Weblog van Fred Tak
Laatste artikelen

Mijn tv-tas is weer aangevuld. Na Texel en Vlieland is Terschelling het derde eiland dat ik heb bezocht. En ook het mooiste tot nu toe, wat ons beiden betreft. Prachtige natuur met veel fietspaden die dwars door duingebieden, heidevelden en zandverstuivingen leiden.

Donderdag vertrokken we met de boot van 12.30 uur vanuit Harlingen. Onze auto hadden we op een parkeerplaats van All-in-parkeren gedropt (5 euro per dag), vanwaar men ons met een busje naar de veerboot bracht. De overtocht duurde een kleine 2 uur. Van verre zagen we de Brandaris, de vuurtoren van Terschelling, boven het dorpje West-Terschelling uitsteken.

                 
                             West-Terschelling, met links de Brandaris

Rond 14.15 uur kwamen we in de haven van Terschelling aan. Veel zeilboten en gezellige drukte op de kade.

               
                                  
 De haven van West-Terschelling


Onze fietsen stonden al klaar. Deze hadden we vanuit thuis gereserveerd. Niet duur, ruim 10 euro per dag voor twee fietsen. Handig was dat men onze koffers per busje naar ons hotel in Midsland bracht. Dat scheelde ons gesleep.
Het was zo'n 6 kilometer fietsen naar Midsland, qua grootte het tweede dorpje van Terschelling. We overnachtten bij In de witte Handt
, een klein maar prettig hotelletje in het centrum. Sylvia had in haar jeugd op camping De Appelhof gekampeerd, dus oude herinneringen kwamen boven.  
We fietsten naar het strand, zo'n 3 km van ons hotel vandaan. Een mooie, brede witte vlakte van zand. Een mooi paviljoen ook om wat te drinken, met uitzicht op de zee.
Tegen de avond fietsten we naar West-Terschelling terug, om het dorpje te verkennen, op een terras te zitten en 's avonds uit eten te gaan. We zaten aan de voet van de Brandaris, waar de volgende dag een lichtshow gegeven zou worden vanwege de herdenking van de rampdag 20 augustus uit het rampjaar 1666, toen de Engelsen het hele dorp hebben platgebrand. De dag ervoor hadden ze al 160 schepen op Vlieland in de fik gestoken. Ruim 2000 mensen zijn toen om het leven gekomen. Een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis, velen nauwelijks bekend. 
De wraak zou echter zoet zijn. Krap twee weken later zou de wereldstad London volledig verwoest worden. Door wat? Ja, door een brand, ontstaan in het benedenvertrek van een bakkerij. Wat een toeval, zou je denken. Door weinig geschiedschrijvers is er een verband tussen deze twee gebeurtenissen gelegd. Ten onrechte, lijkt mij.

De volgende dag, vrijdag 19 augustus, was het stralend weer. Wij direct weer naar het strand. Ikzelf heb heerlijk in zee gezwommen, Sylvia hield het bij zonnebaden. Op de terugweg kwamen we langs verschillende vennetjes. Bij één ervan, genaamd Waterplak, waren veel vogels verzameld. De volgende dag, toen we er weer langs fietsten, werd ons door twee mensen van Staatsbosbeheer een en ander uitgelegd. Via een telelens konden we onder andere twee lepelaars zien.

      
               Vennetje Waterplak met ergens in het midden twee lepelaars

We verbaasden ons over de natuurpracht op dit eiland. Slingerende fietspaden, dwars door heidevelden en duinen. Een groot stuk ongerepte natuur, met weinig dagjesmensen die het gevoel van natuurbeleven zouden kunnen verstoren.
's Middags en ook 's avonds hebben we in het dorpje Midsland doorgebracht. Een gezellig winkelstraatje, met veel kroegen, een aantal restaurants en her en der de jeugd van tegenwoordig, pubers van een jaar of zestien, veelal slanke, pukkelige jongens en vooral veel te dikke meisjes. Het schijnt dat ze in de avonduren in de kroegen en op camping De Appelhof met name helemaal los gaan. Wij hadden geen last van ze.

                  

                                       Café De Dammesaan in Midsland (waar we dus niet zaten)

Zaterdag hebben we lange fietstochten gemaakt. Eerst langs de Waddenzee aan de zuidkant van het eiland. Veel schapen, verre uitzichten, een eenzame hardloper.

                     
                                             Schapen langs het fietspad

Daarna trokken we landinwaarts, lieten we Midsland rechts liggen en fietsten langs een schitterende hei richting strand West aan zee.

 

          

                           Bloeiende heide

Het waaide nogal, wat ons deed besluiten alleen even op het strandpaviljoen wat te drinken en niet verder het strand op te gaan.
We besloten helemaal naar het einde van het eiland te fietsen, via Hoorn en Oosterend tot aan de Bosplaat, een uitgebreid natuurgebied waar, naar men zei, meer dan 200 lepelaars vertoefden.
Met de wind in onze rug was het prettig fietsen. We sloegen af richting De Appelhof, zochten het café van Wessel (dat we niet konden vinden) en dronken wat op een heel leuk terras in Oosterend. Kort daarvoor hebben we blauwe bessen geplukt bij zelfpluktuin Groenhof, halverwege Hoorn en Oosterend. Een sympathiek gebeuren daar. Her en der staan er beelden van kunstenaar Jan Rodrigo. Ook dat verhoogt de sfeer.
We hebben een bodemlaagje blauwe bessen geplukt, betaald en daar heerlijk opgegeten.

                    

                        Zelfpluktuin Groenhof

 

Later kwam er een optocht van wel vier wagens langs, om de rampdag van 19 augustus 1666 te herdenken, vandaag precies 350 jaar geleden. Het eiland liep uit om deze bijzondere gebeurtenis te zien. Overal zaten mensen op stoeltjes aan de weg of in de tuin te wachten tot de stoet voorbij zou zijn.

              

                              Eén van de karren in de optocht


Bij de Bosplaat hield het fietspad op. Je kon nog 9 kilometer lopen, tot het uiteinde van het eiland. Sommigen deden dat, wij niet. Wel liepen we naar de strandopgang aldaar. Veel duin, veel opstuivend zand ook.

                      
                                      Strandopgang bij de Bosplaat

 

De terugweg viel niet mee, door de stevige wind tegen nu. Onderweg door het duinlandschap kwamen we ruiters ter paard tegen, een huifkar vol vakantiegangers, zagen we in de verte koeien grazen, met af en toe een kwikstaart die met z'n karakteristieke wippend gedrag voor ons opvloog. We fietsten door het Hoornse bos, wat prettig was omdat hier niets van de harde tegenwind te merken was.

                      

                                Fietsen door het Hoornse bos


In Midsland hebben we 's middags op een terras gezeten, zijn we even terug naar ons hotel gegaan, waar het heerlijk vertoeven is op één van de vele zithoekjes in de grote tuin, om 's avonds weer wat in 't Wapen van Terschelling te eten.
's Avonds begon het te regenen, 's nachts ging dat verder, maar de volgende dag was het gelukkig na 11 uur droog. We gingen met de boot van 15.30 uur terug naar Harlingen. Nog even wat in West-Terschelling op het terras van café De Storm gegeten en gedronken, onze fietsen afgeleverd (onze koffers waren zoals afgesproken vanuit ons hotel opgehaald), de boot opgestapt, waarna we om iets voor acht uur in de avond thuis waren. Daar realiseerden we ons pas: er staat geen enkele windmolen op Terschelling! Vandaar de ongekende rust die we er ervoeren. Daarnaast, iedereen vertrouwt elkaar hier nog. Je kunt gerust je tas op je fiets achterlaten, hij wordt niet gepikt.
Het was een heerlijke korte vakantie, voor herhaling vatbaar. Gaan we zeker doen.













Reacties

We staan er niet bij stil, maar de aarde beweegt in haar jaarlijkse baan om de zon met grote snelheid door de ruimte. Deze snelheid bedraagt meer dan honderdduizend kilometer per uur! Onderweg komt de aarde op gezette tijden ruimtepuin tegen, wolken van stofdeeltjes die zijn achtergelaten door kometen of planetoïden. Zo ook ieder jaar weer rond 12 en 13 augustus. De aarde ontmoet dan de Perseïden-meteorenzwerm, een restant van de komeet Swift-Tuttle.
Het is een verzameling steentjes, meteorieten genaamd, niet veel groter dan enkele millimeters. Bij aanraking met de aardatmosfeer treedt er grote wrijving op. Deze wrijving zorgt voor het gloeien en uiteindelijke verbranden van de steentjes. Dit verbranden zien wij als vallende sterren aan de hemel.

Ook in andere maanden zijn er vallende sterren waar te nemen. Maar in augustus is het meestal mooi weer en zijn we ’s avonds het langste buiten. Vandaar dat de meeste mensen juist dan de vallende sterren zien.

Überhaupt is het kijken naar de sterrenhemel een bijzondere beleving. We ervaren een verbinding die zich moeilijk laat omschrijven. Enerzijds voelen wij ons als mens ongelooflijk nietig, anderzijds beleven we deel uit te maken van een immens uitspansel van sterren. Ontzag en eerbied overvallen ons, we worden er stil van. We vermoeden iets van de grootsheid van het bestaan, te veel om te omvatten.
En dan, die vallende sterren. We turen de hemel af. Zodra we een lichtflits zien, houden we de adem in. We doen misschien een wens, vervuld als we zijn van de betekenis die we er aan toekennen. We herkennen iets in die vallende ster, iets dat ons raakt. Wat dat precies is, is vooralsnog onduidelijk.
Wat we wel weten is dat, zoals gezegd, vallende sterren ontstaan door de wrijving die het ruimtepuin met de dampkring ondervindt. Deze wrijving leidt tot verbranding van het puin, wat wij vervolgens zien als lichtflits. Door de hoge snelheid van de stukjes steen ten opzichte van de dampkring zien wij die lichtflits als een spoor aan de hemel. Dit lijkt daardoor op een vallende ster. Op het einde is het stukje steen geheel verbrand en houdt het spoor op te bestaan.

Het woord vallende ster lijkt zodoende misleidend, want het is een stukje steen dat verbrandt en oplicht, en niet een ster. Maar er is wel terdege sprake van een analogie. Een ster komt aan haar licht doordat in haar binnenste materie volgens een kernfusieproces wordt omgezet in licht en warmte. Als alle materie op is, houdt de ster op te bestaan en stort ze ineen.
Zo’n stukje steen ondervindt ook een dergelijk proces, maar nu van buitenaf. Door de wrijving verbrandt het tot het als vaste stof is verdwenen.
Je kunt zeggen, bij beide verdwijnt materie en bij beide wordt dit omgezet in licht en warmte. Bij een ster in miljarden jaren, bij een vallende ster in een flits van een seconde.

Zo boven, zo beneden, luidt een oud gezegde. Het zien van vallende sterren kan een flits van herkenning geven aan wat wij innerlijk in ons dragen. Meteorieten bestaan voor een groot gedeelte uit ijzer, ditzelfde ijzer vormt een noodzakelijk bestanddeel van ons bloed. Bloed wordt wel eens de drager van ons ik genoemd. Waar een tekort aan ijzer optreedt, ook wel bloedarmoede genoemd, is er sprake van een verzwakking van onze ik-kracht.
Wij als mens verlangen ernaar betekenisvol naar onze omgeving te zijn. Wij willen stralen. Ofwel, ook wij willen in onszelf het licht aanboren, om zodoende betekenis te geven aan onszelf en onze medemens.
Het zien van zo’n vallende ster, dat kan ons daar aan herinneren. Als een flits licht dit verlangen wellicht in ons op. Hetgeen we misschien verpakken in het doen van een wens of een andere hoopgevende gedachte. Voor een moment zijn we vervuld.












Reacties

Hortus Nijmegen, tot vorig jaar Hortus Arcadië geheten, is onderdeel van park Brakkenstein, een wat minder bekend park in de plaats Nijmegen. Het ligt vlak achter de Radboud Universiteit. In pauzes loop ik er wel eens doorheen. Vanuit de achterkant van het Huygensgebouw, waar ik les geef, ben je er zo.
Zondag hebben wij het park een bezoek gebracht. De entree is karakteristiek met een fraai hekwerk en het monumentale Huize Brakkesteyn. Dit gebouw dateert van 1865, was toen onderdeel van een landgoed, tegenwoordig doet het dienst als restaurant. We hebben er eerder wel eens verjaarspartijen gevierd.

      
          Restaurant Brakkenstein, met op de voorgrond een ouderwetse put

Het park zelf is weids, met open grasvlakten tussen de hoge bomen. Maar we gingen natuurlijk naar de Hortus, een botanische tuin, opgezet naar inzichten van de bekende natuurvorser Jac.P. Thijsse. Het is zo rond 1970 aangelegd.
Bij de ingang bevindt zich een natuurlijk aandoende rotsheuvel van zo'n 5 meter hoog, gebouwd met rotsblokken uit de Ardennen. Er stroomt een meanderend watertje tussen de stenen naar beneden, met allerlei wilde planten er omheen.
Heel sfeervol, op een foto nauwelijks goed weer te geven.

           

          Stromend water vanaf de rotsheuvel

Het water stroomt verder naar beneden, door een moerassig gebied, tot het in een vijver terecht komt. Waterlelies, in de lente veel kikkers en visjes, een vlonder waarop je rustig kunt zitten of staan, ja het is een verstild stukje natuur dat hier heerst. De bewoonde wereld is even ver weg.

      

              Vijver met een stukje vlonder

Uiteindelijk kwamen we terecht bij de botanische tuin. Deze is elke dag van 11.00 tot 15.00 uur open, in het weekeinde van 11.00 tot 17.00 uur. De entree is gratis. Je kunt er binnen zitten, maar ook buiten in het centrale gedeelte of op een van de vele kleine plekjes verspreid over het terrein. Overal staan wel stoelen of banken. Sommige mensen lazen een boek in een stil hoekje tussen de planten.
Erg druk was het niet. We hebben er wat gedronken en nog even rondgekeken. We zagen aankondigingen van concerten. We werden verrast, eind augustus treedt daar een oud-leraar van Fabian op. Grappig. Toevallig ook dat Fabian deze keer met ons mee was. Hoe kwam het zo uit. Herinneringen kwamen boven, een bijzondere man was het.

Binnen zijn er veel verschillende zithoekjes te bewonderen. Een leuke plek om een groot feest te vieren!

        
              Zitplek binnen bij de botanische tuin

Op de terugweg liepen we nog even dwars door het moeras, over een keurig aangelegd met kippengaas omspannen (om niet uit glijden) wandelpad van houten plankjes. Overal riet om ons heen. Daarna naar de auto en weer terug naar huis.







Reacties

Ik hou van kou
in oorlogsgebieden vliegen ledematen
dan toch minder ver van romp en schedel

de lucht in,
hun landing is ook zachter.

Er is geen melodie
in het bombardement
van alweer onschuldige burgers.

Ik praat soms terug tegen de verslaggever op tv
hij kan er natuurlijk niets aan doen
tussen de rookgordijnen

dat ik niet meer durf
als een vogeltje mijn kop in eigen veren leg
, alleen nog wacht
op de winter die dit land
zonder grenzen
op zal lichten, knisperend in de sneeuw.















Reacties

Afgelopen zondag hebben we het museum De Fundatie in Zwolle en Heino bezocht. Sylvia wilde graag de expositie van Ans Markus bezoeken, maar helaas was die in april al beëindigd. Desondanks, het was mooi weer, de buitenlucht lonkte, dus...
  

   

                                 Museum de Fundatie Zwolle

 

De prachtige koepel (zo noem ik het maar even) bovenop het gebouw dateert van 2013, werkelijk heel mooi. Wordt ook wel heel treffend "De wolk" genoemd. Toen ook is het gebouw door prinses Beatrix officieel geopend.
Van binnen is het gebouw tamelijk sober ingericht. Er was een tentoonstelling over "Wilden", een expressionistisch gezelschap uit het begin van de 20e eeuw. Werk van de kunstenaarsgroeperingen "Brückë" en "Der Blaue reiter", met als bekendste schilders Kandinsky, Macke en Pechstein. Ze lieten zich veelal door Nietzsche inspireren, met name zijn tekst: "Het grote in de mens is; dat hij een brug is en geen doel". Wat mij natuurlijk wel aanspreekt. De werken zijn fel en meestal donker van kleur, inderdaad wat wild geschilderd. Veel natuur, veel naakt.

Verder: schilderijen van Jan Cremer (kan ons niet bekoren), informatie over de muze van Karel Appel en bovenin een tentoonstelling van Rob Scholte: een verzameling van zo'n 1000 borduurwerken, binnenstebuiten gekeerd, zodat het vele handwerk goed zichtbaar is. Apart.

We hebben even in de zon op een terrasje gezeten, een super tosti (zo heette dat) verorberd en daarna naar Heino gereden, zo'n 20 km onder Zwolle, naar Kasteel Het Nijenhuis.

         
       
                             Kasteel Het Nijenhuis (achterkant)

Ook daar zijn schilderijen te zien van De Fundatie, alsmede een mooie en grote beeldentuin. Fraaie intieme beelden, ouderwets maar soms ook schreeuwerig modern. Eén beeld viel erg op, een over the top zo grote "Self-portret as a dreamer" van Joseph Klibansky uit 2015. Er is een zwevende astronaut die zich vasthoudt aan een keukenstoel. Bovenop zijn ene been rust een vaas met bloemen. Een wankel evenwicht tussen modernisme en traditie, zoals dat in de folder wordt omschreven.

               

                                          Self-portret as a dreamer


Opeens begon het heel hard te regenen. Gelukkig konden we onder een vijgenboom schuilen, vlakbij een beeld van Wilhelmina. Zoals gezegd, modern en klassiek liepen qua beelden door elkaar heen in de tuinen rondom het kasteel. Als voorbeeld, zie hieronder.

 

               

                             Modern en klassiek naast elkaar

 

Het kasteeltje en de tuinen er omheen liggen in een fraai landschap. Jammer van de vele plassen en modderige paadjes, anders hadden we nog veel meer kunnen verkennen.
Binnen waren er de karakteristieke vertrekjes. Kleine zaaltjes die met korte trapjes te bereiken waren. Opvallend: schilderijen van Vermeer! Niet zijn bekende werken, maar toch heel fraai. Ook hier weer Jan Cremer en verschillende tentoonstellingen. Ja, bij elkaar zeer de moeite waard.
    






Reacties (4)

De kauw is een van mijn lievelingsvogels. Geworden, voeg ik er aan toe, want in mijn jeugd op het platteland van West-Friesland wist ik nauwelijks van het bestaan van deze kleine kraaiachtige af. De gewone kraai kende ik wel, als kind had ik al een hekel aan dit beest. We spaarden toen eieren van de vogels van wie we de nesten konden rapen. De kraai hoorde daar ook bij. Het nest was karakteristiek, hoog in een populier, niet al te groot en slordig gemaakt. Dit in tegenstelling tot het nest van de ekster, veel groter en imposanter. De eieren waren relatief klein.

                                     Kauw


Wanneer we op ons dakterras zitten, zien we elke avond een groep kauwen van oost naar west trekken. Het zijn er een stuk of dertig. Het is een rommelig geheel, de kauwen vliegen kriskras door de groep heen, sommige dwalen af, verlaten de groep, en keren soms via een omweg weer terug. Super ongeorganiseerd, zou je ze kunnen noemen. De geluiden die ze onderling maken veronderstellen gezelligheid. Alsof ze elkaar heel wat te vertellen hebben.

Overdag zie je ze vaak hoog in de bomen op drukke punten in de binnenstad rond fladderen, met hun specifieke roep: "kauw kauw". Veel vriendelijker en hoger van toon dan het voor mij wat angstaanjagende geroep van de kraai. Ook bij oude landhuizen en ruïnes zie je ze vaak, alsof ze iets met geesten van overleden mensen (?) hebben.

De kauw is een open, vriendelijke en tegelijkertijd slimme vogel. Heel sociaal, ze lijken elkaar altijd weer op te zoeken. Uitermate nieuwsgierig ook. Soms komt er een op het puntje van onze voorgevel zitten, op zo'n twee meter bij mij vandaan, wanneer ik daar buiten zit. Totaal niet bang voor mij. Die kraaloogjes die snel heen en weer gaan, de nek die soepel draait, het grijze kopje, het is echt grappig om te zien. Alsof we vrienden zijn.

We hebben een keer een kleine kauw gevonden die nog niet voldoende kon vliegen. Wij met het beestje naar huis en op onze schuur gezet. Elke dag zochten we wormen en legden dat voor hem neer. Na een week kon hij vliegen, maar bijzonder was dat hij in de volgende dagen toch nog twee keer terugkwam. Daarna hebben we hem nooit meer gezien.






Reacties

Wat is het hier stil
van leegte vreemd en
nergens
een vleugje vreugde.

Deze ruimte, zo lang niet betreden
heeft geen ziel, geen gebaar
van passie of verlangen.

Ik zet een stap, schik in 't donker
de dode lucht hier
naar het licht van mijn aard.

Zwaai als een tovenaar mijn arm 
de kamer in beweging, en ja
de kleuren dansen, gedaanten verschijnen
lachend uit de muur, schudden 
als een verloren zoon mijn hand.

Ook jij, vanuit een ver verleden
je raakt me teder aan.











Reacties

De maand juli is bij uitstek de periode om vakantie te houden. De meeste scholen gaan dicht, terwijl veel bedrijven voor zo’n drie weken hun poorten sluiten. De bouwvak, heet dat in bepaalde sectoren.
De meeste mensen trekken er op uit. De camping, een stedentrip, een hotel of vakantiehuisje, een avontuurlijke rondreis door een ver land, er is veel om uit te kiezen. De overeenkomst is dat we met z’n allen de ontspanning zoeken, het even vrij zijn van de verplichtingen die ons de rest van het jaar bepalen. We proberen te ontstressen.

Wat de natuur doet in deze zomermaanden is maximaal naar buiten treden in al het groen van de bomen en struiken, in de uitstralende warmte en het vele zonlicht. De natuur ademt uit. Ook wijzelf ademen uit, althans we proberen het, om bepaalde patronen los te laten en nieuwe energie op te doen.
 
Wanneer je zelf diep uitademt, merk je dat er iets van je afvalt, een last of iets anders dat je dwars zit. Wat er met je lijf gebeurt is dat de laatste restjes lucht in je longen naar buiten worden geperst. Bij gewoon ademen blijven die in je longen achter. Diep uitademen lucht letterlijk op. Je maakt jezelf leeg voor nieuwe frisse lucht die vervolgens in je longen kan binnenstromen.   

In overdrachtelijke zin is dit het kenmerk van vakantie vieren. Het woord vakantie is afgeleid van het Latijnse vacatio, een vervoeging van het werkwoord vacare, dat leeg maken betekent. Je laat een oud stuk van jezelf achter om nieuwe energie en inspiratie te ontvangen. Dat is wat een ieder bewust of onbewust in zijn vakantietijd nastreeft.

In de zomermaanden zijn er veel afleidingen die jou van de dagelijkse beslommeringen weg kunnen voeren. Het tennis op Wimbledon, de Tour de France, eens in de twee jaar een EK of WK voetbal, eens in de vier jaar de Olympische Spelen, het houdt niet op. Sommigen ervaren het opgaan in deze sportevenementen als ontspanning. Dat is het ook tot op zekere hoogte. Maar, wanneer je jezelf aan een onderzoek onderwerpt, zul je merken dat ze afgeleiden zijn van wat werkelijk van belang is in je leven. Het is maar een spelletje, zeggen nuchtere analisten soms. Inderdaad, wanneer je afstand weet te nemen van dit soort prestaties, door anderen uitgevoerd, zul je al gauw het relatieve ervan inzien. Is het echt zo belangrijk dat een Nederlander wint? Wie er eerste of tweede wordt? Dit soort emotionele belevingen bevinden zich aan de buitenkanten van onze persoonlijkheid. Als we eerlijk zijn heeft het weinig met onze eigen strijd en omstandigheden van doen. Wat ons wezen veel meer bepaalt is het streven naar schoonheid, liefde, creativiteit en vreugde. Dat te bereiken geeft innerlijke rust en vrede.

De kunst is deze diepere laag in onszelf aan te boren. Daartoe zullen we datgene dat ons in die buitenste lagen gevangen houdt los moeten laten. Dat is veelal ons denken, ons verstand dat de wereld in hapklare brokken opdeelt om zodoende grip op onszelf en diezelfde wereld te krijgen. Dat loslaten doen we niet gemakkelijk, want juist aan ons verstand ontlenen we een stuk van onze identiteit. We zijn ons denken, denken we. Oei, daarvan los te komen, dat willen we niet. Bang als we zijn misschien niets meer over te houden.
Maar, wanneer je jezelf leeg weet te maken, voor een moment jezelf van je denken weet te “verlossen”, zul je merken hoe andere kwaliteiten bij jou binnen kunnen stromen. Je ervaart wellicht een vleugje lichtheid, een begrip voor alles wat er in de wereld gebeurt. Je beleeft dat "het nu" belangrijk is, het opgaan in het moment. Alles speelt zich af in het nu. Het nu is eeuwigdurend. Dit besef doet je wellicht het heden aanvaarden zoals ie is. Het verleden is gebeurd en kan niet meer veranderd worden. Het is een herinnering, of vaker nog een verstarring die jou vastzet in het heden. Het verleden moet niet vergeten maar wel losgelaten worden. Pas dan kun je onbevangen in het heden leven.

De toekomst is wat nog niet gebeurd is. Wanneer je je daar al te veel op richt, in doelen of verwachtingen, ontstaan er allerlei bijeffecten. Die doelen of verwachtingen kun je zien als het volgen van een stralende en energie gevende zon aan de hemel. Die zon bepaalt jouw richting. Maar als de zon gaat zakken, wordt de schaduw achter jou steeds groter. Die zie je niet, te veel als je in beslag wordt genomen door jouw doel of ideaal. Anderen zien die schaduw wel en hebben daar last van. Jijzelf uiteindelijk ook.

Los van deze schaduw verlies je aan kwaliteit van leven. Je leeft je leven vooruit. Daarbij eet je als het ware een stuk van je heden weg, in het bijzonder van de mogelijkheden die zich elke seconde aan jou aan willen dienen. En die zijn niet aan beperking onderhevig, o nee. In feite kan er van alles gebeuren, op het gebied van creativiteit, lichtheid, liefde, wanneer je je daar voor openstelt. Wanneer je ontvangen wilt.

Deze grondhouding, van niet zoeken maar wel willen ontvangen, dat is wat in een vakantie ontdekt en ontwikkeld kan worden. Wat een rijkdom. We bevinden ons op de camping of ergens in een ander stuk natuur. Hopelijk worden we niet langer afgeleid door onze dagelijkse bezigheden. In de weldadige stilte die ons toevalt kunnen we onszelf afpellen en leeg maken. We ontdoen onszelf van alle gedachten die we hebben. We zijn even niets, leeg, volledig uitgeademd. We hebben ons ontdaan van oordelen en vooroordelen, van alle ballast die we gewoonlijk dragen. We zijn voor even vrij. We vieren vakantie.
Je zult merken, een hernieuwde energie stroomt binnen. Gepaard gaand met een innerlijke rust die vertrouwen geeft. Je hebt het gevoel de wereld aan te kunnen. Je bent levenskunstenaar.    

 














Reacties (2)

Gisteren hebben we een dagje Haarlem gedaan. Met z'n zessen, wat het wel zo gezellig maakte. Van tevoren had ik wat informatie ingewonnen over wat we konden bezoeken. Teylers natuurlijk, de St. Bavo, misschien een rondvaart. In mijn zoektocht op internet kwam ik ook de naam Corrie ten Boomhuis tegen. Nooit van gehoord, maar zo op het oog interessant, vanwege de parallellen met het Anne Frankhuis. Ook W.O. II, ook een geheim vertrek achter een wand om onderduikers een schuilplek te bieden.

De entree was gratis, er was om de zoveel uur een rondleiding voor maximaal 20 personen, afzonderlijk in het Engels en het Nederlands. Er zat een Engels sprekende man in ons Nederlandse gezelschap, die moest weg. Brexit, zeiden wij lacherig, eruit jij. Er volgden nog wat grapjes, maar daarna was het ernst. Diepe ernst. In plaats van een helder overzicht te geven over het leven van Corrie ten Boom, werden we te midden van flarden bekende geschiedenis door onze vrouwelijke gids overspoeld door een soort van evangelisatie. Over het geloof in de Here Jezus, dat deze voor onze zonden aan het Kruis gestorven was, met de nagels dwars door zijn handen, nee door zijn polsen geslagen en door zijn voeten, dat we moesten bidden voor de vervolgde Christenen in Noord-Korea, dat het einde der tijden spoedig zou komen. Waarbij, vertelde de vrouwelijke gids blijmoedig, een derde van de mensheid uitgeroeid zou worden, want zo stond dat beschreven in de Bijbel, in de Openbaring van Johannes. En, rekende ze uit, dat is een derde van zes miljard, dus 2 miljard mensen zullen omkomen. Dit staat echt te gebeuren, verzekerde ze ons. Waarna het wachten is op de wederkomst van Jezus en het Nieuwe Jeruzalem zich zal openbaren.

Poeh, waar waren we nu weer terecht gekomen, vroeg ik mezelf af. Mijn 5 mede-lotgenoten trokken ondertussen erg zure gezichten. Dan duren 5 kwartier stichtelijke preken aanhoren wel erg lang. Gelukkig vertelde de vrouw tussendoor ook wel interessante dingen, over de schuilkelder, over het verraad, over het vervoer naar Ravensbruck, maar het was bij elkaar weinig consistent, met sprongen in de tijd, en feitelijk weinig informatie over Corrie ten Boom zelf.

Ik dacht aan het boek van Jan Siebelink, Knielen op een bed violen. Datzelfde beklemmende gevoel kreeg ik. Br, het duurde wel een uur voordat ik dat gevoel van me had afgeschud. Pas in het Teylers Museum knapte ik wat op.
We hebben best nog leuke dingen gedaan in Haarlem, ´s avonds heerlijk Indonesisch gegeten in De lachende Javaan, en bij elkaar een hele gezellige dag gehad.
´s Nachts ging ik in mijn droom in discussie met de vrouwelijke gids. Ik legde haar uit hoe ik er tegenaan keek, wat mijn visie was op wat ze verteld had. Er voegde zich een man bij haar die al snel het woord overnam. Hij begreep maar niet wat ik bedoelde met dat Jezus in ons zit, en niet buiten ons. Hij bleef er op hameren dat we moesten bidden tot God en dat alleen Hij ons kon bevrijden. Op een gegeven moment zei ik: maar God heeft ons verlaten. Zijn gezicht betrok, hij werd zichtbaar boos en beende weg, de kamer uit. Ik hoorde hem nog net onderdrukt mompelen: rook. De vrouw volgde hem. Ik begreep niet wat hij bedoelde met het woord rook, maar zag dat iemand op de achtergrond een sigaret rookte. Dat zal het zijn, dacht ik vlak voordat ik wakker werd.

Een aparte dag (en nacht).
  

 









Reacties (2)

Iedereen heeft wel iets met vuur. Brandende kaarsen, knisperend haardvuur, het geeft gezelligheid. Bij vreugdevuren, de naam zegt het al, valt er iets te vieren. We genieten van de aanblik van de grillig opdwarrelende vlammen. Zelfs naar een uitslaande brand op bijvoorbeeld een boerderij kunnen we uren kijken. Het verschijnsel vuur intrigeert ons, het raakt ons. We kunnen dat lijfelijk ervaren. 

In vroegere tijden dacht men de wereld opgebouwd uit de vier natuurelementen vuur, aarde, lucht en water. De Griekse filosoof Heraclites beschouwde vuur zelfs als het oerbeginsel (archè) waaruit al het andere was voortgekomen. Vuur zorgt ervoor dat alles voortdurend verandert. Hout verbrandt tot as, die vervolgens weer als voedingsstof dient voor nieuwe bomen en planten. Er is sprake van een wederkeer, wel steeds in een nieuwere vorm. Dit gebeurt volgens Heraclites niet alleen in de materiële wereld maar ook bij mensen, in de politiek en bij instellingen.
Van deze vier natuurelementen uit de oudheid is alleen het vuur door de mens veroverd. De andere drie natuurelementen waren een vanzelfsprekendheid. Dat is opmerkelijk. Eerst was het vuur er niet, althans niet in gecontroleerde vorm. In de Griekse mythologie was het Prometheus die het vuur naar de mensen bracht. Hetgeen hij overigens moest bekopen, omdat het tegen de wil van de goden was, met de straf van Zeus: gekluisterd aan de bergketen Kaukasus pikte een adelaar elke dag zijn lever weg, die dan ’s nachts weer aangroeide.
De ontdekking van het vuur heeft de mensheid flink op weg geholpen in zijn ontwikkeling. Het bood hem warmte, bescherming tegen roofdieren en ook niet onbelangrijk, voedsel kon voortaan beter bereid en dus ook beter verteerd worden. Je kunt zelfs concluderen, het gebruik maken van vuur heeft de basis gelegd voor de huidige beschaving.

Het wezen van de mens kun je ook uit vier delen beschouwen. Er is het fysieke lichaam, er is de levenskracht die het lichaam bij elkaar houdt, er is de astraliteit met al onze gevoelens en gedachten, en er is het ik-bewustzijn. Alleen het eerste, ons fysieke lichaam, is zichtbaar. De andere drie delen kunnen we wel ervaren, maar niet zien of op een wetenschappelijke manier aantonen. Vandaar dat deze zienswijze door de wetenschap nog niet geaccepteerd wordt.
Ons ik-bewustzijn wordt geassocieerd met het natuurelement vuur, de andere delen met respectievelijk aarde (fysiek lichaam), water (levenskracht) en lucht (gevoelens en gedachten).

Onze moderne tijd vraagt om een toenemend bewustzijn omtrent ons eigenlijke wezen. We verstedelijken steeds meer. We raken steeds meer van de natuur en daardoor van onze eigen natuur verwijderd. In alle complexiteit die het leven biedt zouden we de grip op onszelf en onze motieven kwijt kunnen raken.
Dit bewustzijn kunnen we versterken door vernieuwd het ritme van de natuur te beleven. Zoals op
het hoogtepunt van de zomer. Het zonlicht is dan volop aanwezig. De dagen duren lang, de nachten zijn kort. Het vuur van de zon voel je tot in je huid. Dat doet iets met ons, vooral met degenen die normaliter te weinig zon in hun leven ervaren. Het verlicht en verkwikt ons. Het geeft warmte.

Maar, let op, vuur heeft een tweeledig karakter. Het kan verwarmen, reinigen, voor gezelligheid zorgen, enthousiasmeren, je kunt in vuur en vlam staan. Het staat symbool voor de geest. Denk aan het feest van Pinksteren waar vurige vlammen op de apostelen neerdaalden. Of denk aan hoe in het Oude Testamant verhaald wordt van het brandende braambos van waaruit Jahweh sprak.
Er zijn Paasvuren, een traditie die voornamelijk in het oosten van het land populair is. Deze vuren symboliseren de overwinning van de geest over de materie. Ook tijdens Oud en Nieuw worden wel vuren aangestoken. Ook dan wordt er iets overwonnen, namelijk het oude jaar.
Maar vuur kan ook vernietigend zijn, in bosbranden en oorlogen bijvoorbeeld. Een enkele weggegooide sigarettenpeuk op de hei of in een bos kan al een verwoestende uitwerking hebben. Brandstichting is een ander voorbeeld van hoe de mens destructief met vuur kan omgaan.

In ons ik-bewustzijn ervaren we ook vuur. Dit uit zich in hartstocht of enthousiasme voor iets of iemand. Het kan ons volledig in bezit nemen. We voelen ons bezield, van idealen of gedachten. We zijn er voor een kort moment één mee, we gaan er voor. Dit kan gepaard gaan met een ongelooflijke kracht. Dit heeft de nodige revoluties ontketend, de geschiedenis van de mensheid staat er bol van.
 
Maar pas op, ons ik-bewustzijn is niet één afgerond geheel. We bestaan in feite uit meerdere ikken. Vandaar ook dat we met onszelf in gesprek kunnen zijn. De ene ik overlegt dan met de andere ik. Niet dat we daarmee gespleten persoonlijkheden zijn, er is sprake van een zekere gelaagdheid. Er is bijvoorbeeld een hogere ik en een lagere ik. Ons ik-bewustzijn is ook niet geconcentreerd op één bepaalde plek in het lichaam. Het verbindt de drie andere wezensdelen, doordringt ze en kan zich in principe nestelen waar het wil.

Dat lagere ik, het vuur dat daarmee gepaard gaat, herkennen we gemakkelijk in onszelf. We kunnen branden van verlangen maar ook ontsteken in woede. Een ideaal kan verworden tot een verstarde gedachtengang waardoor er geen plaats is voor andersdenkenden. Dood en verderf kunnen het gevolg zijn. Ook hier weer, voorbeelden te over in de geschiedenisboeken.
Het erkennen van deze tweeledigheid van het vuur, en dus ook van ons eigen ik, dat is het begin van de bewustwording van dit stukje van onszelf. De uitdrukking hij speelt met vuur brengt dat mooi tot uitdrukking. Met vuur moet je serieus omgaan, niet speels. Voor je het weet gaat de boel in vlammen op en heb je niets meer.

Je kunt ervaren op welke plek in je lichaam dit vuur zich manifesteert. Wanneer je je sterk concentreert en al je gedachten uitschakelt, ervaar je in je lichaam een aantal energiecentra. In de oosterse filosofie noemt men die energiecentra chakra’s. De levenskracht van de mens stroomt hoofdzakelijk door deze chakra’s heen, binnen in je lichaam zelf maar ook naar buiten toe. Is er een chakra geblokkeerd, dan ervaart de mens problemen op het gebied van dit chakra: het voelt als een beperking. 
De mens heeft zeven hoofdchakra’s, te beginnen bij je stuitje en eindigend bij je fontanel boven op je hoofd.

Het vuur in jezelf kun je beleven in je derde chakra, ongeveer op de plek waar je navel zit. Dit chakra noemt men wel de zonnevlecht of de plexus solaris. Versterking van dit chakra vergroot ons zelfbewuste vuur, ons gevoel van eigenwaarde. Te veel nadruk hierop kan echter leiden tot behoefte aan macht en status, tot een egoïstische levenshouding. Het is goed hiervan doordrongen te zijn.

Wanneer wij in de vlammen van het vuur kijken, kunnen we de aanwezigheid van deze derde chakra ervaren. Deze wordt dan min of meer gevoed. Kijken naar vuur versterkt ons eigen vuur, onze wil en innerlijke rust. Dat is de eigenlijke reden dat wij het als bijzonder ervaren om in het vuur te kijken, we voelen ons innerlijk sterker worden. We laven ons aan de vlammen.

Maar, zoals gezegd, vuur heeft ook een destructieve kant. Geestelijk kun je deze in jezelf onder controle houden door jezelf steeds een spiegel voor te houden. Ontrafel je motieven, je gedrag, telkens opnieuw en elke dag weer. Treed in contact met je hogere ik, die weet meer dan je denkt. Doe dit bijvoorbeeld vanuit een helikopterview. Zie jezelf, kijk door je eigen vlammen heen.
Fysiek kun je dit doen door simpelweg over een zelfgemaakt vuur te springen. Je houdt het vuur dan letterlijk onder je. Tegelijkertijd voel je de gloed van de vlammen optrekken tot in de buikstreek van je lichaam. Het is een bijzondere ervaring, iedereen aan te raden. Dit over het vuur springen tilt je op, lijkt het. Alsof je vervuld bent van een nieuw soort gloed van innerlijkheid. Dit draagt nog dagen lang door in al je bezigheden.

De midzomer is hier een uitermate geschikte periode voor. Er is het vuur van de zon, het vuur van de aarde, het vuur in jezelf. Tijdens de midzomerzonnewende zijn deze krachten op hun hoogtepunt.
Specifieker, het Sint-Jansfeest op 24 juni is er de uitgelezen dag voor, gezien de symboliek van Johannes de Doper die zijn eigen vuur in dienst stelde van de bewustwording van “het licht in onszelf”. Het een past zo in het ander.
Hoog laait het vuur, zingen de mensen die dit tot een jaarlijks terugkerend ritueel hebben gemaakt. Waarop men vervolgens in twee- of drietallen, of in zijn eentje, over de hoge vlammen springt, dit tot hilariteit en feestvreugde van de omstanders.
In de Scandinavische landen is deze traditie al millennia oud, maar in een vernieuwde vorm verovert ze ook in Nederland middels de vrijescholen steeds meer terrein. Dat dit mag voortgaan. Het vuur zij geprezen.


























Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl