Weblog van Fred Tak
Laatste artikelen

Volgens Kant hebben we tijd
en ruimte verzonnen
om grip te krijgen op de wereld om ons heen.

Als dat zo is
laat dan dit moment
dat jij half voorover geleund
met je ellenboog op de kussens van de bank
naar buiten zit te kijken, met vochtige ogen
die alles omvatten wat ik ooit
kan liefhebben
laat dan dit moment
stilgezet worden
in de keten
van nu en nooit vergeten.

Dit stille ademen, deze hartslag
dat het vastligt

voor later, als schildering
op de witte muren van mijn toekomst.

Oh, laat mij jou
elke dag opnieuw ve
rzinnen.



















Reacties

Je ziet het sommige profvoetballers wel doen. Voor een wedstrijd of na het maken van een doelpunt slaan ze een kruisteken en kijken even omhoog de lucht in. Vaak zijn dit spelers uit Italië of Zuid-Amerika. Wij als nuchtere Nederlanders vinden dit raar. We zien het als een soort van bijgeloof waaruit wij ons al lang ontworsteld hebben. Terug te voeren op hun geloof in een almachtige God die onze daden bij kan sturen, denken wij te weten.
Inderdaad, christelijke mensen beginnen hun gebed met zo'n zelfde kruisteken, daarbij prevelend: In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Verwijzend naar de heilige drie-eenheid, die zo'n belangrijke rol speelt in het christendom. Symbool voor onze hemelse oorsprong (de Vader), onze wordende persoonlijkheid op aarde (de Zoon), en de vervulling die ons weer één met de hemel zal maken (de Heilige Geest).

Maar het kruis als symbool is veel ouder dan het christendom. Het slaan van het kruisteken om die reden ook. Het is van oudsher een heel fysiek gebeuren dat onze wezensdelen met elkaar verbindt.
Eerst leg je je rechterhand op je voorhoofd. Hier zetelt je denken, jouw manier om de wereld waar te nemen en te interpreteren. Daar maak je met dit gebaar verbinding mee. Vervolgens breng je je hand naar je maagstreek. Het is de plek waar je gevoelens zich bevinden. Tot nu is het een verticale beweging die je maakt. Je gaat van boven naar beneden. Ofwel, als symboliek, van het hemelse naar het aardse, van de geest naar het lichaam.
Je maag ligt zo ongeveer tussen je hart en je buik. Je buik vertegenwoordigt de plek waar je onverwerkte emoties liggen opgeslagen, je trauma's, kortom het stukje duisternis in jezelf. Je hart is de plek van liefde, ruimte en begrip voor jezelf en de wereld om je heen. Je kunt ook zeggen, je vertroebelde, lagere ik zit in je buikstreek. En je onbaatzuchtige, hogere ik in je hart. Met deze ene beweging maak je contact met deze twee hoedanigheden in jezelf.*

Vervolgens sla je je hand op je linkerschouder, daarna op je rechterschouder. Dit is een horizontale beweging, het hier en nu symboliserend. Op je schouders rust de wereld. Hoe je die wereld beleeft, is te zien aan je houding. Als je het leven als zwaar ervaart, trek je als vanzelf je schouders in, een beetje voorover gebogen. Of je trekt je schouders juist op, in een ietwat stijve houding met je nek. Om recht te zetten wat in jouw diepste emoties kromgetrokken is.
Die horizontale beweging, van linker- naar rechterschouder betreft je sociale leven, te midden van de voor jou belangrijke mensen. Je maakt ook hier verbinding mee.
Waarmee het kruisteken is voltooid. Dat wil zeggen, je hebt boven en onder met elkaar verenigd, maar ook verbinding gemaakt met alle mensen links en rechts van jou. Je activiteit betreft zowel het spirituele als het sociale leven. Wat ons tot volledig mens maakt, voor dat ene moment.
 
Het maken van een kruisteken volgens deze oer-natuurlijke manier past juist weer wel in onze tijd, denk ik. Vanwege de bewustwording. Vanwege de directe lichamelijke activiteit. Omdat we geneigd zijn te veel in ons hoofd te blijven hangen. Het routineuze kruisteken zoals dat gewoonlijk in kerkelijke instituten gebeurt, lijkt zijn beste tijden te hebben gehad. Men weet daar meestal niet wat men doet. Omdat het zo hoort, zal men zeggen. Uitzonderingen daargelaten. 
Deze oer-beweging uit voorchristelijke tijden brengt ons terug tot onze essentie, onze kern van bestaan. Heel fysiek, heel voelbaar wanneer je je hiervan bewust wordt. Het is de weg naar binnen, naar verstilling, waar we ons voor even verbonden voelen, met onszelf en de wereld om ons heen. Dat levert het ons op, dat ogenschijnlijk ouderwetse slaan van een kruisteken.

Wat ons nog rest, is dit toe te geven. Het te durven beleven, het te durven voelen. Doe het maar eens, het werkt. Sommige voetballers uit zuidelijke landen doen het ons voor. Nu wij nog. Je hoeft je er niet voor te schamen. Het is niet eng.


* Beter is het nog om je hand eerst naar je buik te brengen, dan recht naar boven naar je hartstreek, en pas dan naar je schouders. Om je lagere ik letterlijk naar boven, naar je hogere ik op te tillen.



Reacties

Julian Barnes (1944) heeft al vele bekende en bekroonde boeken geschreven. Zelf las ik eerder al De citroentafel, een verhalenbundel met als thema ouderdom en het verlies dat daarbij optreedt.
Het meest bekroonde boek van deze Engelse schrijver is Alsof het voorbij is (The sense of an ending). Het kreeg de Man Booker Prize in 2011 en werd door iedereen onthaald als een briljant en magnifiek boek. Het is vorig jaar verfilmd met Jim Broadbent en Charlotte Rampling in de hoofdrollen. Alleen maar lof dus, voor het boek, voor de schrijver (voor de film wat minder).

Het boek valt in twee delen uiteen. Deel een beschrijft de vriendschap tussen drie studenten, waaronder de ik-figuur Tony. Er voegt zich aan hun groepje een nieuwe student toe, Adrian Finn. Deze lijkt moreel en qua intelligentie boven de anderen uit te steken. Hij bezit een bepaald soort wijsheid waar de anderen niet aan kunnen tippen. Ze kijken dan ook flink tegen hem op. Verder is er een vriendin (Veronica) waar de ik-figuur een nogal complexe verhouding mee heeft. De relatie raakt op een gegeven moment dan ook uit tussen de twee.
Wanneer de vier vrienden elkaar na een paar jaar al bijna uit het oog hebben verloren, blijkt Adrian een verhouding te hebben gekregen met Veronica. Even later bereikt hen het bericht dat diezelfde Adrian zelfmoord heeft gepleegd. Over het hoe en waarom van diens daad blijft het gissen voor de achtergebleven vrienden. Die elkaar overigens bijna nooit meer zien.
Deel twee speelt zich af wanneer de ik-figuur ruim 60 jaar is en op het punt staat grootvader te worden. Zijn leven heeft zich zonder al te grote hobbels voltrokken. Hij is inmiddels met pensioen, woont na de scheiding van zijn vrouw (met wie hij nog altijd goed overweg kan) alleen, bezoekt af en toe zijn dochter en doet aan vrijwilligerswerk. Tot hij een brief van een notaris krijgt met een bijzondere erfenis van de moeder van Veronica. Het zet zijn hele leven op zijn kop. De herinneringen die hij had blijken anders te zijn dan de werkelijkheid die zich langzaam aan hem opdringt. Hij gaat op onderzoek uit en komt tot schokkende conclusies, vooral over zijn eigen rol in de gebeurtenissen uit het verleden. De ontknoping is verrassend, zowel voor de ik-figuur als de lezer.

De clou waar je het hele boek op zit te wachten, maakt dat je door wilt lezen tot de laatste bladzijde. Dat vormt de kracht en kwaliteit van dit boek. Maar is het werkelijk zo'n schitterend boek als door iedereen wordt beweerd? Nee, vind ik. De filosofische bespiegelingen van de ik-figuur ervaar ik af en toe als zeurderig, al te twijfelend, met te weinig diepgang. Ook doet de schrijfstijl soms wat ouderwets en weinig verrassend aan. Al is het wel makkelijk lezend, alsof het de schrijver zo zijn pen uitvloeit. Mooi ook hoe hij de eindjes open houdt.
Een goed schrijver, een goed boek. Een pageturner zelfs. Maar niet helemaal mijn piece of cake. Ik zie een prachtig bedacht en geconstrueerd verhaal, met vlotte pen geschreven, maar ik mis een bepaalde noodzaak. Waarom het geschreven moest zijn zoals het is geschreven. Ofwel, in de woorden van Gerard Reve, waar is de pen in bloed gedoopt?

Reacties

Afgelopen woensdag gaf ik een lezing 'Jaarfeesten' in Deventer. Dit nadat ik daar door een kleuterjuf van de vrijeschool aldaar, De Kleine Johannes, om was gevraagd. Dit weer naar aanleiding van mijn in september 2017 verschenen boek Jaarfeesten; achtergronden en betekenis in deze tijd.
Het was een leuke en ook voor mij betekenisvolle avond. Ik had een PowerPoint voorbereid, als leidraad en houvast voor mijn te vertellen verhaal.
Ik mocht plaats nemen op de 'juffiestoel', midden in zo'n prachtig grote kleuterklas die elke vrijeschool eigen is. In een speciaal daarvoor gemaakte bak waren zojuist vier kuikentjes uitgekomen, die voor een vrolijk gepiep op de achtergrond zorgden. In eerste instantie althans, later hoorde ik ze niet meer. Waarschijnlijk waren ze gaan slapen.
De beamer was gericht op een enigszins provisorisch opgesteld doek, maar het beeld was voor iedereen duidelijk en goed te lezen. Zo'n 35 ouders zaten in een wijde kring om mij heen. Ik mocht vertellen. 

Mijn insteek was meer begrip te kweken voor het belang van het vieren van de jaarfeesten. Hoe wij als volwassene de wereld anders beleven en waarnemen dan het kind. Wij filteren veel informatie, of vullen die juist aan. Wij verwerken bijna alles in onze hersenen. Kinderen kunnen nog niet filteren, nemen de omgeving als geheel in zich op, direct hun lichaam in. Wij hebben dat filteren nodig om ons te handhaven in de wereld. Hetgeen ten koste gaat van veel directe beleving. Zeker de westerse mens lijdt hier aan. Dat is op zich niet erg, het is een gegeven waar we ons bewust van kunnen zijn. Zo is de tijd nu eenmaal. 
Maar, door met het kind mee te bewegen (letterlijk en figuurlijk) kunnen wij weer in onze eigen directe beleving komen. Herinneringen uit onze jeugd komen weer boven, we voelen weer even hoe het is om kind te zijn. Wat een rijkdom, dit directe beleven, nog niet vertroebeld door allerlei zorgen, plichtplegingen en andere aanpassingen. We voelen weer, het is puur wat een kind beleeft.

Het samen vieren van de jaarfeesten met kinderen kan aanzienlijk bijdragen aan dit directe beleven. Het in- en uitademen van de aarde doet ons verbinden met de natuur, met de seizoenen, met de verschillen tussen licht en donker. Niet alleen buiten ons, maar ook in ons innerlijk. Bijvoorbeeld, door de onderliggende motieven van Kerstmis of Pasen te onderzoeken, ontdekken we iets van onze eigen innerlijke achtergronden. We zijn er niet zomaar. Er is een begin van licht en ruimte als kiem in ons aanwezig (met Kerstmis kunnen we ons dat herinneren), dat op een gegeven moment zichtbaar mag worden in de buitenwereld (met Pasen breekt al het 'levende' in de natuur naar buiten). Daar kun je uitgebreid op doordenken en filosoferen. Dat is een persoonlijke weg te gaan. Hoe je dat doet is niet belangrijk, daar zijn geen regels voor. Op je eigen kompas varen, daar vertrouwen in hebben, je eigen richting steeds weer bijstellen door ervaringen van buitenaf te integreren met belevingen van binnenuit.
We komen dan, tenminste laten we dat hopen, tot een grotere bewustwording van onszelf. Dat geeft innerlijke rust, meer begrip en ruimte, voor jezelf en de wereld om je heen.

Nou, zo ging mijn verhaal natuurlijk niet. Maar dit was wel mijn onderliggende gedachte. Het is altijd weer boeiend, ik merk dat tijdens mijn lesgeven aan leerlingen ook, hoe hetgeen ik vertel zich aanpast aan de omgeving, in dit geval de 35 ouders van nog jonge kleuters. Die af en toe gretig mee zaten te knikken, soms vragen stelden, of voor aanvullingen zorgden. Ik bleef een beetje haken bij de nature-nurture discussie (volgende keer dus weglaten), en sloot af met het beantwoorden van vragen uit het publiek. Die waren er al tijdens de lezing zelf, maar konden nu in de korte pauze apart via een briefje gesteld worden. 

Het was leuk om met een nieuwe generatie ouders in contact te treden. Er is niet veel veranderd, mensen van nu zitten met dezelfde vragen en problemen als vroeger. Wat wel opvalt is hetzelfde enthousiasme, de sterke wil (Pinksteren!) en bevlogenheid die veel jonge ouders kenmerkt. Ze hebben natuurlijk iets door te geven. Wat zo dapper is, want je gaat echt wel tegen de stroom in. Het is het kiezen voor kwaliteit in een maatschappij die aanzet tot vooral veel consumeren en ander buitenkantgedrag. En een materialistische manier van denken voorstaat, ons aangereikt door de wetenschap, die al het geestelijke ontkent.
Ja, het was inspirerend, ook voor mij. Na afloop waren er nog veel animerende gesprekjes, alvorens ik op huis aan ging.


Reacties (2)

We moeten blijven draaien
anders staan we stil
op de bodem van de oceaan van lucht.

Het drukt zwaar
in de stille dalen van verdriet.


Ooit waren we onderdeel
van de vrolijke buitelingen van het licht
op veranda's van huizen, in het gras
tussen de bloemen
konden we elkaar in de ogen zien

sloegen we onze armen
de ruimte in, maaiend
zwaaiend tot de randen van het heelal
dat uiteenspatte

in kleine stukjes sprankelend leven.


Weet je nog
van de overkant
toen we contact hadden?















Reacties

Volgens de VO-raad moet er de komende 5 jaar veel veranderen in het onderwijs. Alweer, denk ik dan. Hebben we net de mislukte constructie van het studiehuis achter de rug, is men druk bezig het gepersonaliseerd leren in te voeren, hebben we hypes gehad als opbrengstgeleerd werken (zie ook: http://fredtak.punt.nl/content/2012/06/opbrengstgericht-werken), investors in people, excellente school en weet ik wat allemaal niet. Krijgen we dit weer.

"Over vijf jaar is de rol van de docent opgeschoven naar die van coach en is er ook maatwerk voor docenten, een ieder wordt op zijn kracht ingezet."

Jaja, degene die lesgeeft is niet zozeer een docent maar een begeleider. Hij kijkt toe hoe de leerling zichzelf de stof aanleert, stuurt af en toe een beetje bij, maar bevordert vooral de zelfstandigheid van de leerling. Geen frontaal lesgeven meer dus, dat is iets van vroeger. Het is een kwestie van stimuleren, niet van kennisoverdracht. Want, is de achterliggende gedachte, de leerlingen van de 21e eeuw kunnen alles zelf op internet opzoeken. Ze hebben de docent niet nodig, behalve als ze even een prangende vraag hebben. Vandaar dat maatwerk. Een docent moet in de buurt blijven, om in te springen wanneer de situatie of de leerling daar om vraagt.
In de praktijk hoeft er dan ook niet langer in één klaslokaal 'les' worden gegeven. De groep kan uitwaaieren over verschillende ruimtes, eventueel leerpleinen met een capaciteit van 80 à 90 leerlingen. Dat bespaart docenten, dus geld. Een prima oplossing om het nijpende lerarentekort te lijf te gaan. Een win-win situatie, zal de VO-raad denken.

"Op de diploma’s is zichtbaar dat leerlingen vakken op verschillende niveaus hebben afgerond."

Nog meer maatwerk dus, nog meer flexibilisering binnen het onderwijs dus. Leerlingen op de Havo kunnen bepaalde vakken ook op Vwo-niveau afsluiten, en omgekeerd. Iedere leerling moet daar zo veel mogelijk vrij in gelaten worden. De docenten regelen dat wel even, lesgeven aan (oh nee, begeleiden van) verschillende niveaus binnen één groep. Verschillende toetsen dus, met verschillende normeringen. Op verschillende tijdstippen binnen het jaar, want het is ook de bedoeling dat de leerling van de toekomst zelf kan bepalen wanneer hij een proefwerk of een schoolexamen kan maken. Pas wanneer hij of zij er aan toe is, natuurlijk. Ook hier, de docent (oh nee, de coach) stelt zich dienstbaar op aan wat de leerling wil. En de roosters passen zich aan aan de wensen van de leerling.

"Leerlingen kunnen op die manier ook eigen keuzes maken in het programma en het onderwijs meer op maat volgen. De roosters veranderen hierdoor, van vaste roosters voor elke leerling naar meer flexibele roosters."

Jaja, en dan de praktijk. Nu al lukt het nauwelijks goede en passende roosters voor leerlingen en docenten te maken. Er zijn zo veel verschillende vakken binnen de vier bestaande profielen mogelijk, dat er sprake is van een grote versnippering. Sommige docenten en leerlingen hebben meer tussenuren dan lesuren op een dag. Dat werkt uitermate ineffectief en frustrerend. Bijvoorbeeld, een mentorleerling van mij (Vwo 5) heeft elke donderdag het 1e uur les, dan drie tussenuren, het 5e uur les, weer een tussenuur, en dan het 7e uur les. Zelf gaf ik drie jaar geleden op vrijdag het 9e uur les (van 15.55 - 16.45 uur) aan een klas van 30 leerlingen, terwijl ik de drie lesuren daarvoor (van 12.50 tot 15.55 uur) vrij had. Daar was toen niets aan te veranderen, ondanks klachten van ouders. Want ook hun kinderen maakten op die vrijdag erg lange dagen (van tien over acht tot kwart voor vijf, met meestal ook meer dan 3 tussenuren).

Zo ook met de roosters voor de schoolexamens. Men krijgt die niet goed rond. Vandaar dat mijn eigen schoolleiding bijvoorbeeld heeft besloten de lengte van de schoolexamens in te korten. Om de organisatie overzichtelijk te houden. Ze mogen nog hooguit 100 minuten duren. In de hoogste klassen Havo en Vwo was het de gewoonte, als voorbereiding op het Centraal Examen (tijdsduur 3 uur), daar 120 of 150 minuten voor in te plannen. Dat mag dus niet meer. Waarmee de leerlingen dus een goede oefening (en uithoudingsvermogen) op het Centraal Examen wordt ontnomen. Hoezo leerling centraal?

Gelukkig zijn er ook gezaghebbende, niet zelf-lesgevende mensen binnen het onderwijs die een wat genuanceerdere visie hebben. Neem emeritus hoogleraar Piet de Rooy (1944) met zijn pas verschenen boek Een geschiedenis van het onderwijs in Nederland.
Zo hekelt hij de bemoeienissen van mensen buiten het onderwijs die denken te weten wat er op de scholen moet gebeuren.

"Iedere week zie je stapels rapporten verschijnen, vol cijfers en grafieken en percentielscores, waarvan je je afvraagt wat die eigenlijk betekenen. Veel onderzoek is niet betrouwbaar, althans niet dupliceerbaar. Daarmee worden ook de wijsheid en ervaring van de leerkracht en het gezonde verstand van de ouders als het ware teruggedrukt.”

En:
"Als al die mensen uit het overleg en de adviesbureautjes voor de klas gingen staan was het lerarentekort opgelost.”

Het zelflerend vermogen van de leerling, waar de VO-raad wederom (na het mislukte studiehuis) op inzet: ikzelf heb daar grote twijfels over. Omdat ik in de praktijk steeds weer ontdek dat leerlingen behoefte hebben aan structuur, een duidelijke uitleg, aandacht en betrokkenheid. Soms probeer ik iets uit, dan geef ik leerlingen de opdracht zelfstandig bepaalde stof uit te diepen en te verwerken. Maar ze lopen al snel vast, besteden veel te veel tijd aan relatief kleine hobbels en smeken mij dan haast om de stof even kort en bondig toe te lichten of uit te leggen. Een klassikale uitleg werkt daarbij het beste, is mijn ervaring. Alsof de helderheid van de uitleg dan 'in de lucht' hangt en door een ieder opgepikt kan worden. Het is moeilijk te omschrijven hoe zo'n groepsproces werkt, je moet het zelf ervaren, het liefst elke dag, dan weet je dat. Een bestuurder achter het bureau kent dat niet of is dat allang vergeten. 
Ook Piet de Rooy zet daar kanttekeningen bij:

„Op veel basisscholen zie je hoe ontzettend graag kinderen leren. Maar er is een overmatig vertrouwen dat een kind uit zichzelf de leerstof  kiest die het nuttig vindt. Dat spoort niet met het klassieke idee van educatie: een kind uit de beperking van de kindertijd leiden. De Britse socioloog Frank Furedi schrijft dat je traditioneel datgene onderwijst waar het kind zelf niet op komt.”

Veranderingen komen altijd van binnenuit, nooit van buitenaf. Ook in het onderwijs zijn het de docenten die de richting bepalen. Vaak zijn het de bestuurders die dit zelfregulerend proces belemmeren of soms zelf verstoren. Dat hebben ze zelf niet door, daarvoor vinden ze zichzelf te goed en te belangrijk. Ze zijn ervan overtuigd dat zij de richting van het onderwijs bepalen, waarbij de docenten vaak als lastige en weerbarstige elementen worden gezien. Die gestuurd moeten worden, overwonnen moeten worden. Via een top-down strategie. Met als gevolg een grote afstand tussen management en werkvloer. En die afstand wordt steeds groter nu scholen bijna allemaal onderdeel zijn van grote onderwijs-molochs. Voor eigenheid is weinig ruimte.
Piet de Rooy hierover:

„Al die drastische vernieuwers overschatten enorm de betekenis van onderwijs en wat zo’n school aankan. Aan de andere kant bedenken de leerkrachten voor het grootste deel onderling hoe het beter kan. De oude disciplinaire verhoudingen op school zijn verdwenen. ...  En dat is door de leraren zelf tot stand gebracht. Het is een megaverandering waar nooit over wordt gepraat.”

Dat is ook mijn ervaring. De docenten brengen zó veel tot stand, ieder jaar weer, ze brengen verbeteringen aan, in hun toetsen, in hun manier van lesgeven, dat is inherent aan hun beroep. Binnen de vaksecties is er geregeld overleg, over hoe anders of beter de stof te behandelen, nieuwe onderdelen in te voeren etc. En de te behandelen stof verandert ook voortdurend. Om de 5 of 6 jaar zijn er andere kerndoelen en dus ook andere leerboeken. Deze passen zich steeds aan de tijd aan. En zo hoort het ook.
Buitenstaanders zien dat niet. Die denken dat het beroep van leraar een star en statisch gebeuren is. Altijd weer dezelfde stof uitleggen, denkt men dan. Terwijl in de praktijk de dynamiek voorop staat. De dynamiek van het elke dag omgaan met zich ontwikkelende pubers in een wereld die uiterlijk razendsnel aan het veranderen is. Dat maakt het ook tot een prachtig 'levend' en uitdagend beroep. Je wordt ouder, maar blijft jezelf verjongen. Elke dag is anders. Soms zwaar, maar altijd weer veel voldoening gevend.
















Reacties

Jagende wolken, een loeiende wind
het vergeten detail dat als een dakpan
van mijn huis afwaait, de geur van rotting.

Een deur die zomaar piepend openzwaait, de vloer
als vlakte, de golf die mij zonder aarzeling in zijn armen neemt.

De nagalm in mijn hoofd, de brandende zee
van herinnering, de prikkeling op mijn tong
ik wil het zeggen, maar ik doe het niet.

Zoals jouw blauwe jurk met strepen zomer
achter het raam van mijn verlangen
telkens weer tevoorschijn duikt.

De vijver waar een visdiefje
uit een wolk van glas, als een raket
oh idioot
het duurt soms dagen dat ik niet aan je denk
op het puntje van mijn tong
lig je te woelen
in mijn witte lakens van gedachten.

De wind is gaan liggen, ik ruik je adem
je ligt weer naast mij
vrij nu, zonder enig bloeden.

Reacties

Vrij naar Loesje:

Pasen: eieren ophangen en Jezus zoeken.

Reacties

Vorige week was de bekende acteur Stephen Fry te gast bij Adriaan van Dis, die nog één keer zijn programma mocht presenteren bij DWDD. Een bevlogen man, die Stephen Fry, boeiende monologen houdend waar Adriaan van Dis nog nauwelijks tussenkwam.
Zo gaf hij een fraaie draai aan het nature-nurture debat. Over de betekenis van nature en nurture als eigenschappen van de mens wordt al vanaf de Griekse oudheid gediscussieerd.

Nature staat hier voor de natuurlijke aanleg van de mens, datgene waarmee hij geboren wordt. Vroeger noemde men dit de persoonlijkheid van de mens, tegenwoordig spreekt men van eigenschappen die in zijn genen zitten opgesloten.
In de oudheid was het Parmenides die als eerste stelde dat de wereld om ons heen een schijnwereld is, een foutieve bron om tot inzicht in 'het ware' te komen. Plato ging hierop verder door te zeggen dat werkelijke kennis haar fundament moest vinden in het denken en het zich herinneren van de Ideeën (een soort van goddelijke geest) die de mens al bezit van voor zijn dood, maar slechts vergeten is. Onze ziel is eeuwig, bestond dus ook al vóór onze geboorte, en heeft toen kennis gehad van de Ideeën. We komen dus niet als een onbeschreven blad (tabula rasa) op de wereld. De stroming die vanuit dit nature-principe denkt, noemt men het rationalisme. Het is een denken van binnen naar buiten.

Nurture stelt dat kennis slechts voortkomt uit de ervaring. De mens wordt als een onbeschreven blad geboren en wordt gevormd door de zintuiglijke indrukken die van buitenaf op hem inwerken. Concreet: de mens wordt gevormd door zijn opvoeding en sociale omstandigheden. In feite kan hij er weinig aan doen dat hij is zoals hij is. De mens wordt bepaald door hoe de buitenwereld is.
De hele moderne wetenschap is hierop gebaseerd. Zintuiglijke indrukken worden opgevangen, verwerkt en van een etiket voorzin. Ze vullen ons als het ware, maken ons tot de persoon die wij zijn. Het is een denken van buiten naar binnen.
Deze stroming noemt men het empirisme. Belangrijkste exponent hiervan in de oudheid was Aristoteles en later met name Epicurus. In de moderne tijd waren het Isaac Newton (die de fundamenten legde voor de huidige natuurwetenschap), John Locke en David Hume.

Immanuel Kant heeft geprobeerd deze twee zienswijzen tot elkaar te brengen in zijn beroemde Kritik der reinen Vernunft (1781). Zekere kennis is wel degelijk mogelijk en komt tot stand door het combineren van de rede (rationalisme) en de ervaring (empirisme). Hij geeft het empirisme gelijk door te stellen dat alle inhoud van onze kennis voortkomt uit de ervaring, zonder de ervaring zou ons denken immers inhoudsloos en leeg zijn. Er is echter meer nodig dan alleen ervaring, zegt hij, de mens heeft namelijk een verstand dat zelfstandig kan opereren. Er is dus iets eigens aanwezig dat de informatie van buitenaf op een eigen wijze tot zich kan nemen en interpreteren.

Tot zover de bekende zienswijzen over nature en nurture. De toevoeging aan dit debat van Fry was verrassend. Hij voerde aan deze twee componenten namelijk een derde toe: Nietzsche. Waarmee hij niet de persoon Nietzsche bedoelde maar diens visie op het (volgens Nietzsche) meest wezenlijke element van de mens: de wil.
Naast aanleg (nature) en omstandigheden als opvoeding en cultuur (nurture), stelde Stephen Fry het belang van de wil van de individuele mens als bepalend voor zijn identiteit en levensloop. Dit met talloze voorbeelden larderend. Hetgeen mij natuurlijk (wegens mijn beïnvloeding door Nietzsche) aansprak.

Want je kunt een getalenteerd iemand van alles aanbieden, een liefdevolle opvoeding, een voortreffelijke scholing door de beste docenten, dit alles is nog geen sleutel tot succes. Hij zal het op een of andere manier zelf moeten doen. Waar de een zich door de meest ellendige omstandigheden heenslaat en iemand wordt die zijn talenten krachtig weet te ontplooien, daar raakt een ander misschien aan de drugs of gaat de criminaliteit in. De wil, gekoppeld aan het geweten, speelt daar een belangrijke rol in. Zegt Nietzsche, zegt Stephen Fry.
Maar ja, wat is wil, wat is geweten? Het zijn begrippen waar iedereen wel een gevoel bij heeft, maar verder zijn ze tamelijk ongrijpbaar. Je kunt ze niet meten. En meten is weten, zegt de huidige wetenschap. Dus liggen deze begrippen al een tijdje in het verdomhoekje.

Toch, bij Nietzsche (en eerder al bij Schopenhauer) vormde de wil de grondslag van onze persoonlijkheid. Bij hem was het een actieve wil, die in het moment zelf de diepte van het leven in wil duiken, voetsporen na wil laten, grip op zichzelf en zijn omgeving probeert te krijgen. Wees actief en leef, was zijn slogan. Breng je talenten naar buiten, in het nu, in de wereld zoals die is. Enjoy the world.

Je ziet pubers vaak worstelen met hun wil. Deze moet nog grotendeels tot ontplooiing komen. Kenmerk is dat ze meestal niet 'willen'. Ze kunnen hun bed niet uitkomen, doen de hen gevraagde klusjes niet in huis, maken geen huiswerk, dromen op school maar een beetje weg, staren voor zich uit. Ze kunnen hun (slapende) wil nog niet verbinden met wat de buitenwereld aanbiedt en van hen vraagt. Het is ook een zware klus voor ze. Laat me met rust, is de meest gehoorde kreet als ouders hen weer eens op hun verplichtingen wijzen.
Maar, zodra er een belangrijke sportwedstrijd is waaraan ze deelnemen, of ze moeten vakkenvullen bij Appie Heijn, dan staan ze er opeens wel! Op tijd wakker, niet te laat aanwezig. En actief dat ze dan zijn! Kennelijk kunnen ze hun wil hier wel verbinden met hetgeen ze (moeten) doen. Opvallend natuurlijk.

Sommigen komen nooit tot voorbij deze puberfase. Ze kiezen voor het gemakkelijke geld, schakelen hun geweten uit en komen in de criminaliteit terecht. Of raken verslaafd aan genotsmiddelen of games om de werkelijkheid te kunnen ontvluchten. Verleidingen genoeg heden ten dage.
Zijn zij het slachtoffer van de omstandigheden? Hebben ze te weinig talenten om zich een plek in de wereld te kunnen veroveren? Nee, het ligt aan hun niet of te weinig ontwikkelde wil. Natuurlijk, het blijft vaag die wil te omschrijven. Wat is het precies, hoe kun je die dan wel ontwikkelen?
Je zou kunnen zeggen, de wil is een bepaald soort drang van binnenuit, een drang om te leven, om vooruit te komen. De drang om eigen sturing aan je leven te geven. Dat je min of meer baas bent over wat je zelf meemaakt.
Resumerend, de mens is een mix van aanleg, omgevingsfactoren en eigen wil. Zo stelt Nietzsche, zo stelt tussen de regels door Stephen Fry. Waarbij ik me voorzichtig aansluit (en een vierde factor voor het gemak maar even achterwege laat, anders wordt het te complex).





Reacties

Gisteravond zijn we naar de voorstelling Romeo en Julia van toneelgroep Oostpool geweest. Niet in hun vertrouwde eigen theater, maar in de kleine zaal van het Stadstheater, vroeger Stadsschouwburg geheten (wat voor een korte verwarring zorgde, omdat we even dachten ergens anders te moeten zijn). 

Romeo en Julia is het natuurlijk zeer bekende toneelstuk van William Shakespeare over de strijd tussen haat en liefde. Er is het romantische idee dat liefde alles overwint, wat dan toch niet gebeurt. De liefde overwint dus niet, lijkt ten onder te gaan, maar overleeft wel (in de harten van de hoofdrolspelers en dus ook het publiek). Vandaar dat de inhoud van het stuk nog altijd zo tot de verbeelding spreekt.

Shakespeare schreef Romeo en Julia in 1595, lang geleden dus. Zijn oorspronkelijke teksten zijn uitermate poëtisch, met veel analogieën en vergelijkingen.
Toneelgroep Oostpool heeft deze poëtische teksten gedeeltelijk behouden, maar hier eigentijdse taal aan toegevoegd. Zo horen we de hoofdrolspelers woorden gebruiken als awkward, what the fuck, rebound chick, krakkaka of het noemen van een (kennelijk) bekende hedendaagse televisiepersoonlijkheid als Kendall Jenner. En dat te midden van de weliswaar mooie, maar ouderwets aandoende taal van Shakespeare.
Dit heeft een verwarrend effect. Naar welke tijd zitten we nu te kijken? Het speelt zich af in Verona, er is de heftige ruzie tussen twee families, er is Julia die al op haar 13e is uitgehuwelijkt, maar zich hiertegen verzet. In onze tegenwoordige tijd kennen en herkennen wij dit niet. Toch wordt er af en toe gedaan alsof het zich in onze tijd afspeelt. Met humor die naar bekende situaties of personen anno 21e eeuw verwijst. Zelfs Trump werd één keer genoemd. Om je te identificeren met de hoofdpersonen word je heen en weer geslingerd. Waar bevinden we ons? In wat moeten we ons verplaatsen? Het lijkt alle kanten op te kunnen gaan.

Er wordt knap gespeeld, met name door Eva van der Gucht als een hilarische Donna, maar ikzelf althans werd niet helemaal meegesleept in de tragedie zoals die zich ontrolt.
Voor mij miste het emotionele overtuiging, ontroering. Zelfs aan het einde waarin de hartstochten toch de zaal in geslingerd hadden moeten worden. Het voelde niet. Ook duurde het best wel lang, twee uur en 20 minuten achter elkaar, zonder pauze. Een lange zit ja.





Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl