snelheid van ongeveer 2.100.000 km/h door het heelal. In dat ene uur van onze wandeling zijn we dus 2.100.000 km verder het heelal in gekomen. En hebben we bij elkaar een afstand afgelegd van:
5 + 800 + 100.000 + 70.000 + 800.000 + 2.100.000 km= 3.070.805 km.
 
In dat ene uur hebben we dan meer dan drie miljoen kilometer afgelegd ten opzichte van een stilstaand punt in de ruimte. Het valt te begrijpen dat we dan op het terras van Warnsborn best wel een flinke versnapering verdiend hebben. Wat een prestatie, als je er een beetje bij stilstaat. Wat we natuurlijk niet doen, ha.

Reacties

Vanavond zei Gerrit Hiemstra tijdens zijn weerpraatje: "Morgen wordt het vies koud weer."
Laat ik nou zelf van koud vriezend weer houden. Wie weet wordt het dit weekend schaatsen op de Immerlose plas alhier. Ik verheug me er nu al op. Mijn eigen reactie was: "Ha, morgen wordt het heerlijk koud weer."
Met andere woorden, een weerbericht hoort dit soort persoonlijke belevingen niet weer te geven. Geef aan hoeveel graden het wordt, dat het kouder wordt, maar vies? Nee, bah. 

Reacties

Erik Verlinde heeft de natuurkunde op zijn grondvesten doen schudden met zijn theorie dat zwaartekracht geen fundamentele eigenschap van de natuur is. Er zit nog iets onder. Isaac newton vermoedde dit al, Einstein voerde het begrip ruimtetijd in om de effecten van de zwaartekracht te verklaren. Maar toen had men nog wel zoiets als donkere energie en donkere materie nodig om de bestaande zwaartekrachtswetten te laten werken.

Volgens de nieuwe theorie van Verlinde kan die donkere materie en energie overboord gegooid worden. Gelukkig maar, want het was een gedrocht. Er werd iets verzonnen wat er niet was. Ook de oerknal staat wat hem betreft ter discussie. De basis van zijn theorie is dat alles in de natuur opgevat kan worden als een hoeveelheid informatie. Die hoeveelheid verandert niet, wel de manier waarop deze is vastgelegd. Bijvoorbeeld, in de buurt van een zwart gat wordt alle materie opgezogen en ineengedrukt, dus vernietigd. Er lijkt informatie te verdwijnen. Maar het zwarte gat zet iets uit, wordt groter, precies in die mate als er informatie aan materie in wordt opgenomen.

Resteert de vraag, wat is informatie? Daar is moeilijk een antwoord op te geven. In ons alledaags taalgebruik kun je informatie gelijkschakelen aan het nieuws dat ons bereikt. Maar in de exacte wetenschap wil men kunnen rekenen met getallen. De meest kleine informatie is dan wel of niet, één of nul. Conform zoals onze digitale wereld momenteel in elkaar zit, alleen met enen en nullen. De kleinste hoeveelheid informatie zou dan precies in de kleinste denkbare ruimte, de zogenaamde Planckruimte, passen. Er zijn experimenten gedaan, onder andere door de fysicus Lucas Celéri, waarbij informatie onttrokken werd aan een systeem waarbij vervolgens warmte ontstond. Hiermee kon Celéri berekeningen uitvoeren hoeveel informatie er zich in een systeem bevindt. Maar wat informatie precies is kan ook hij niet definiëren.  

Je merkt dat je bij het dieper duiken in de fundamenten van de natuurkunde steeds meer op de grenzen van begrip en taal stuit. Onze ideeën over hoe de wereld in elkaar zit schuiven steeds weer op, parallel aan hoe wij de wereld zien en beleven. Drukten we eerst alles uit in arbeid en energie (19e eeuw), stond de wereld op z'n kop met de ontwikkeling van de relativiteitstheorie (begin 20e eeuw) en de quantummechanica (rond 1930), steeds zie je de aansluiting met de maatschappelijke ontwikkelingen van die tijd. En nu, in het computertijdperk, probeert men de natuur uit te drukken in termen van informatiebits. En in aansluiting op de ontwikkeling van de quantummechanica, in quantumbits, ook wel qubits genoemd, die overigens wel de toekomst hebben. De komende decennia zullen quantumcomputers voor een nieuwe technische revolutie zorgen.

Zijn we daarmee op het einde van onze zoektocht? Nee, ook informatie is slechts een uiterlijke vorm van iets wat fundamenteler is. Zo zie ik het tenminste. Wat er volgens mij nog weer onder ligt is de werking van onze eigen gedachten. Onze gedachten scheppen de wereld zoals die zich aan ons voordoet. Dus ook alle informatie die voorhanden is. Er is natuurlijk een wisselwerking, een continue uitwisseling. We denken mee met anderen, met de wereld om ons heen. Maar gedachten vormen de basis van hoe de wereld fundamenteel in elkaar zit. Denk ik (heel bescheiden).
Het zal moeilijk aan te tonen zijn, maar als we willen, met andere woorden, wanneer wij en onze gedachten daar rijp voor zijn, kunnen we ook dat concreet bevestigd zien. Zelfs door middel van experimenten.
Onze gedachten waren, zijn en worden de wereld. Amen (zegt hij met een langzaam wegstervende stem).






Reacties (2)

Dat er nog een vervolg op de Harry Potter reeks zou komen was een verrassing. Die is er nu, in de film Fantastic Beasts and Where to Find Them.
Je zou verwachten dat men zo'n 30 jaar in de tijd vooruit zou gaan, bijvoorbeeld om te zien hoe het met de kinderen van Harry Potter vergaat. Maar nee, men is terug in de tijd gegaan, naar het jaar 1926.

De jonge Britse tovenaar Newt Scamander, van Zweinstein inderdaad, waar Perkamentus toen al de scepter zwaaide, belandt voor een korte tussenstop in New York. Hij heeft net zijn wereldwijde excursie voor het vinden en vastleggen van een bijzondere collectie fabeldieren afgerond. Daar in New York gaat echter van alles mis. Een aantal fabeldieren ontsnapt uit zijn koffer. De stad wordt geteisterd door een mysterieuze obscurius, een gewelddadige stofwolk die alles vernietigt wat op zijn pad ligt. Het blijkt dat de voormalige vriend van Perkamentus, Grindelwald, op de kracht van deze obscurius uit is om zijn eigen macht te vergroten. Er ontstaat een strijd met Newt Scamander in de hoofdrol. Uiteindelijk wordt Grindelwald (10 seconden Johnny Depp) ontmaskerd en komt alles goed.

De kracht van de film ligt in de speciale effecten, die in 3D nog sterker uitkomen. Inderdaad zijn de fabeldieren fantastisch vormgegeven. Er zit veel onderkoelde Britse humor in de film. De olijke dreuzel (nomagie heet zo iemand in de VS) Jacob maakt het verhaal vermakelijk en aannemelijk. De vier hoofdrolspelers zijn overtuigend in hun rollen.
Het enige wat je op de film aan zou kunnen merken, is het verhaal. Dat is wat mager. Het beklijft ook niet echt. Het is amusement, van een hoog niveau, dat wel.

 

Cijfer: 7,5

 



Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl