Weblog van Fred Tak
Laatste artikelen

Afgelopen week werden er in Nederland twee referenda gehouden, één in Rotterdam en één in Arnhem. De bedoeling hiervan is/was de burger directe inspraak te geven over kwesties waar de plaatselijke politiek niet direct uitkomt, ofwel waar een groep van burgers ontevreden over is. Laat het volk beslissen, democratischer kan niet, is het idee.

De opkomstpercentage lag in Rotterdam ver beneden de gewenste 30%, met als gevolg dat dit referendum ongeldig werd verklaard. Kosten: 1,6 miljoen. Maar ja, voor directe democratie moet je wat over hebben. In Arnhem gold er geen verplichtende opkomstpercentage. Anders was het hier met 24% ook niet gelukt. Hier won de ja-stem het van de nee-stem om in de uiterwaarden van de Rijn op kleine schaal zowel huizen als horecagelegenheden te bouwen. Zeg maar, een stukje uitbreiding van de stad aan de overkant van de Rijn. Nu ligt dat braak met vervuilde industrieterreinen. De nee-stemmers wilden dit handhaven.

Zelf heb ik niet gestemd, uit principe. Ik ben tegen referenda, althans in Nederland. Naar mijn mening hebben wij een volksvertegenwoordiging die redelijk serieus door het volk is gekozen. Wij schenken vertrouwen aan deze mensen om onze belangen en/of ideeën in het parlement of gemeenteraad te vertegenwoordigen. Het zijn mensen die verstand van zaken hebben, anders zouden we niet op ze stemmen. De problemen die er landelijk of op regionaal niveau spelen zijn vaak complex van aard. Er zijn veel voors en veel tegens te bedenken. Ik ga er van uit dat men dan gemiddeld genomen tot een zo verstandig mogelijk besluit zal komen.

Bij een referendum worden de gekozen volksvertegenwoordigers overgeslagen. Alsof die er niet meer toe doen. Nu mag het volk zonder tussenkomst van anderen over de complexe materie beslissen. Niet door er over te discussiëren om er dan met een compromis uit te komen, zoals in de politiek veelal gebeurt, maar door direct òf ja òf nee te stemmen. Weg nuance, weg overleg.
Hoeveel inzicht en overzicht heeft "het volk" over de materie waarover gestemd wordt? Weinig, durf ik te stellen. Daarvoor zijn er te veel omstandigheden niet zichtbaar en zijn de gevolgen op langere termijn vaak lastig te voorspellen. Wat dan gaat meespelen zijn de emoties. De grootste schreeuwers krijgen de meeste aandacht en daardoor ook de meeste stemmen. Die grootste schreeuwers zijn bijna altijd de mensen die ergens tegen zijn. Tegen de elite, tegen de in hun ogen gevestigde orde. De inhoud verdwijnt in de discussie, de bozige woordvoerders overstemmen de anderen.

De uitslag van zo'n referendum is er bijna altijd een waar de politiek niet blij mee is. Maar waar diezelfde politiek soms wel haar toevlucht heeft genomen om van de eigen verantwoordelijkheid af te zijn. Dat wringt. De politiek aarzelt dan ook om het resultaat van zo'n referendum uit te voeren. Dat voelt het volk op zijn beurt weer, hetgeen het wantrouwen naar de politiek alleen maar vergroot.

In het geval van Arnhem was er het volgende. In 2012 is met overgrote meerderheid het nieuwe bestemmingsplan over de uiterwaarden van de Rijn door de gemeenteraad aangenomen. Alleen GroenLinks was tegen. De situatie is ingewikkeld. Tegenover huizenbouw op een braakliggend terrein, hetgeen de natuur zou kunnen verstoren, staat een uitbreiding van diezelfde natuur in de plannen van de projectontwikkelaar, die hier (o jee) vervolgens flink aan zou kunnen verdienen. Commotie bij veel mensen. Wat als de waterstanden weer zo hoog worden als in 1995?
Er is toen door ontevreden burgers een petitie voor een referendum gestart om dit besluit van de gemeenteraad terug te draaien. Voor- en tegenstanders voerden uitgebreid campagne. De tegenstanders kregen steun vanuit Den Haag, waar Jesse Klaver van GroenLinks zich persoonlijk inspande om Arnhem van een nee-stem te overtuigen.

Het ja-kamp heeft gewonnen, het nee-kamp blijft verbitterd achter. Ook dat is een gevolg van een referendum: het polariseert, het splijt de bevolking. Het slaat het gevoel van onderlinge verbinding uit elkaar. De wonden die ontstaan zitten vaak diep. Vooral omdat de keuzes vanuit emoties zijn genomen, en veel minder vanuit rationele overwegingen. Rationele overwegingen kun je zo weer van je afzetten, maar emoties, dat zijn de mensen zelf. Ze beleven het als hun eigen identiteit. Het is er op of er onder. Òf je wint, òf je verliest. Òf jouw persoon wordt erkend, òf jouw persoon wordt niet erkend.
Het gevolg is een gespleten samenleving, van winnaars en verliezers. Tegenstellingen komen scherper naar voren. Tegenstellingen die er zonder referenda minder zouden zijn. Probeer die ontevreden boel maar eens bij elkaar te houden.















Reacties

Het typisch Nederlandse feest van Sinterklaas is een echt kinderfeest. Voor veel kinderen vormt het het hoogtepunt van het jaar. Die geheimzinnige Pieten, het "zomaar" krijgen van cadeaus, de spanning en drukte er omheen, dat alles beleven ze intens. Uit welk milieu het kind afkomstig is telt nauwelijks mee; of het religieus wordt opgevoed of niet, in ieder huisgezin zet het met evenveel plezier en verrukking 's avonds zijn schoentje of viert het op 5 december "pakjesavond".

Ogenschijnlijk is er de gerichtheid op de vele cadeaus, op het krijgen en begeren. Het is ook een onrustige periode, deze Sinterklaastijd, en dat in de maand dat we geleidelijk toebewegen naar het meest innerlijke feest dat wij kennen, Kerstmis. 
Het feest van Sinterklaas is al vanaf de Middeleeuwen populair, soms tegen de verdrukking in. Met name de protestantse kerk had in de 17e en 18e eeuw grote moeite met al dat uiterlijk vertoon. Maar het feest van Sinterklaas overleefde en kwam in de 20e eeuw sterker terug dan tevoren. Het werd ook steeds meer tot een feest voor volwassenen, met zelfgemaakte gedichtjes en surprises. Kennelijk voorziet het in een diepgewortelde behoefte. Dan moet er onder die buitenkant van krijgen en hebben toch meer aan de hand zijn.   

Sinterklaas is genoemd naar de bisschop Sint Nicolaas uit Myra, dat tegenwoordig in Turkije ligt. Hij stierf op 6 december 340 en werd een paar jaar daarna op deze zelfde dag heilig verklaard. Sindsdien geldt hij onder andere als patroon van de zeevaart. Dat had vroeger grote betekenis, afhankelijk als men was van de weergoden op zee. Zie bijvoorbeeld de vele Nicolaaskerken in de Oud-Nederlandse havenplaatsen. 
In de elfde eeuw werden zijn botten geroofd en naar Bari overgebracht, dat toen in Spaanse handen was. Vandaar waarschijnlijk dat hij ieder jaar weer vanuit Spanje ons land bezoekt.

Qua beeldkarakter kun je er van alles in vinden. De goedheiligman die, gezeten op zijn paard, over de daken van de huizen schrijdt, doet denken aan de Noorse oppergod Odin, die op zijn schimmel, de achtbenige Sleipnir, ook over de daken van de huizen ging en het luchtruim bereed. Ook in andere mythologieën komt het vliegende paard voor, zoals Pegasus bij de Grieken, Li Jing bij de Chinezen, en Buraq, het paard van de profeet Mohammed.

Het is belangrijk te zien dat het een beeld is dat kinderen wordt aangereikt en niet een werkelijkheid die in aardse omstandigheden past. Uiterlijkheden zijn voor kinderen niet belangrijk. Een paard dat over steile daken loopt, een Piet die zich met zijn zak vol cadeaus door de schoorsteen de huiskamer binnen wringt, voor ons is dat een onmogelijkheid, maar bij een kind kan dat allemaal. Het is zijn werkelijkheid. Een kind leeft nog in beelden. Wij niet, wij hebben als volwassenen geleerd te filteren. Dit kan wel en dat kan niet. Het is de rijkdom van het kind wanneer het de diepte onder de werkelijkheid nog beleeft, het is onze geestelijke armoe wanneer we slechts in uiterlijkheden denken.

Sinterklaas zelf kun je zien als een soort van hemelse vader die over ons waakt. Vergelijkbaar met Zeus in de Griekse mythologie en Odin in de Noorse. Het is een vader die schenkt wat ons toekomt, die het leven geeft zoals dat zich aandient. Onzichtbaar voor de mensenwereld, maar aanwezig ergens boven ons, boven op de daken. De schoorsteen kun je opvatten als de wat nauwe en donkere doorgang naar boven, naar het dak waar de goedheiligman verkeert. De doorgang naar de geestelijke wereld. Het is typerend dat wij er niet doorheen kunnen naar boven, maar de Pieten als helpers van de Sint wel naar beneden. Om vervolgens iets lekkers in het schoentje van het kind te leggen.
Het schoentje is het symbool van datgene waarmee het kind de wereld in stapt. Het loopt ermee, het komt ermee vooruit. Zodat de gaven het kind helpen vooruit te komen in zijn ontwikkeling, in zijn voortgang in het leven.
Dit kun je beschouwen als het algemene beeld dat een kind ontvangt: het krijgen van gaven van bovenaf om hem op weg te helpen in het leven. Dit draagt een kind als diepere inhoud in zich bij het vieren van het Sinterklaasfeest, onbewust natuurlijk, zonder dat hij dit overdenkt. En staat dus los van het zich te buiten gaan aan snoep, koek en cadeaus. 

De figuur van Piet er pas later bijgekomen, zo vanaf eind negentiende eeuw. Soms dient hij met zijn grappen en grollen een dreigende ernst te doorbreken. Iemand als een bisschop op bezoek krijgen, dat is toch wel heel wat voor kleine kinderen. Het ontzag straalt dan ook van de kindergezichtjes af als Sinterklaas pal voor hun neus staat. Ze durven haast niet meer. Het is zo plechtig allemaal dat ze er stil van worden. Piet doorbreekt dit en zorgt dat een al te grote afstand wordt overbrugd.
De Piet van tegenwoordig komt verder en verder af te staan van de oorsprong die ook te zien is als het archetype van het donkere dat plaats moet maken voor het goede. En helemaal ver van de figuur Knecht Ruprecht die in verschillende middeleeuwse verhalen in met name in het Duitse taalgebied voorkomt. De figuur van Piet is zeker de laatste decennia nogal geëvolueerd. Van vroegere boeman, met symbolen als de roe en de zak waarin stoute kindertjes gestopt werden om in Spanje tot pepernoten vermalen te worden, werd en wordt hij steeds meer tot kindervriend. En nu, met de discussies die de laatste jaren rondom zijn persoon zijn ontstaan, zal deze evolutie naar verwachting nog wel doorzetten.

Er komt een moment dat een kind niet meer in Sinterklaas gelooft. Hij ziet alleen nog de uiterlijke dingen, zoals dat zijn ouders de cadeaus kopen, dat de man op tv een verklede acteur is, en hij denkt, en met hem alle volwassenen, dat hij de waarheid ontmaskerd heeft. Je kunt ook zeggen, het kind is iets kwijtgeraakt, het contact met een bepaalde beeldenrijkdom. Het past zich aan, aan het alledaagse leven zoals dat hem op school, door zijn ouders en zijn omgeving wordt aangereikt als werkelijkheid. 
En toch, die eerste jaren daarna dat hij Sinterklaas in levende lijve weer ziet, zou hij zo graag weer willen geloven...







Reacties

Van Nobelprijswinnaar William Golding (1911-1993) is een speciale uitgave verschenen van zijn bekendste boek Heer van de vliegen (Lord of the flies) uit 1954. Gratis voor iedereen die lid is van een openbare bibliotheek. Met een voorwoord van de Turks-Nederlandse schrijver Özcab Akyol, bekend van tv. Deze duidt op parallellen tussen het huidige politieke klimaat en de inhoud van het boek. Interessant, maar misschien wel al te opportuun.

Het boek gaat over een groep jongens, in de leeftijd variërend van 6 tot 12 jaar, die na een vliegtuigongeluk op een onbewoond eiland is beland. Volwassenen zijn er niet. De jongens moeten daar zien te overleven, kiezen een leider (Ralph) en proberen er in eerste instantie het beste van te maken. Maar de eerste strubbelingen dienen zich al snel aan. Een ander (de jager Jack) meent de eigenlijke leider te zijn, lapt de onderling afgesproken regels aan zijn laars en is geleidelijk bezig het gezag van de verstandige Ralph te ondermijnen. Hij speelt in op emoties die in de groep leven, doet voorkomen alsof het een strijd is tussen wij en zij, hetgeen erin resulteert dat de meesten zich bij de steeds gewelddadiger wordende Jack aansluiten. Ralph en degenen die hem trouw zijn gebleven delven het onderspit, waarop er een algehele barbarij los breekt. Regels gelden niet langer, het is alleen nog haat wat de jongens van de groep van Jack leidt. Met het willen uitmoorden van alle tegenstanders als gevolg.   

Een verontrustend boek, dat je nog lang nablijft. Onschuld bestaat niet, lijkt de boodschap te zijn. Onder bepaalde omstandigheden, wanneer het laagje uiterlijke beschaving is weggevallen, zijn mensen (hier dus kinderen) tot de meest barbaarse daden in staat. Dat stemt niet blij. Maar herkenbaar en invoelbaar is het wel, hoe de zichzelf als leider beschouwende Jack zich gekrenkt voelt als niet hij, maar de rustige en verstandige Ralph als aanvoerder wordt gekozen. Ralph die zich verantwoordelijk voelt en alles in overleg wil doen. Hoe de verbolgen Jack op wraak zint en uiteindelijk de kans daartoe krijgt. Hoe zijn wraak allesvernietigend blijkt te zijn.
Vertaalbaar ook naar onze tijd, waarin bij verkiezingen het zich steeds grover afzetten tegen onze leiders (de regering, het parlement, de EU) gemeengoed is geworden. Zie de campagnes van bepaalde politici tegenwoordig. Zeker bij de populisten voert haat tegen de gevestigde orde de boventoon. Niet echt een voorbeeld van integriteit en het proberen er met z'n allen in harmonie (in gesprekken waarbij er vooral geluisterd wordt) uit te komen. Men is er vooral voor zichzelf.

Een goed initiatief van Nederland leest 2016, dit cadeau van de Openbare Bibliotheek. Een must voor iedereen om te lezen, juist in deze politiek zo roerige tijden.



Reacties

Afgelopen week was er groot nieuws in de natuurwetenschap: de theoretisch fysicus Erik Verlinde denkt een oplossing gevonden te hebben voor het probleem zwaartekracht. De precieze uitwerking moet nog volgen, maar er is een gerede kans dat een nieuwe wetenschappelijke revolutie op stapel staat.

Het begrip zwaartekracht is al vanaf het begin van de ontwikkeling van de moderne wetenschap omstreden geweest. Newton, die de mechanische basiswetten opstelde waar de hele natuurkunde op gebaseerd is en in het verlengde daarvan de formule voor de gravitatiekracht (= de veronderstelde aantrekking tussen twee massa's) opschreef, uitte zelf al zijn twijfels. Hoe kon er een wisselwerking tussen bijvoorbeeld de maan en de aarde plaatsvinden door het vacuüm tussen deze twee hemellichamen heen? Newton kon zich dat niet voorstellen. Hij had ook geen apparatuur om nauwkeurige metingen te verrichten.

Cavendish heeft begin 19e eeuw experimenten gedaan, waarin hij de gravitatieconstante redelijk exact kon bepalen. Hij deed dit tamelijk ingenieus, met experimenten die wij nu op Radboud bij de eerstejaars natuur- en sterrenkunde uitvoeren (een beetje te ingewikkeld om hier uit te leggen). Maar waar wij de beschikking hebben over programma's op de computer die de berekeningen voor ons uitvoeren, deed Cavendish dit met de hand en ook volstrekt alleen. 
Zijn resultaten waren een belangrijke bevestiging van de formule voor de gravitatiekracht van Newton. Deze gold dus, alleen het hoe was een raadsel.

Einstein toonde met zijn Algemene Relativiteitstheorie aan dat zwaartekracht niet echt bestaat, ook al noemen wij die zo. Voor hem was het de ruimtetijd die gekromd was in de buurt van een hemellichaam. Toen zijn theorie in 1919 door Eddington tijdens een zonsverduistering bevestigd werd, was dat een sensatie. Het licht van een ster bleek in de buurt van de zon niet rechtdoor te gaan, zoals de oude natuurkunde zei, maar precies de kromming van de ruimte te volgen zoals door Einstein voorspeld. Het maakte Einstein in één klap wereldberoemd.

Maar ook de verklaring van Einstein is slechts een model. De kromming van de ruimtetijd is maar moeilijk voor te stellen. Stephen Hawking in zijn A brief history of time en ook onze Robbert Dijkgraaf in de DWDD University op tv geven daar fraaie modellen voor waardoor het inzichtelijk wordt wat er in de buurt van een grote massa gebeurt, maar een duidelijke verklaring blijft ook hier achterwege.

De quantummechnica zit ook behoorlijk met de zwaartekracht in zijn maag. Men weet volstrekt niet hoe deze werkt. Er zou sprake moeten zijn van een wisselwerkingsdeeltje, het graviton genoemd, maar het probleem is dat dit deeltje nog nooit ontdekt is. Waarschijnlijk bestaat ze ook niet. Wel denkt men met de ontdekking van het Higgs-deeltje, in 2012, een verklaring te hebben gevonden voor bepaalde eigenschappen van een zwaartekrachtsveld.

In de sterrenkunde, waar gravitatiekrachten een grote rol spelen, zijn de problemen nog groter. De hoeveelheid bekende materie aan sterren en zwarte gaten is bij lange na niet genoeg om de gemeten krachten en snelheden in het heelal te verklaren. Men maakte een noodsprong om de bestaande theorieën overeind te houden, met bedacht de zogenaamde donkere materie en donkere energie. Materie en energie die wij niet kunnen waarnemen, met eigenschappen die wij niet kennen. Het heelal zou dan voor zo'n 95 % uit donkere materie en donkere energie moeten bestaan. Echter, dit is puur hypothetisch.

Dit is natuurlijk onbevredigend, de invoering van deze hypothetische donkere energie en donkere materie. Zo zag het er lang naar uit dat het fenomeen zwaartekracht waarmee de wetenschap begon (volgens het verhaal zag Newton een appel uit een boom vallen, waarop hij dit wiskundig, in formules dus, vast wilde leggen), tevens het einde van een zichzelf verklarende wetenschap zou inhouden.
Daar waar de theorie van het elektromagnetisme prachtig en sluitend in formules is vervat door Maxwell (daar is werkelijk geen speld tussen te krijgen), daar waar de thermodynamica eveneens een afgerond geheel lijkt te zijn, daar faalt de overgang van klassieke mechanica (die van Newton dus) naar enerzijds de relativiteitstheorie en anderzijds de quantummechanica door het begrip zwaartekracht dus volledig.

De Nederlandse natuurkundige Erik Verlinde denkt daar nu een oplossing voor gevonden te hebben. Wat wij waarnemen als zwaartekracht zou te maken hebben met het intrinsieke verzet van de natuur tegen informatie-overdracht. Vergelijkbaar met de wet van Lenz bij elektromagnetisme (elke verandering wordt als vanzelf met een even grote kracht of energie tegengewerkt).
Voor hem is zwaartekracht een effect dat het gevolg is van iets fundamentelers. Je kunt het vergelijken met temperatuur. Die kun je voelen en meten op thermometers, maar is in feite een illusie. Temperatuur wordt immers veroorzaakt door de beweging van moleculen.

Verlinde gaat uit van mogelijkheden in de natuur, een tamelijk vaag begrip ja, en zoekt het niet in nieuw te ontdekken deeltjes waar de kosmologie zich de laatste 30 jaar voornamelijk mee bezig heeft gehouden. Elke mogelijkheid is een bepaalde manier om de hoeveelheid informatie in het universum te verdelen. Volgens Verlinde moeten al die mogelijkheden in het universum behouden blijven. Dit zou in strijd zijn met de vergelijkingen van Einstein, die niet goed bijhouden hoeveel informatie waar aanwezig is.
In de buurt van een hemellichaam vindt er een grote verandering van de dichtheid plaats. Dit kun je zien als een verandering van de informatie van een systeem. Daar zou dan een reactie op plaats vinden. Deze reactie noemen wij zwaartekracht. In die richting probeert Erik Verlinde het te vinden, beschreven in nieuw uitgewerkte wiskundige formules (het is alleen nog wachten tot deze formules experimenteel bevestigd kunnen worden).

Ook het begrip entropie (= wanorde) uit de thermodynamica moet wat hem betreft herzien worden. Die zou volgens de theorie steeds meer moeten toenemen. Terug redenerend zou de entropie bij het ontstaan van het heelal dus heel klein moeten zijn. Dus ook het aantal mogelijkheden zou dan heel klein moeten zijn. Verlinde bestrijdt dit. Hij gelooft ook niet in het model van de oerknal.

Wat dit laatste betreft, ik ook niet. Net zo als ikzelf al jarenlang beweer dat zwaartekracht niet bestaat. In het verleden heb ik hier vaker over geschreven. Ook de kromming van de ruimtetijd kan mij weinig bekoren. Het is een noodgreep, net als die donkere energie en donkere materie. Dat ik dit vind is intuïtief van mijn kant, ik kan dit verder niet aantonen. Voor wat het waard is natuurlijk.
Ik ontvouw mijn visie op oerknal en zwaartekracht soms aan weetgierige leerlingen en studenten. Ze vinden dat boeiend. Twee leerlingen wezen mij zo'n 5 jaar geleden op iemand die hetzelfde beweerde als ik. Zijn naam was Erik Verlinde. Ik had nog nooit van hem gehoord en ben hem zodoende gaan lezen. Sindsdien volg ik hem. Daarbij aangetekend dat ik mijzelf niet met hem wil vergelijken. Hij is een groot natuurkundige, ikzelf slechts een geïnteresseerde. Maar boeiend is het wel.



Reacties

Zojuist, bij de intocht van Sinterklaas in Maassluis, zegt een Zwarte Piet tegen een witte Piet: "Zeg, voel jij je wel goed, je ziet zo bleek rond je neus."

 

Reacties

Hij heeft geen vrouw
geen drie kinderen, gisteren nog
heeft hij zijn dementerende moeder bezocht.

Hij had zich per ongeluk
toen hij de weg overstak
de scherpe bocht,
de smak
van het bestelbusje van firma Smits & Co.

Hij zag er naar uit
geen vrouw, geen kinderen
geen teken van leven, toch.

Hoeveel blauw past er in een meter lucht
en, kun je dat omlijsten?














Reacties

Madeira is een Portugees eiland in de Atlantische Oceaan, zo'n duizend kilometer van Portugal vandaan en zo'n 600 km boven de Canarische Eilanden. Het is een relatief jong eiland, zo'n 6 miljoen jaar geleden ontstaan door vulkaanuitbarstingen. Het is een en al bergen, tot een hoogte van 1800 meter. Vlakke stukken land komen niet voor. In het jaar 1419 ontdekt door de Portugezen en vanaf 1425 bewoond. Madeira betekent hout. De eerste mensen troffen het eiland aan met alleen maar bossen. Het klimaat is aangenaam, met overdag temperaturen rond de 25 graden en 's nachts rond de 20 graden. Dat is wat we van tevoren van Madeira wisten.

We waren benieuwd, een weekje Madeira. Zaterdag 22 oktober kwamen we daar om 9.30 in de ochtend aan, terwijl we een week later, op zaterdag 29 oktober om 10.30 uur weer vertrokken.

Pfoeh, zo vroeg in de ochtend met het vliegtuig mee valt niet mee. De nachttrein genomen vanuit Arnhem richting Schiphol. 's Avonds enkele uurtjes slapen, om 1.00 uur uit bed, een lange reis en dan aankomen op Madeira: we voelden ons toch wel lichtelijk gebroken.
Op het vliegveld van Madeira was het even zoeken hoe we naar ons hotel in Funchal konden komen. Er bleek een aerobus regelrecht naar Funchal te gaan voor 5 euro per persoon. We hoefden niet lang te wachten en in een kwartier (15 km van het vliegveld) werden we in een drukke winkelstraat in het centrum afgezet. Het was nog vroeg, 11 uur in de ochtend. We konden in ons hotel (Windsor) pas inchecken vanaf 14.00 uur, stond in onze formulieren. In de Rua Fernao Ornelas, een druk en gezellig winkelstraatje, hebben we op een terras wat gegeten en gedronken. Ons hotel was daar bijna om de hoek, in de Rua das Hortas. We konden al eerder onze kamer in, dat was een geluk.

In de middag hebben we het centrum van Funchal wat verkend. Overal witte mozaïek op straat in de wandelgebieden, witte steentjes met steeds weer verschillende motieven in het zwart. Heel apart en luisterrijk. Natuurlijk was ons eerste doel de haven. Een brede en lange promenade voerde ons langs kastanjepofferijen, terrasjes, informatiecentra voor uitstapjes, en een heerlijk plekje op en terras pal aan zee met schitterend uitzicht op de hellingen van Funchal. Op deze plek (Beerhouse geheten) zouden we voortaan elke middag of avond wel even zitten. Zoals gezegd, een heerlijk plekje net niet in de zon, niet te druk, wel gezellig.
Het was warm weer: korte broekenweer.

         
                                                        Wandelpromenade in Funchal 

Later in de middag zijn we toch weer naar ons hotel gegaan om een kort dutje te doen. We waren allebei erg moe. 's Avonds een restaurant gezocht. Om de hoek bij de kathedraal Sé van Funchal was een gezellig terras, waar we de door velen van tevoren geprezen plaatselijke vissoort espada (die moet je echt proeven!) met banaan hebben gegeten. Best wel lekker, maar in filetvorm niet veel anders dan wat je in Nederland zou verwachten.
Op tijd terug naar het hotel. De temperatuur was nog ruim boven de 20 graden. Gelukkig stond er een ventilator op onze kamer. Op de één na hoogste stand (van de ventilator wel te verstaan) gingen we naar bed.

Zondag 23 oktober:
De volgende dag onze eerste "continental breakfast" genomen. Viel wat tegen. Voor een viersterrenhotel een beetje schraal, zo zonder een gekookt ei en met plakjes kaas die niet echt naar kaas smaakten. Maar ja, niet te veel zeuren. Hoe goed hebben wij het wel niet in vergelijking met veel andere mensen.
Het was bewolkt en niet warm: lange broekenweer. Op naar de haven, the place to be. Een sightseeing bus leek ons wel wat. Er was keuze uit een red en een yellow bus. We kozen de laatste. Voor 15 euro per persoon konden we drie dagen lang op- en uitstappen waar we wilden.
Als eerste gingen we met de gele yellowbus (er was ook een blauwe yellowbus) naar Câmara de Lobos, een schilderachtig vissersdorpje, werd ons verzekerd. Zelfs Winston Churchill kwam hier vaak, om er enerzijds zijn memoires te schrijven en anderzijds het haventje te schilderen. Er is ook een hotel daar naar hem vernoemd. Nou, het haventje viel nogal tegen. Wat gekleurde bootjes op het droge, een paar terrasjes en meer niet. Veel plastic dobberend in vies water. Niet echt sfeervol. Toen we daar op een terras zaten begon het te waaien en te regenen.
We wilden verder, met een kleine yellowbus naar Pico dos Barcelos, een fraai uitzichtspunt verder het land in. Maar het busje was vol, we pasten er als laatsten net niet in. Dat zou een uur wachten worden op het volgende busje. We hebben toen de grote yellowbus weer terug naar Funchal genomen. De terugweg voerde langs de vele grote hotels aan zee. Een behoorlijke industrie hier. Mooie uitzichten. Veel rijkdom ook.

We hadden nog tijd over om naar de botanische tuinen te gaan. Bus 31 voerde ons daar voor 2 euro naar toe. Het werd een slingertocht door de kleine straten van Funchal omhoog tegen de hellingen op. Om te lopen was dit te ver. Wat we al gehoord hadden werd hier bevestigd. Een vreselijke bosbrand in augustus, twee maanden eerder, had grote gedeelten van niet alleen Funchal maar ook van de botanische tuin verwoest. Overal nog zwart geblakerde bomen. Veel kale stukken grond. Toch was de tuin het bezoeken meer dan waard. Mooie uitzichten op de stad Funchal ook.

       
                            De botanische tuin, met op de achtergrond Funchal


Terug in Funchal werden we aan de haven door een enthousiast klein vrouwtje een restaurant aan het water binnen gelokt. We zijn toch maar binnen gaan zitten, buiten was het te fris en winderig. Er waren weinig bezoekers. Zwaardvis gegeten. Jammer dat weer niet meezat. Maakt het toch wat minder gezellig, met die dreigende luchten.

Maandag 24 oktober:
Het was bewolkt weer, in de nacht had het flink geregend. Lange broeken aan dus.
Eerst hebben we beroemde plaatselijke markt bezocht, de Mercado dos Lavradores. Het was maar een paar minuten lopen bij ons hotel vandaan. We hadden gehoord van bijzondere kleine banaantjes die heel lekker zouden smaken. Het was een druk en gezellig gebeuren, met verschillende verdiepingen. Bij de vishal zagen we de black scabbered fish (de plaatselijke espada): wel 70 cm lang met uitpuilende ogen. Dat laatste komt omdat ze tussen de 8000 en 1200 meter diepte leven. Eenmaal boven is de druk veel minder, dus alles wordt opgeblazen. Wel zielig natuurlijk.
We kochten wat kleine vruchtjes (de banaantjes zaten daar ook bij), een paraplu (op weg naar de markt regende het), en werden vervolgens door een marktkoopman opgezadeld met een zak vol exotische vruchten, we konden er niet omheen. Het was allemaal heel bijzonder! En natuurlijk ook heel duur. Overbluft en met heel wat minder contant geld op zak gingen we verder. Nou ja, het dient een goede zaak, dachten we. Verbroedering der mensen en zo.

Daarna gingen we voor de tweede keer met de yellowbus op pad, nu direct naar Pico dos Barcelos, een uitzichtpunt op 355 meter hoogte. Hoewel we daar om een uur of twaalf aankwamen, ging het bijbehorende terras juist net open. Het waaide nogal, wat een net opgestoken parasol gevaarlijk de lucht in deed waaien.
Vroeg in de middag waren we terug in Funchal. We hebben de kathedraal bezocht, het park Jardim Municipal, even op het terras bij het Beerhouse gezeten, en bij de toeristeninformatie gevraagd waar we een auto konden huren. Dat was vlak achter het zojuist bezochte park. Whynot, was de nogal klunzige naam. We hebben een Toyota Yaris voor 4 dagen besproken, inclusief verzekering zo'n 50 euro per dag. De volgende dag zouden we 'm rond 10.00 uur ophalen. Vlak bij het park ook nog een terras bezocht (wij zijn nogal van de terrassen).

   
                                        Stadspark in Funchal


Bij het Beerhouse spraken we een Duits stel. Zij kenden een levada dat goed te bewandelen viel. Kaart erbij, genoteerd voor morgen.  
's Avonds in ons eigen hotel gegeten. Was eenvoudig, maar goed. Nog even whatsapp ingezien, benieuwd en trots als ik was op "mijn" schoolkrantleerlingen die vandaag een gesprek zouden hebben met staatssecretaris Sander Dekker. Ja, het was goed gegaan, super goed zelfs! Op tijd naar bed.

Dinsdag 25 oktober:
De auto opgehaald en meteen richting Machico gereden voor de door ons te belopen levada. De zon scheen, met hier en daar een plukje witte wolken. De autoweg richting het oosten is zeer goed berijdbaar. Tweebaans, rechttoe rechtaan, dwars door de bergen heen met tunnels van soms wel 3 km lang. Binnen een half uur waren we op de plek van bestemming. Volgens het Duitse stel vlak na de laatste tunnel direct rechtsaf een kleine parkeerplaats op. Het klopte. De levada stond wat onduidelijk aangegeven, maar een viertal Nederlanders wees ons de weg. Hun vakantie bestond uit het bewandelen van de levada's op Madeira. Elke dag deden ze er één. Ze waren goed uitgerust, met bergschoenen, geschikte kledij, een rugzak met proviand, en zelfs een zaklamp voor wanneer men door grotten moest. Wat dat betreft zagen wij er wat schamel uit: ikzelf lange broek met gewone schoenen, Sylvia met haar jurkje en rode hakschoentjes (die overigens wel goed lopen). Men keek ons dan ook raar aan en adviseerde ons de wandeling toch maar niet te maken, hij was best wel lang. Nou ja, we zouden zien, we konden nog altijd omkeren.
Zo'n levada is een kunstwerkje op zich. Het is een lang waterkanaal, zo'n 40 cm breed, aangelegd om regenwater van het natte noorden naar het droge zuiden te vervoeren. Het onderhoudspad langs de levada's wordt nu gebruikt als wandelpad. Onze levada was 11,5 km lang. Het wandeltempo ligt niet erg hoog, zodat we er ruim drie uur over deden. Halverwege was er een tussenstop bij een krakkemikkig tentje waar we koffie konden drinken (cappuccino hadden ze niet). Andere wandelaars keken vol verbazing naar de rode hakschoentjes van Sylvia. Dat was wel grappig. Wij weer verder langs de berghellingen met soms prachtige uitzichten.

       
                                     Wandelen langs de levada (links van de foto)

Wat opviel was dat we weinig vogelgeluiden hoorden. Steeds dachten we dat het einde in zicht was, maar steeds was er weer een nieuwe lus die ons verraste. Een ouder Engels echtpaar stak ons voorbij. Volgens hen was het nog een half uur lopen. Ze hadden haast, want ze moesten de bus terug halen. Even later zagen we ze beneden staan. Ze waren zo aardig geweest een taxi voor ons aan te houden. En ja, het oude mannetjes bracht ons voor 10 euro terug naar onze auto. Hij sprak overigens geen woord Engels. Met de kaart in handen en veel gebarentaal kwam het toch nog goed. We gaven hem 2 euro extra.
We besloten naar het meest oostelijke deel van Madeira te rijden, tot we niet meer verder konden. De natuur was kaal hier. Zes windmolens en een helling vol zonnepanelen. Kennelijk viel men ook hier mee in de vaart der volkeren.
Daarna zijn we nog even het plaatsje Machico ingegaan. Het begon inmiddels te regenen. Wat dat betreft hadden we geluk gehad. In een leuk tentje aan zee hebben we wat gedronken. Daarna terug naar ons hotel. Poeh, de ingang van de parkeerplek vinden was niet gemakkelijk met al die kleine weggetjes, op en af, eenrichtingsverkeer en winkelstraten. De parkeerplek zelf was op het binnenterrein van het hotel. Erg krap allemaal. Maar het parkeren lukte. Sleutels afgeven bij de balie en ja, we konden weer naar het Beerhouse om op ons vaste plekje (tafel nr. 62) van de uitzichten te genieten.
's Avonds daar meteen maar blijven eten, op een andere plek aan het water. Het weer was weer beter geworden, we konden gewoon buiten zitten. Het smaakte goed. Prachtig hoe de hellingen van Funchal met al hun oranje lantaarnlichten er in het donker uit zagen. Naast ons de zee, ja een geweldige plek om te vertoeven.


Woensdag 26 oktober:
Het heeft vannacht gestortregend. Ook in de ochtend regende het nog. We besloten meteen met de auto op pad te gaan, misschien was het weer verderop beter. Nou, dat was het niet. Onderweg hevige regen. We reden nu richting het westen naar Câmara de Lobos, waar we eerder met de yellowbus al waren geweest. Veel tunnels weer. Iets voorbij die plaats was er een door velen aangeprezen uitzichtpunt: Cabo Girâo. Helaas stak er een storm op toen we daar aankwamen. Takken werden van bomen gerukt, er was slagregen, paraplu's sloegen dubbel. We hebben een half uur gewacht tot het weer wat bedaard was en zijn toen naar het uitzichtpunt gewandeld. Inderdaad indrukwekkend, met een uitstekend platform 580 meter boven de zee. Leuk was dat de bodem van het platform voor een gedeelte uit glas bestond, zodat je kon zien hoe peilloos de diepte onder je voeten was. Sylvia durfde daar niet op te staan, ikzelf vond het ook wel eng. Jammer van het slechte weer, anders was het hier heel mooi geweest.
Wij weer verder, naar het noorden van het eiland. De weg naar Sâo Vicente was goed berijdbaar, dat viel alleszins mee. Binnen een half uur waren we dwars door het eiland naar boven doorgestoken. Bij Sâo Vicente gingen we linksaf richting Porto Moniz, het meest noordwestelijke deel van het eiland. Een mooie weg langs zee. Porto Moniz zelf trof ons aangenaam. Een leuke plek met fraaie uitzichten over zee, een restaurant waar we wat gegeten en gedronken hebben, en bovenal een door rotsen omgeven zwemgedeelte pal aan zee. Het was er gezellig druk, met heel wat sportievelingen die daar het water in plonsden. Het weer was hier ook beter dan in het zuiden.

       
                       Uitzicht op de Atlantische Oceaan bij Porto Moniz

We besloten de terugweg over de bergen te nemen, om de 25 watervallen aldaar van dichtbij te kunnen zien. Helaas, het begon weer hard te regenen. We hadden nauwelijks meer dan 15 meter zicht. De watervallen zijn we aan voorbij gereden, het weer werd steeds slechter. Op een gegeven moment zaten we op 1500 meter hoogte. Het voelde niet veilig. Er lagen steeds meer keien op de weg, soms wel 30 cm groot. Ik probeerde ze al slalommend zo goed mogelijk te ontwijken. Vlak voor de bergtop Paúl da Serra sloegen we rechtsaf, richting Carvalhal, naar beneden dus. Hier waren de slingerweggetjes ronduit gevaarlijk. De weinige auto's die we zagen stonden inmiddels stil langs de weg. Wij reden door, ik wilde hier zo snel mogelijk vandaan. Vele bochten en keien later kwamen we weer in enigszins begaanbaar gebied. Een opluchting, hoewel het nog steeds regende.
Eerst weer naar ons hotel, daarna het centrum van Funchal in. We hebben pizza gegeten aan het plein vlakbij de kathedraal. We kwamen in gesprek met een Zweed die al 16 jaar op Madeira kwam. Bad luck, zei hij toen we het over het weer hadden. De pizza smaakte goed. Daarna naar ons hotel, nog even gewordfeut en dan naar bed. Inmiddels had de regen opgehouden.
 

Donderdag 27 oktober:
Met de auto opnieuw naar Sâo Vicente, waar we nu rechtsaf sloegen om het noordoostelijke deel van Madeira te verkennen. Het viel tegen. Kleine dorpjes waar niet veel te beleven viel. Weinig toerisme, weinig verkeer op de smalle slingerende wegen. Bij Cabanas dronken we cappuccino bij een klein snackbarretje. Het naastgelegen hotel-restaurant met schitterend uitzicht op de Atlantische Oceaan was gesloten. Waarschijnlijk failliet. Sneu natuurlijk voor zo'n groots en sjiek onderkomen. Geen goede zaak.
Verder richting Santana en Porto da Cruz was het niet veel beter. Het was ook bewolkt. Maar weer terug naar ons hotel. In Funchal hebben we de verschillende wijken nog wat beter verkend. Een park vlak aan zee beviel ons zeer, we hadden het niet eerder gezien. En natuurlijk het museum annex hotel van Cristiano Ronaldo, de trotse zoon van Madeira. Zijn standbeeld van 3 meter hoog stond fier op de kade voor de ingang. We zijn niet naar binnen geweest (kostte 5 euro), dat leek ons teveel van het goede.

   
                       Pleintje nabij het Beerhouse

Natuurlijk weer het terras van het Beerhouse, daarna gegeten bij een visrestaurant iets verderop in de haven. Funchal baadde weer prachtig in het oranje licht. Ja, een mooi gezicht.

Vrijdag 28 oktober:
Met de auto naar een uitzichtpunt dat we (ik) nog wilde(n) bezoeken, Pico do Facho, iets voorbij Machico. Sylvia vond de bochtige weg omhoog nogal eng, zodat ze het laatste stuk heeft gelopen terwijl ik met de auto verder ging. Het uitzicht was inderdaad mooi. Beneden ons lag Machico, 322 meter lager. We hebben daar eindelijk de exotische marktvruchten van afgelopen maandag opgegeten. Sappig en heerlijk. Eén was van de zogenaamde gatenplant, bij ons bekend als kamerplant, maar hier in het wild groeiend. Een grote vrucht, aan de buitenkant groen, lijkend op zo'n langwerpige dennenappel als in Nederland. Wit vruchtvlees daaronder.
We zagen beneden ons een grappig zandstrandje liggen aan de rand van Machico. Met de auto reden we er heen, parkeerden daar en dronken wat op het terras aan de haven. Het weer was voor het eerst in dagen aangenaam. Droog en betrekkelijk warm.

      
                 Uitzicht vanaf Pico do Facho op Machico 

We brachten de auto weer terug naar de garage, na in de ochtend eerst nauwlettend te hebben gekeken hoe we daar met al die ingewikkelde straatjes in het centrum konden komen. Terug in ons hotel trokken we andere kleren aan, ikzelf een korte broek, Sylvia een jurkje. Het was tijd om weer bij ons Beerhouse te gaan zitten, aan tafel 62. Heerlijk relaxt. Een mannelijke en een vrouwelijke ober waren ondertussen min of meer vertrouwde mensen voor ons geworden. Op een gegeven moment tikte de mannelijke ober (die zelf in St. Martinho woonde) mij in het voorbijgaan op de schouders aan. Mensen aan het nabijgelegen tafeltje zagen dat en keken bevreemd op. We raakten met hen in gesprek. Het waren Hongaren, vader, moeder en een zoon van een jaar of 18. Het werd echt vrolijk, met verhalen over voetbal (de WK's van 1954 en 1974 passeerden de revue), ervaringen in Hongarije (waar ik zelf in 1979 was geweest) en Nederland. Zowel de man als de man hadden een persoonlijke trainer, Leon Jansen (samen met zijn vrouw Claudia), die vroeger profvoetballer was geweest. Ik kende de goede man niet. Ja, het was grappig en jolig tegelijk.
In de middag hadden we al bij het Beerhouse een flinke omelet met bijbehoren gegeten. Daar hadden we voor de avond genoeg aan. Het was daar weer heerlijk zitten, met voor de laatste keer uitzicht op de hellingen vol oranje lantaarnlichtjes van Funchal. We namen afscheid van de ober als van een goede vriend en gingen terug naar ons hotel. Even wordfeuten en dan naar bed.

Zaterdag 29 oktober:
De wekker via onze I-pad gezet, op 6.45 uur. Om 7.30 uur beneden in het hotel ontbeten, om ruim op tijd bij de bushalte te staan. De aerobus zou om 8.15 uur vertrekken, verzekerde ons de aardige mevrouw van het hotel, alsook het bordje bij de bushalte zelf. Om half negen stonden we er nog steeds, enigszins vertwijfeld. Mensen uit Duitsland liepen al weg om een taxi te nemen, toen er alsnog een bus kwam. Bleek dat de bus om 8.15 uur van zijn vertrekpunt zou starten, 20 minuten hier vandaan. Wat een logica. De Duitsers snel weer terug, wij stapten als eersten in. Bleek het de bus te zijn die via allerlei dorpjes langs de berghellingen naar het vliegveld ging. Daar kwamen we achter toen de bus al reed. Hoe lang zou ie erover doen? Volgens een Brits stel zo'n 3 kwartier (terwijl de aerobus er in 10 minuten zou zijn). Sylvia had het niet meer toen de bus langs diepe afgronden de scherpe bochten nam. Eindelijk konden we op de plaats van bestemming uitstappen, nog net op tijd om in te checken (slordig hoe men bij de informatiebalie ons eerst de verkeerde richting opstuurde).
De terugvlucht verliep voorspoedig. Sylvia en ik zaten niet naast elkaar, wel in dezelfde rij. Zelf bleek ik naast een collega in het onderwijs te zitten, apart. We kenden dezelfde mensen en beloofden diverse mensen de groeten van ons te doen.
Op Schiphol redelijk uitgebreid gegeten en wat cappuccino gedronken. Met de trein naar huis, waar we om half zeven binnenstapten. Tijd om echt uit te rusten hadden we niet, want 's avonds hadden we nog een verjaarsfeestje en de volgende dag gingen we naar Antwerpen.
Bij elkaar, veel meegemaakt en fijne (druppels van) herinneringen.



































Reacties

Stel dat ik het voor het zeggen zou hebben in het onderwijs. Hoe zouden de middelbare scholen er dan uitzien?

1. De schooltijd duurt van 8.30 tot 14.00 uur. Er zijn geen tussenuren. Na 14.00 zijn alle leerlingen in principe vrij.

Zoals het nu is, van 8.00 tot 16.00 uur met af en toe een tussenuur: de dagen duren veel te lang. Lessen zijn vaak ineffectief, allemaal verschillende vakken achter elkaar, in tussenuren gaan leerlingen dingen doen die niet bevorderlijk zijn voor het leren. In de les zelf hangt men er (vooral 's middags) vaak wat bij, moe en met weinig fut. Het is te veel allemaal.

2. Er wordt geen huiswerk opgegeven.

Dit bespaart veel tijd en ergernis aan het begin van de les. Als docent kun je meteen met de lesstof beginnen. Geen gezeur en smoesjes waarom leerlingen hun huiswerk niet hebben gemaakt. Kun je trouwens van ze verwachten dat ze, na 8 uur lang op school te hebben gezeten, thuis nog 2 uur aan hun huiswerk zitten? Mogen ze ook nog een sociaal leven hebben? Of hobby's? Overigens, de meeste leerlingen maken hun huiswerk toch niet.
Dit houdt wel in: tijdens de les moet er niet hard, nee keihard gewerkt worden. De lat kan veel hoger dan nu het geval is gelegd worden. Wat eerder als huiswerk werd opgegeven, wordt nu in de les gedaan. Zelf geef ik nooit huiswerk op, bij geen enkele klas. Het werkt, met goede resultaten en tevreden leerlingen!


3. Leerlingen die lessen gemist hebben of op een andere manier achterlopen, kunnen/moeten dat op school tussen 14.00 en 16.00 uur inhalen.

Daartoe zijn lokalen en vakdocenten beschikbaar. Mentoren en vakdocenten bepalen welke leerlingen daarvoor in aanmerking komen.
Leerlingen hebben soms moeite met een vak, staan onvoldoende of hebben door ziekte een achterstand opgelopen. Ze kunnen in kleine groepen, soms zelf één op één, gericht bijles krijgen van een vakdocent.


4. Er wordt in blokken les gegeven, met slechts twee vakken per dag, per periode.

Een periode duurt bijvoorbeeld vijf of zes weken. In die vijf of zes weken volgen de leerlingen slechts twee vakken, bijvoorbeeld Wiskunde en Engels. Elke dag Wiskunde van 8.30 tot 11.00 uur. Elke dag Engels van 11.30 tot 14.00 uur. Op het einde van de periode is er een toets, eventueel gevolgd door een herkansing. Bij een voldoende heeft men dat vak voor dat schooljaar afgesloten. In een volgende periode volgen de leerlingen volgens eenzelfde schema twee andere vakken etc.
Aan het begin van het schooljaar schrijven de leerlingen zich in voor welk vak in welke periode. Afhankelijk van beschikbaarheid van vak en docent vindt er een jaarlijkse invulling plaats. Mentoren en vakdocenten begeleiden dit proces.
Overigens, in Finland en in Nederland gedeeltelijk op vrijescholen wordt op deze manier al les gegeven.
Voordeel: leerlingen kunnen zich richten op twee kernvakken gedurende een langere tijd. Dit geeft verdieping en meer inzicht. Zoals het nu gaat, met soms 8 vakken op één dag, en dat elke dag weer anders, is ondoenlijk. Het zorgt voor versnippering enerzijds, overbelasting anderzijds. Een idioot systeem in feite.
Een ander voordeel is dat de roosters strak en duidelijk zijn, zonder tussenuren. Geen gatenkaas zoals tegenwoordig, met al die verschillende clusters in de bovenbouw. Er zijn bij ons op school leerlingen die twee tot drie tussenuren per dag hebben. Zonde van de tijd!

5. Er zijn twee blokken in de week die door andere vakken dan het leervak ingevuld worden.

Bijvoorbeeld: dinsdag van 8.30 tot 11.00 uur en donderdag van 11.30 tot 14.00 uur. Dit om vakken als Lichamelijke Oefening, Tekenen en Muziek een plek te geven. Ook hier, er is een inschrijving aan het begin van het schooljaar mogelijk.

6. Leerlingen blijven niet zitten. Wel kunnen ze langer over hun schoolperiode doen wanneer ze herhaaldelijk geen voldoende voor een bepaald vak halen, inclusief herkansingen.

Leerlingen zijn baas over hun eigen proces. Zijzelf maken aan het begin van het schooljaar een planning, samen met de mentor. Zijzelf zien hun vorderingen of wat er voor nodig is om verder te komen. Wanneer een vak als voldoende is afgesloten, hoeven ze dat vak niet nog een jaar te volgen, zoals nu bij zittenblijven vaak gebeurt. Dit voorkomt verveling, tijdsverspilling etc.

 

Tot zover mijn opsomming. Het is een ruwe schets, ik geef het toe. Het vraagt nog heel wat nadere invullingen. Of het mogelijk is? Het vraagt in ieder geval een behoorlijke ommezwaai in denken over onderwijs. En over wat leerlingen kunnen.

 
















Reacties

De drone ontvouwt zijn schoonheid
onder de wolken, zie hoe de donkere stad
onrustig op zijn rug ligt te slapen.

Het is werkelijk schitterend
hoe in de krochten het schaamrood
als een twist van schimmen op de vlucht slaat.

Ach, dat de bevende stad
voor even wakker schrikt
beschouw het als een rimpeling.

Het is ons brein dat daar
in gedachten vliegt, niet wijzelf.
Verantwoordelijk zijn wij niet.












Reacties

Op een zonnige dag valt weer eens op hoe prachtig diepblauw de hemel van kleur kan zijn. Hoe ontstaat deze kleur, kun je je afvragen. Waarom is ze niet rood, groen of geel?

Een antwoord hierop kun je op twee verschillende manieren benaderen. Je kunt het op de wetenschappelijke manier doen, van buiten naar binnen. Je kunt het op de kunstenaarsmanier doen, van binnen naar buiten.

Wetenschappelijke manier
Nemen we de eerste manier, de wetenschappelijke, van buiten naar binnen. We nemen verschijnselen in de natuur waar, ordenen deze en proberen vanuit deze ordening tot een duiding te komen. Deze duiding is vaak wiskundig van aard. Het aantrekkelijke is dat de wiskundige oplossing die we vinden altijd geldend is, ook op een ander tijdstip en op een andere plek. We kunnen er voorspellingen mee doen. De ontwikkelde theorie is universeel, tot het moment dat we metingen doen die hier in strijd mee zijn. We vinden andere duidingen, andere oplossingen, en ook deze zijn weer (voorlopig) universeel.
Deze wetenschappelijke methode van onderzoek is objectief en deducerend. Vanuit een hoeveelheid aan informatie van buitenaf komen we door middel van ordening tot één specifieke oplossing.

Zo is de wetenschap tot de conclusie gekomen dat de blauwe kleur in de dampkring ontstaat door het zonlicht dat daar op schijnt. De dampkring blijkt uit moleculen stikstof en zuurstof te bestaan. Deze moleculen zijn zo klein dat het licht dat er opvalt verstrooid wordt. Verstrooien is het verschijnsel dat licht in aanraking met (kleine) moleculen verschillende kanten opgaat, in plaats van één richting zoals gewoonlijk.
Het blijkt nu dat de mate van verstrooiing afhankelijk is van de golflengte van het licht dat er op valt. Dit volgens de zogenaamde verstrooiingswet van Rayleigh. De verstrooiing is omgekeerd evenredig met de golflengte tot de vierde macht.

In formule:         s = constante · 1/λ4

Waarbij s de hoeveelheid verstrooid licht is en λ de golflengte van het licht.

Nu bestaat licht afkomstig van de zon uit alle kleuren van de regenboog. Die kleuren zijn rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet. Het verschil tussen deze zeven kleuren is gelegen in hun golflengte. Rood heeft de grootste golflengte, zo'n 700 nm (nm = nanometer = één miljardste meter), violet de kleinste, zo'n 400 nm. De andere kleuren zitten daar qua grootte tussenin.

Als je naar de formule voor de verstrooiing kijkt en je vult een grote waarde voor de golflengte in, dan zie je dat de verstrooiing zeer klein is. Iets delen door een groot getal levert een klein getal op. Het feit dat de golflengte tot de vierde macht is, maakt dit nog erger. Andersom, delen door een klein getal levert een grote waarde op.
Zoals gezegd, violet heeft de kleinste golflengte. Violet zal dus verreweg het sterkst verstrooid worden. Iets minder gebeurt dat bij indigo, en nog iets minder bij blauw. Verder niet, de andere kleuren vallen weg. Omdat onze ogen violet niet of nauwelijks kunnen waarnemen, zien wij alleen indigo-blauw. Dit is precies de diepblauwe kleur van de hemelbol.

Als er vocht in de lucht hangt, worden de kleine stikstof- en zuurstofmoleculen omgeven door veel grotere watermoleculen. Door die grotere moleculen zal er nog wel verstrooiing optreden, maar deze hangt nog nauwelijks van de golflengte af. De formule van Rayleigh blijkt hier niet op te gaan. Alle kleuren worden gelijkmatig verstrooid. Het gevolg is dat bij toenemende vochtigheid de lucht van blauw naar wittig wordt (wit is alle kleuren tezamen). Let maar op als het bijvoorbeeld heiig weer is. Het blauw verdwijnt dan.
Dat is ook de reden dat wolken wit van kleur zijn, ook mist trouwens. De grote watermoleculen zorgen daar voor. Wordt de dichtheid van de watermoleculen groter, dan wordt er steeds meer licht geabsorbeerd, waardoor de kleur verandert richting grijs en zelfs diepzwart bij hele zware regenwolken.

Hetzelfde gebeurt bij smogvorming. De roet- en stofdeeltjes zijn veel groter dan de moleculen stikstof en zuurstof. Boven een stad vol industrie en uitlaatgassen is de lucht daardoor zelden strakblauw. Eerder grijzig wit. Je kunt dan ook concluderen dat (bij een onbewolkte hemel) de kleur van de atmosfeer de mate van smog aangeeft. Des te witter of grijzer de lucht, des te meer smog. Na een regenbui (als alle stofdeeltjes op de grond zijn neergeslagen) is de lucht om die reden dieper blauw dan ervoor.

Je kunt zelf een experiment uitvoeren, waarbij je dit kunt aantonen. Hoewel dit in een tijd van waarschuwingen en door de overheid opgelegde regeltjes haast niet meer mag. Blaas op 2 verschillende manieren de rook van een sigaret uit (doe ikzelf niet hoor, als niet-roker, maar er zijn altijd proefkonijnen die zich voor de wetenschap op willen offeren, zich daarmee een alibi verschaffend om toch te blijven roken, ha).

1. Neem een trek van je sigaret en blaas de rook direct uit, zonder echt te inhaleren. Je zult zien dat de rook tamelijk blauw van kleur is. Of laat de sigaret gewoon branden, dan zie je het nog duidelijker.
2. Inhaleer nu diep, laat de rook een tijdje in je mond en longen rusten en blaas dan uit. De rook zal wit van kleur zijn.

Verklaring: in het tweede geval zal de rook vermengd zijn met water uit je lichaam. De verstrooiing van licht is hier anders, door de grote watermoleculen. Het blauw wordt wit.

Kunstenaarsmanier
We kunnen de blauwe kleur ook op de kunstenaarsmanier benaderen, van binnen naar buiten, ofwel op de manier van de intuïtieve beleving. Deze methode van onderzoek is subjectief en inducerend.
We merken dan al gauw dat elke kleur zijn eigen emoties en associaties oproept. Kleuren raken ons gemoed, stemmen ons blij, vrolijk of juist somber en weemoedig. Schilders werken met die gemoedstoestanden, juist door een specifieke kleur wel of niet aan te brengen.

In het Kröller-Muller museum op de Hoge Veluwe hingen tot voor kort in één zaal twee schilderijen. Eén volledig rood, de ander volledig blauw. Wanneer je er dichtbij stond en je liet de kleur rood gedurende een aantal minuten op je inwerken, ervoer je iets anders dan wanneer je dat bij het blauwe schilderij deed. Het blijft subjectief, maar in het algemeen kun je zeggen, rood doet jou kracht en nabijheid beleven, blauw een soort van schoonheid van ver weg, van afstand. Bij rood voel je je direct betrokken, bij blauw juist niet.
 
Hoe ontstaan deze verschillen in je gemoed? De wetenschap geeft hier geen verklaring voor. Goethe heeft dit als eerste natuurwetenschapper onderzocht en geprobeerd hier antwoord op te geven. Zijn interesse in schilderijen uit de Italiaanse Renaissance bracht hem naar Italië waar hij zijn ervaringen diepgaand heeft onderzocht. Het leidde tot zijn bekende kleurenleer, die in onze tijd van toonaangevende wetenschap nog altijd uniek is en weinig op zijn juiste merites wordt geschat.

Het uitgangspunt van Goethe was dat kleuren ontstaan daar waar licht en duisternis elkaar ontmoeten. Uit deze ontmoeting ontstaat strijd. De uitkomst van deze strijd bepaalt de kleur die wij zien.
Licht is eenheid, licht is volledig. Het kan niet uiteen gerafeld worden. Dat is het verschil met de wetenschappelijke opvatting. Pas op het scheidsvlak van licht en duisternis, waar de twee in contact met elkaar treden, ontstaat een kleur. Niet omdat het licht uiteenvalt, maar omdat het de strijd aangaat met het donkere. Het licht verliest daarbij iets van zijn glans, het donker licht een ietsje op. Door die strijd ontstaat nuance. Kleuren zijn de nuances van de wereld.

Kleuren zijn dus de uitkomst van de strijd tussen licht en duisternis. Bij de kleur geel overwint het licht grotendeels de duisternis, zou je kunnen zeggen. Het licht is sterker. Vandaar dat we de kleur geel in onszelf beleven als licht, blij en vrolijk.
De kleur blauw ontstaat wanneer de duisternis sterker is dan het licht. Het licht wordt bijna volledig teniet gedaan. Vandaar dat we bij de kleur blauw afstand en kilte ervaren.
Zo kun je voor elke kleur afzonderlijk beleven hoe de strijd tussen licht en duisternis uitpakt. Iedere kleur heeft daardoor zijn eigen stemming. De kleur die jij zelf het mooist vindt past het beste bij jouw eigen zielenstemming.

Een ander verschil tussen de wetenschap en Goethes invalshoek is de uitleg van de kleur zwart. In de wetenschap is zwart het ontbreken van licht. Er is niets. Niets om te meten, niets om te zien. Voor Goethe was zwart een bepaald soort kracht, dus wel zeker iets. Voelbaar, op een bepaalde manier ook tastbaar. Iedereen die in zijn eentje ’s nachts wel eens in een donker bos heeft gelopen kan daar over meepraten.

Overigens, de oude Grieken kenden de kleur blauw niet. Ze leefden nog zozeer met hun goden, waren nog zozeer één met het geestelijke licht, dat ze die overwinning van de duisternis op het licht eenvoudigweg niet kónden zien. De zee en de lucht worden bij Homerus bijvoorbeeld beschreven in tinten grijs en soms ook groen. Pas later, in de tijd dat de Grieken zich losmaakten van hun godenwereld, wordt er in geschriften gewag gemaakt van de kleur blauw zoals wij die nu kennen.

Die hemel zoals die vroeger werd beleefd, staat in onze tijd ver bij ons vandaan. Zo ver weg dat velen hem niet meer beleven, of er niet meer in geloven. Ze is kil en koud, afwezig. We ervaren een afstand die te groot is om haar als vanzelfsprekend in ons leven op te nemen.
Vandaar dat wij de hemel in de kleur blauw zien. Het blauw van de afstand. Onze manier van leven en kijken is niet geschikt om het (geestelijke) licht in heel zijn volheid waar te nemen. Het past niet, wij zitten te veel vast aan aardse leefomstandigheden.

Als contrast hiermee: let eens op de luchten op de schilderijen van Vincent van Gogh in zijn laatste jaren, toen hij zo vergeestelijkt was. Voor dat laatste, lees zijn prachtige laatste brieven er maar eens op na. Hoe die luchten vaak wervelend zijn en van een gele gloed doortrokken. Hij zag andere kleuren dan de kleur blauw die wij gewoonlijk zien.

Interessant is verder hoe Goethe tegen de werking van onze ogen aankeek. Om licht waar te kunnen nemen, zullen de ogen zelf een element van licht in zich moeten dragen. Anders kunnen ze het licht niet herkennen. Vergelijk dit met een Chinees die iets tegen je zegt. Je begrijpt hem alleen wanneer je zelf Chinees spreekt en verstaat.
Onze ogen zenden licht uit, natuurlijk niet een letterlijk licht maar een voelbaar geestelijke. De ogen zijn de vensters van de ziel. In die ziel zit een bepaalde hoeveelheid licht en ruimte, en dat is waarmee wij verbinding zoeken. We hebben oogcontact, heet dat dan.

Samenvattend, er zijn twee manieren om te verklaren waarom de hemel blauw is, een wetenschappelijke en een vanuit een kunstenaarsperspectief. Ze lijken in strijd met elkaar te zijn, maar zijn het niet. Het hangt er van af welke invalshoek je neemt, die van de wetenschapper of die van de kunstenaar. Beide manieren hebben evenveel waarde. Het is maar wat je er zelf mee wilt of doet.

































Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl