Weblog van Fred Tak
Rutger Kopland - Ga nu maar liggen liefste in de tuin
XIV
 
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven
 
 
Rutger Kopland (1934 - 2012)
 
 
Dit is één van de meest bekende gedichten van de dichter Rutger Kopland, pseudoniem van psychiater R.H. van de Hoofdakker.
Het zijn maar vier regels die ogenschijnlijk gemakkelijk weglezen. Het ziet er bij elkaar lief, eenvoudig en vertederend uit.
Toch, des te vaker je leest, des te meer valt op. De woorden en hun inhoud lijken te gaan wringen. Bepaalde onderdelen binnen het gedicht kloppen niet met elkaar.

Bijvoorbeeld, als je het in één adem voorleest, ontdek je een hapering bij de lege plekken in het hoge gras. Het loopt niet helemaal soepel. Er is iets mee.

Deze tussenzin is voor tweeërlei uitleg vatbaar. Horen die lege plekken bij de tuin? Dan zou je lezen: Ga nu maar liggen liefste in de tuin, op de lege plekken in het hoge gras. Dit houdt een uitnodiging aan de ander in, om samen in het hoge gras te liggen, onbespied voor anderen. Tamelijk erotisch.

Of horen de lege plekken bij de ik-persoon? Dan staat er: Er zijn lege plekken in het hoge gras, en ik heb altijd gewild dat ik dat was. Dit duidt op een verlangen van de ik-persoon om door de ander opgevuld te worden, terug naar een soort van kinderlijke geborgenheid, naar de binding van de navelstreng. 

Zo staan hier twee interpretaties tegenover elkaar, een ik-persoon als volwassene en een ik-persoon als een kind dat de symbiotische relatie met de moeder niet heeft verwerkt. Je kunt ze beide door elkaar heen lezen.

Een ander woord gaat ook wringen: altijd. Een verdacht woordje. Dat staat er niet zomaar. Ik heb altijd gewild dat ik dat was. Wie dat zegt, heeft het zijn leven lang gewild, maar het nooit voor elkaar gekregen. Wanhoop dus.

Andere tegenstrijdigheden in het gedicht zijn het gebruik van liefste in de eerste regel, dat duidelijk verwijst naar één specifiek persoon, en een iemand in de laatste regel, wat weer algemeen en dus onbepaald is. Wat wil de ik-persoon nu, een intieme relatie met zijn liefste, of een liefde met een ieder die hij tegenkomt?

Zo ook de lege plekken in het hoge gras, die de ik-persoon in regel 2 wil zijn, meervoud dus, maar ook een lege plek voor iemand, om te blijven, enkelvoud. Zeker de laatste toevoeging, om te blijven, is vreemd en intrigerend. Wil de ik-persoon nu een blijvende liefde met de ander, of wil hij een liefde met de ander en tegelijkertijd open blijven staan voor eventuele nieuwe geliefden? Het staat er allemaal nogal ondoorzichtig.

Het treffende van het gedicht is dat het bij nadere ontleding helemaal niet zo lief, eenvoudig en vertederend blijkt te zijn. Het is even complex als het leven zelf. Er zit een meerduidigheid in die haast niet te ontrafelen is.

Toch leest het in eerste instantie als een lief en eenduidig liefdesgedicht. Dat is het knappe. Liefde ziet er zo eenvoudig uit, maar in de werkelijkheid steekt ze razend ingewikkeld in elkaar.

  

Zie ook, mijn boek:

Esoterisch waarnemen
Fred Tak, mei 2013. ISBN: 9789460081774

Zie ook:

http://www.bol.com/nl/p/esoterisch-waarnemen/9200000013710863/






Reacties

stefaan op 15-11-2009 08:50
Beste,
 
Het gedichtje "XIV" van Rutger Kopland kan mijns inziens nog op een heel andere manier gelezen worden, als een soort grafschrift.
 
De tuin: kerkhof
 
de lege plekken in het hoge gras: de kale grafstenen in het gras
 
De hoofdpersoon heeft altijd gewild dat hij "een lege plek zou zijn voor iemand, om te blijven": dat hij eerste zou komen te sterven, en dat er iemand af en toe aan hem zou terugdenken, daartoe aangezet door een bezoek aan zijn graf.
 
Groeten,
Stefaan.

op 15-11-2009 12:20
Wat een bijzondere interpretatie, Stefaan. Ja, die lege plekken in het hoge gras: de kale grafstenen. Zo kun je het lezen. Heel mooi.
Dit geeft eens te meer aan hoe "rijk" dit gedicht is. Een ieder vindt er iets anders in.
Bedankt voor je reactie.
 
Fred
dagboekvaneenbezemsteel op 12-02-2010 04:13
Hier een gedicht dat spontaan in het hoofd schiet. Zie je die plek, die plek om te blijven:
 
'Boven het hooi hangt de boer in de balken.
In de sneeuw ligt de blote boerin.
Onder de warme vacht van het dak
heeft het varken vergeefs gewacht op slobber
en slacht.

Wat is er gebeurd. Dit is heel erg, dit is
een gedicht waarin de boer, de boerin en
het varken

Sterven. Als een leeg nest in de winter
is warmte. Ik ben de kat in dit huis,
ze zijn weg,

Maar ik hou van de plek waar ik lag. '


Hoe machtig mooi speelt Kopland met ons. Een scène, ontkracht als een gedicht - dit is een gedicht! Hoe kan een gedicht nu erg zijn?  Die cesuur bij dat kille eenzame sterven. De ogenschijnlijke tegenstrijdigheden.
 
Leven en dood, warmte en koud, de dichotomieën stapelen zich op. En waar gaat het om. Om dat sterven. Dat sterven dat leven noch dood is.

Het geluk is de herinnering aan geluk. Het lege nest in de winter - daar waar op iemand gewacht wordt, iemand uit het verleden. Geluk is de lege plek. Geluk is telkens opnieuw afscheid nemen van dat wat niet gaat, niet vertrekt. Geluk is de plek waar ik lag, altijd dat verleden, maar waar ik nog altijd van houd.

Laat mij dat geluk eens zijn. Voor iemand. Laat een kat aan mij denken. Laat mij eeuwig sterven nadat ik ben gestorven.
 
Zoiets.
op 12-02-2010 12:42
Wat een mooie, inspirerende reactie, bezemsteel. Een prachtig gedicht van Kopland, wat je hier aanhaalt. Inderdaad, al die tegenstellingen die tegelijk ook weer geen tegenstellingen zijn. Het spel met taal en betekenis dat hier gespeeld wordt.
Geluk is de herinnering aan geluk. Ook zo'n terugkerend thema bij Kopland. Geluk is de lege plek.
Schrijf je zelf ook gedichten? Ik denk het wel.
 
Groeten, Fred
Bezemsteel op 12-02-2010 22:04
  Het komt er zelden van. Af en toe een gedichtje - vooral als ik ongelukkig ben. Ben ik vrolijk dan baar ik geen gedichten, en opzien nog minder.
 
Bovendien ben ik heel erg verdiept in filosofie - zoals je aan de andere reactie zal hebben gemerkt -, waardoor ik taal te veel instrumenteel en weinig creatief gebruik. Zonde. 
 
Wat ik me afvraag bij Kopland, is of hij inspiratie heeft opgedaan bij Celan. Telkens als ik Kopland lees, lees ik een ietwat lieflijke interpretatie van Celans poëzie. De eerste geeft hoop in een ontredderde toestand  (vaak slechts met de laatste regel), die laatste heeft enkel nog ontwrichte woorden als alles verbrand is, als zelfs het graf (het gedenkteken) van wat was is weggevaagd.
 
Celan is complexer. Hij doet me altijd heel veel pijn.
op 13-02-2010 14:28
Zelf vind ik de gedichten van Celan poëtischer dan die van Kopland. Gloedvoller vooral. Kopland is toch erg van de afbrokkeling en Hollandse nuchterheid. Celan is complexer, ja. Van een beïnvloeding weet ik niets. Kan zijn natuurlijk.
Filosofie: voor mij persoonlijk is dat Nietzsche. Daarbij vergeleken zijn andere filosofen (voor mij) te vaak verwetenschappelijkte denkers. Waarmee ik bedoel, ze hebben zo'n behoefte een huis (van filosofisch denken) op te bouwen waarin ze voortaan kunnen wonen en van waaruit ze de rest van de wereld kunnen beschouwen, dat ze er nooit meer op uit te hoeven trekken om nieuwe ontdekkingen te doen. Zoiets.

Groeten, Fred
Bezemsteel op 13-02-2010 18:40
Gloedvol. Mooi. De gloed van vuur - holo-caust, le brûle-tout, alles-verbrandend. Ik kan me erin vinden.
 
Maar ook hermetischer. Afgesloten. Tot hier en niet verder. Schibbolet! No pasarán.Engeland is gesloten, de sleutel is gebroken.
 
Wat je over filosofen zegt is grotendeels waar. Wat je over filosofen zegt is grotendeels onwaar. Er zijn een hoop filosofen zo zelfgenoegzaam om hun waarheid aan te nemen en zich daar tevreden mee te stellen. Vooral voor de 20e eeuw is het aantal waarheden dat aan denkers in pacht is gegeven enorm. Maar er is ook een berg filosofen die zelfgenoegzaam, als Nietzsche, de waarheid achter de waarheidsconstructies propageren. Geen enkele filosoof, ook Nietzsche dus niet, ontsnapt aan het metafysisch denken. Zelfs het anti-cogito, de Wil tot macht, zelfs het meest irrationele denken ontsnapt niet aan de ratio. Daaraan zijn veel postmodernen maar ook een hoop modernen voorbijgegaan toen ze samen wezen op een al dan niet terecht bankroet van de ratio.
 
Als je Celan leest, dan zijn de beschouwingen van Derrida waanzinnig interessant. De denker schrijft vrij eenvoudig in Schibbolet. Pour Paul Celan. /Sjibbolet voor Paul Celan.Een aanrader. Al kan je er niet te eenvoudig aanraken. En moet je je dergelijk werk niet laten opdringen.
 
Groet, Bee
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl